home     filosoferen met kinderen - robert de vos

Artikelen

Artikel 1.  Wat doe je als je filosofeert ?


Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd!

deel 4 nieuw
Speelt je geest ook verstoppertje?
Waar zit jouw ik?
Is je leven pas geslaagd als je beroemd bent?
Hoeveel doe jij net alsof?
Heb je al leren vluchten?
Is dit de eeuw van de depressie?
Heb je jezelf ontmaskerd?
Ben je dom als je je verveelt?
Ben je lui en dom als je om al dat nut moet lachen?
Ben je redelijk als je niet gelooft?
Ben je dom als je je verwondert?
Heb je een gebrek als je filosofeert?
Hoe wereldvreemd ben je als je filosofeert?
Kan je een mening hebben over iets waarvan je niets weet?
Is je denken al vastgeroest?

deel 3
Maakt het lot de wereld kapot?
Wat slik jij voor zoete koek?
Zitten de ideeën in je hoofd of achter je rug?
Ben je alles vergeten toen je op de wereld geworpen werd?
Word je als een onbeschreven blad geboren?
Kan je gedachten dromen?
Kan je een appel zien zonder te begrijpen dat het een appel is?
Kan je alle kennis bezitten?
Ben je voltooid tegenwoordige tijd als je alles weet?
Kan een gedachte zichzelf denken?
Kan je werkelijkheid van fantasie onderscheiden?
Is echt recht of krom, en waarom?
Kan een mythe ook nu nog voor de waarheid doorgaan?
Komt de geschiedenis van de mensheid tot een ‘happy end’?

deel 2
Denken alleen wijzen na over het leven?
Denk je beter na met je mond open?
Zal het eens gedaan zijn met al die misverstanden?
Ken jij het Enig Ware al?
Hoe logisch is logisch eigenlijk?
Filosofeer je beter als je braaf bent?
Filosofeer je beter in een kamer met uitzicht op niets?
Filosofeer je beter met een schone luier?
Filosofeer je beter als je dakloos bent?
Kan je als kasplantje nog wel denken?
Waar zijn jouw gedachten als je een ander stel hersenen krijgt?
Zijn jouw gedachten jouw gedachten wel?
Hoe vrij zijn jouw gedachten eigenlijk?
Kan je vrij denken in een schurkenstaat?
Mag je je meester een klootzak vinden?
Hoe ver mag je voor jezelf opkomen?
Hoe fris ben jij nog in je hoofd?

deel 1
Ben je wel goed wijs als je reist zonder doel?
Maak je er ook zo’n zooitje van als je speelt?
Heb je reisadvies nodig als je filosofeert?
Neuzen wijsneuzen in filosofieboeken?
Ben je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt?
Kan filosofische kost licht verteerbaar zijn?
Is een filosofische reis vertaalbaar?
Raak je als je nomadisch denkt het spoor bijster?




Artikel 1. Wat doe je als je filosofeert ?

kan je met fmk* kinderen leren denken ?

Eigenlijk niet. Kinderen denken immers al. Het probleem zit 'm in het uitspreken van de gedachten die in het kinderhoofd ronddwarrelen. Er zijn nogal wat volwassenen die tegen kinderen zeggen : "Denk toch eens na !" Bijvoorbeeld wanneer er door een kind een of andere stommiteit is begaan; of juist iets niet wordt gedaan.
* fmk = filosoferen met kinderen (of jongeren)


struisvogel of olifant

Ik vermoed dat veel kinderen blokkeren door de reacties van volwassenen en dat ze zich aanpassen om niet meer op zo'n denigrerende manier te worden aangesproken. Zo'n aanpassing uit zelfbescherming is toch niet wat onderwijs op school en opvoeding thuis willen realiseren ? Ik hoop dat iedereen het met me eens is dat het doel van onderwijs en opvoeding is dat er een betere samenleving wordt gemaakt en dat het individu gelukkiger wordt. Helaas is het zo dat de kinderen in een systeem van onderwijs en opvoeding terechtkomen dat veel aanpassing van hen verlangt. Dat is niet verkeerd, want in de grote, boze wereld moet je je weg kennen. Dat houdt niet in dat je uit zelfbescherming je leven lang als een bange struisvogel je kop in het zand moet steken of - omgekeerd - dat je continu "tsjakkaa !" roept en je voortaan als een olifant in een kast vol porselein mag voortbewegen.

twee werelden

Fmk is vooral luisteren naar kinderen die hun gedachten onder woorden proberen te brengen. Helaas zijn er in de klas en thuis twee werelden: die van het kind en die van de volwassenen. Er zijn weliswaar raakvlakken en ontmoetingspunten, maar die twee werelden overlappen elkaar niet. Het klinkt misschien grof, maar ik ga er van uit dat het systeem van onderwijs en opvoeding de wereld van het kind wordt opgelegd en dat de wereld van de volwassene als voorbeeld wordt gebruikt. Anders gezegd, aan de wereld van het kind wordt vorm gegeven, zodat deze wereld herkenbaar, manipuleerbaar en beheersbaar wordt voor de volwassenen. Opvoeders en onderwijzers zijn meesters in het verzinnen van vele verschijningsvormen; de inhoud krijgt altijd wel een of andere vorm. Zo worden ook de gedachten van kinderen gevormd, terwijl ze worden geacht zo snel mogelijk (de tijd dringt, nietwaar ?) vrij en zelfstandig te kunnen denken.

 een emmer met water of water met een emmer ?

Fmk biedt geen remedie, hoor. Het probeert alleen de gedachten die kinderen hebben te begrijpen. De inhoud is belangrijker dan de vorm, en niet omgekeerd. Natuurlijk geef je met fmk een vorm aan de inhoud; maar die vorm is niet altijd even regulier. Opvoeding en onderwijs kunnen ronde, rechthoekige, vierkante emmers zijn waarin het water wordt vastgehouden, fmk is een wat misvormde emmer, hopelijk zonder gaten, die door het water mee is gevormd. En zoals je al gehoord hebt: het ene water is het andere niet.

kan je met fmk woorden aan gedachten verbinden ?

Eigenlijk niet. Het is niet zo dat een filosoferend kind tussen woord en gedachte hangt of dat het de bindende factor is. 

Gedachten kan je hebben, maar zolang je ze niet onder woorden weet te brengen, hebben de anderen die je aan willen horen er niets aan. Het helpt als je veel woorden kent en goede zinnen weet op te bouwen. Maar om te beweren dat een slimmerik meer gedachten heeft dan een baby of een peuter vind ik te ver gaan. Filosoferen is het leren verhelderen van je gedachten. Een baby zal dus minder goed in staat zijn om te filosoferen dan een kind dat goed met taal om kan gaan. De taal helpt om de gedachten onder woorden te brengen en in sommige gevallen zou de taal zelf je op gedachten kunnen brengen. Maar de gedachten die in het hoofd van een kind dwarrelen worden er niet door vermeerderd. Ik wil dus niet zeggen dat in een hoofd een precies aantal gedachten zitten zoals er in het brein een precies aantal hersencellen zitten.

oersoep met gedachten

Laat ik de gedachtenwereld (zit in je hoofd) vergelijken met het onstaan van het heelal. De hoeveelheid materie was voor de grote knal evenveel als erna; het enige verschil met voor en na is dat de materie nu herkenbaar is in sterren, planeten, gassen, meteoren en dergelijke en dat we de situatie voor de grote knal maar oersoep noemen omdat we er niet veel van kunnen weten. Hetzelfde geldt voor de gedachtenwereld: gedachten zijn pas herkenbaar als ze helder onder woorden zijn gebracht. Misschien dat we de gedachten van de baby oergedachten moeten noemen ? Dan is er nog het probleem van helderheid. Voor de een kan de werking van het heelal zo klaar als een klontje zijn, want hij of zij heeft als eens een boek over astronomie opengeslagen. Een ander heeft nooit een boek over het heelal opengeslagen, maar barst van de fantasie en maakt een geheel eigenzinnige theorie over de werking van het heelal. Om te beweren dat de theorie van de een helderder (of juister) is dan de ander kan historisch gezien wel. Een Griekse natuurfilosoof heeft het dan minder bij het juiste eind dan de gemiddelde student astronomie van nu. Maar voor zijn tijd had die Griekse natuurfilosoof wel een heldere theorie en gingen zijn stadstaatgenoten ermee akkoord.

^ top ^

is de helderste gedachte de meest talige ?

Wie ben ik om te zeggen dat de een zijn gedachten helderder onder woorden kan brengen dan de ander. Ik kan alleen maar beweren dat de een taalvaardiger is dan de ander. En is iemand helderder naarmate zijn zinsstructuren ingewikkelder worden en zijn woordenschat uitgebreider ? Bij het leren verhelderen van gedachten wordt weleens het belang van eenvoud over het hoofd gezien. Er zijn zelfs woordkunstenaars die hun gedachten met al die taal om zeep kunnen helpen en met hun lange zinnen eindigen in gemompel. Het excuus is dan dat de reeks van gedachten nog niet uitgedacht is. Maar daar geloof ik niks van. Ik vermoed dat de vorm (in dit geval de taal) de inhoud (de gedachten in het hoofd) voorbijgerend is.

vissers en gedachten

Filosoferen is dan ook niet alleen praten, praten en nog eens praten, filosoferen is telkens kijken of de gedachten die je onder woorden wil brengen en de woorden die je kiest met elkaar overeenkomen. Herinnering speelt hierbij een belangrijke rol: je moet je niet alleen herinneren wat het begin van je zin is, maar je moet ook onthouden wat de gedachte is die je in het begin onder woorden wilde brengen. 

Het gebeurt vaak genoeg dat je vergeten bent wat je ook alweer wilde zeggen. Dat is helemaal niet erg, hoor. Denken gaat ook zo verschrikkelijk snel. Sneller dan je ze onder woorden kan brengen. Fmk is proberen de gedachten met woorden te vangen zoals je met een hengel een vis probeert te vangen. Je ziet de dobber weliswaar bewegen maar wanneer heb je beet ? Je kunt het haakje in het troebele water immers nooit zien. Je vermoedt dat er een vis van het aas eet maar wanneer bijt hij in het haakje ? Filosofen (als vissers) weten niet alles heel precies; maar ze kunnen wel goed vissen, pardon, gissen.

leer je pas echt denken met de filosofie ?

Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb deze vraag als een stellige bewering in een filosofieboek zien staan. Het grote bezwaar is dat sommige filosofen echt vinden dat zij het echte ware grote denken hebben uitgevonden en bereid zijn deze kennis uit te dragen, mits de onwetende schaapjes naar het altaar van de priester-filosofen komen om ritueel geslacht te worden. Het woordje 'echt' stoort mij; alsof de heren filosofen de waarheid in pacht hebben en het boek der wijsheid alleen maar hebben open te slaan om eruit te citeren. Echter, het probleem van de zelfingenomenheid is geen louter filosofisch probleem, maar een algemeen menselijk gebrek. Zelfingenomenheid verblindt en compenseert; het is soms nodig om jezelf te beschermen, maar om vanuit zo'n positie te gaan filosoferen met kinderen is ronduit belachelijk. Ik ben trouwens van mening dat je jezelf als goed én als slecht mens moet kunnen zien. Aan alles en iedereen zitten twee kanten. Het gaat erom dat je constant tracht jezelf in evenwicht te houden.

help ! een gedachte die zichzelf denkt ! ie !!!

Als je leert denken, zou je voordien in een staat verkeerd te hebben, niet te denken. Wat onmogelijk is. Want je denkt altijd toch ? Als concreet denken wordt beschouwd als lager denken en abstract als hoger, zou het echte denken zich dan op het allerhoogste niveau van abstractie bevinden ? Helaas (en gelukkig) vinden de meeste mensen de meest abstracte gedachte de meest onbegrijpelijke en daardoor ongrijpbare. Misschien dat er een kloof ontstaat tussen gewone mensen en filosofen ? 

Flauwekul, filosofen zijn ook maar mensen en leren nog altijd denken. Denken in filosofische zin is een continu proces; het komt nooit op een eindpunt aan zodat er niet meer gedacht hoeft te worden. Misschien dat de hoogste gedachte de zichzelf denkende gedachte is, een soort perpetuum mobile en de denker zelf meetrekt in een wereld die zichzelf afsluit voor de gewone wereld. Als iemand heel veel heeft nagedacht over de problemen van de filosofie, deze problemen denkt opgelost te hebben en dan zegt dat daarmee de filosofie ten einde is, dan heeft die persoon zich gewoon moegedacht. Gelukkig is het diezelfde filosoof die later beweerde dat filosoferen het verhelderen van je eigen gedachten is en talige misverstanden helpt voorkomen. Als iemand beweert dat alleen filosofen echte gedachten kunnen hebben, dan vermoed ik dat deze persoon zijn of haar eigen gedachten nog niet heeft verhelderd en een misverstand helpt geboren worden.

is twijfelen oké ?

Als kinderen filosoferen proberen ze de anderen ervan te overtuigen door te zeggen dat ze het zeker weten. De behoefte aan zekerheden is volgens mij een aangeleerde behoefte. Kinderen zien hoe volwassenen zekerheden uiten en copiëren dat gedrag. Maar twijfelen is helemaal niet zo erg, hoor. Het is juist gezond om te twijfelen als je filosofeert. Telkens als je iets beweert, moet je jezelf afvragen of het wel juist is wat je daarnet hebt beweerd. Zo'n instelling dwing je tot nadenken terwijl je spreekt. Ook volwassenen zouden eens moeten durven twijfelen. Dan zouden de politici bij voorbeeld eindelijk eens kunnen toegeven dat ze een fout gemaakt hebben. Maar nee, zo open en vrij is de wereld van de volwassenen niet. De wereld van kinderen is gelukkig nog niet zo ernstig vervuild door koppigheden. En als ik nog even mag terugkeren naar wat ik boven heb gezegd: als het doel van onderwijs en opvoeding het bevorderen van goed leven is, dan vind ik dat leerkrachten de kinderen moeten leren twijfelen terwijl ze spreken en denken. 

^ top ^

ik denk terwijl ik denk, maar zeker is het niet

De twijfel is een moment waarin die woordenstroom en gedachtenstorm worden gestopt. Het is dan alsof de denker naar zichzelf terugbuigt en denkt over wat er gezegd is. De vraag is dan: ben ik er wel zeker van ? of zou het ook anders kunnen zijn ? Zo'n moment van reflectie is veel te weinig aanwezig in onderwijs en opvoeding. Kinderen worden geleerd goed te luisteren door hun oren goed open te houden en niet tegen te sputteren want de volwassenen zijn aanhet woord en die weten het nou eenmaal vééééééél beter. Je hebt ook van die dwarse kinderen die de manier van luisteren en braaf opzitten zat zijn en zich afsluiten. En de volwassenen denken dat die kinderen denken dat ze het vééééééél beter weten. Als het systeem van onderwijs en opvoeding nou niet eens zo opdringerig zou zijn dan zouden kinderen en volwassenen mogen twijfelen. En weet je al dat met de twijfel de moderne filosofie is begonnen ? Het zoeken naar echte kennis en het vinden van onbetwijfelbare waarheden ( in de filosofie helaas een schaars goed ) zijn alleen maar gevonden door te durven twijfelen. nou moet je niet gelijk gaan twijfelen aan een som als drie maal vier is twaalf of aan de verleden tijd van "kunnen", maar je kan bij voorbeeld wel filosofisch twijfelen. Je kan bij voorbeeld twijfelen over de stelling: het is zeker dat je door te twijfelen tot stellige zekerheden komt.

is het belangrijk vrij en zelfstandig te (leren) denken ?

Voor het individu wel maar de maatschappij kan zich met zo'n ideaal behoorlijk in de nesten werken. Het verkondigen van andermans meningen is echter wel hetzelfde als het hebben van geen mening. Voor de mentale ontwikkeling van een persoon is dat funest, maar een staat als Nederland en België kan zich met napraten goed overeind houden tussen de reuzenstaten die op dit moment een identiteitscrisis meemaken en liefst geen tegenspraak hebben. Als een persoon zo bits zou reageren wanneer iemand tracht gedachten uit te spreken, dan de spreker het idee krijgen dat er hier en nu niet vrij en zelfstandig gedacht mag worden.

woudkind versus dorpskind

Denken kan alleeen maar op gang komen wanneer het van buitenaf gestimuleerd wordt. Een kind zal nooit leren praten wanneer er nooit tegen gesproken wordt. Zo ook met denken, hoewel we gedachten niet telepatisch aan elkaar overbrengen maar via het medium dat we taal noemen. De gedachten die we overbrengen worden immers verwerkt tot woorden, begrippen, zinnen. Het woudkind dat dankzij beren of wolven kan overleven en op zijn negende dorpskinderen ontmoet zal niet kunnen spreken of denken, maar het zal wel willen leren. 


Of het woudkind kan leren is een andere vraag en dat het moet leren om te kunnen worden opgenomen in de menselijke samenleving staat buiten kijf en zegt tegelijkertijd veel over het dwingende karakter van leren.

sturen of niet sturen ?

Het denken kan echter niet vanzelf tot stand komen en het zal waarschijnlijk niet op gang kunnen blijven zonder enige prikkeling van buitenaf. Als het denken als een auto gezien wordt en de brandstof en het onderhoud als de stimulans, begrijp je dat je niets hebt aan een auto zonder olie, benzine of diesel. Je kan schakelen wat je wil zo'n auto, hij zal heus niet starten. Er zijn ook auto's met een groter vermogen zoals er personen zijn met meer denkmogelijkheden. De samenleving is helaas opgebouwd op denkwegen die reeds gelegd zijn en in feite heb je niet veel aan krachtiger motoren als je je aan de maximumsnelheid moet houden. Kinderen worden geleerd om - ongeacht hun denkpotentie - de regels op de denkwegen te respecteren. Te hard rijden wordt bekeurd en als je te langzaam rijdt, word je nog van de weg gehaald ook. Dan heb je nog van die terreinwagens die denkpaden leggen op een afgelegen stuk terrein. Het is creatief, maar je hebt er niet veel aan als je na in de modder gereden te hebben toch weer de reguliere weg op moet. En modder op de wegen wordt als hinderlijk beschouwd !

tanken of denken ?

Als het denken eenmaal ontwikkeld is, kan het zichzelf wel bijsturen en, indien nodig, corrigeren. De invloed van buitenaf op de innerlijke wereld van het kind is enorm. Hele leerprogramma's met een hiërarchische prestatie- en beloningsstructuur moeten afgewerkt worden. Dat moet ook wel, want de wereld die wij volwassenen opgebouwd hebben, is bijzonder complex. Een kind moet zijn weg vinden in de grote, boze wereld om aan de verbetering of het onderhoud van die wereld bij te dragen én het moet als volwassene zich "op zijn plaats" (lees: gelukkig) voelen. Om terug te keren naar de metafoor van de denkwegen: het kind moet leren kaartlezen, autorijden en de verkeersregels kennen.


Fmk
is echter geen tankstation of zelfs geen brandstof, want daardoor zullen we niet in staat zijn om de situatie waarin wij ons bevinden te kunnen overdenken; we zouden alleen maar autorijden zoals iedereen autorijdt. Vrij en zelfstandig denken impliceert minstens dat we nieuwe denkwegen zouden kunnen leggen om bijvoorbeeld de oude, versleten en misschien wel omslachtige te vervangen.

theatraal neutraal !

Onderwijs en opvoeding stimuleren het denken, vormen het, maar belemmeren het ook. Het gevaar van overbelasting dreigt. Het kinderlijke denken wordt gedwongen te voldoen aan vooraf opgelegde voorwaarden. Om dat dwingende karakter van het leren denken zo veel mogelijk uit te schakelen, wordt degene die het kind iets leert, geacht zo neutraal mogelijk te zijn. Nu proberen sommige fmk-gespreksleiders het reageren op het vertoog van kinderen zo lang mogelijk uit te stellen door zo lang mogelijk te luisteren. Maar met al dat gezwijg (het maakt een wijze indruk, nietwaar?) voorkom je niet dat je met je eerste vraag het denken een bepazalde richting uit hebt gestuurd. Het is onmogelijk neutraal te zijn want er is altijd interactie, zowel verbaal als nonverbaal.

^ top ^

vrij opgelegd of opgelegd vrij ?

Zo is vrij en zelfstandig leren denken zo goed als onmogelijk geworden ? Ik moet wat genuanceerder zijn hier. Ik bedoel te zeggen dat het ideaal van volledig vrij en zelfstandig denken niet realiseerbaar is. Maar je zou het ideaal wel kunnen benaderen ! 

Zo is het ideaal van de goede samenleving utopisch, maar om dan gelijk maar van deze samenleving een zooitje te maken, is ook niet de bedoeling. Ik heb het idee dat iedereen gebaat is bij een betere samenleving en dat die samenleving daarom ook verbeterd kan worden. Zo ook met vrij en zelfstandig denken. Als we zouden beslissen dat we moeten denken zoals Grote Broer (Big Brother) het nodig vindt, dan zouden we onze kinderen nooit meer kunnen inspireren tot creatief denken. Denken volgens een opgelegd plan is immers geen denken. Creatief denken is allerlei zijpaadjes opgaan, soms een doodlopende weg ingaan en dan weer teruggaan de grote weg, soms lekker hard kunnen rijden, af en toe tuffen, en ook wel eens vergeten te tanken. Ik mag echter alleen hopen dat fmk kinderen inspireert tot creatief denken. Het klinkt niet bepaald hoopgevend maar volgens mij staat of valt de praktijk van fmk met de inbreng van de gespreksleider. Hoe autoritair of permissief of autoritatief is die persoon, over hoeveel zelfkennis en filososofische kennis beschikt deze, hoe goed kan hij luisteren en zich inleven ?

denken kinderen sneller en vluchtiger dan volwassenen ?

Het blijkt zo te zijn dat denkende volwassenen (je hebt in ons deel van de wereld ook volwassenen die kippen zonder kop leven en denken) langer denken. Doordat ze langer denken schijnen ze in staat te zijn om dieper te denken. Doordat ze meer denken schijnen ze in staat te zijn om bepaalde gedachten van een solide fundament te voorzien. Ik vraag me af of de snelheid van het denken gemeten kan worden. Ja, misschien dat er door een instrument meer hersenactiviteit gemeten wordt, maar dat houdt niet in dat er meer of sneller of beter of dieper gedacht wordt. We zouden de gedachten ook kunnen meten door te kijken wat voor zinnen er uitgesproken worden of wat voor theorieën er uitgedokterd worden. Nu is het wel een gegeven dat het beschikken over een bredere woordenschat en het gebruik maken van complexere zinnen vol bepalingen en bijzinnen, een indicatie is van intelligentie. Maar niemand zal durven beweren dat dankzij een goed ontwikkeld verbaal vermogen er ook beter gedacht kan worden. Je zou slechts kunnen stellen dat je je gedachten dan beter onder woorden kan brengen.

de gedachtestroom: een waterval of een sloot ?

De oppervlakkigheid van het denken wordt volgens mij bepaald door de inzet van de spreker. Dus hoe bewuster de spreker iets wil zeggen, hoe gerichter zijn of haar denken wordt. En hoe gerichter het denken wordt, hoe minder oppervlakkig en (dat komt op hetzelfde neer) hoe minder vluchtig. Ik kan niet zeggen dat kinderen minder gericht denken dan volwassenen; ze kunnen soms heel lang bij een onderwerp stilstaan.


de volwassen en de kinderlijke gedachte.

Nu kan niet ontkend worden dat juist de volwassenen - uit een soort van gemakzucht (dat weer lijkt op een uitgesleten en veel te vaak betreden denkweg) - vluchtige gedachten uiten. Een populair onderwerp is bij voorbeeld het weer. Het weer zou het begin van een gesprek kunnen vormen, maar vaak blijft de interactie tussen volwassenen steken bij het naar elkaar toewerpen van semi-meteorologische kennis. Zouden volwassenen ook vluchtig denken omdat ze als kinderen niet beter weten ? En zou het aanleren van alle regels om optimaal te kunnen meedraaien in de samenleving het vluchtige denken doen stoppen ? Mooi niet ! Ik denk dat kinderen flexibeler en veranderlijker kunnen denken. Maar wendbaarheid in het denken wordt helaas niet beschouwd als een deugd. Degene die snel van mening verandert, krijgt het stempel van onstandvastig te zijn. Ik worstel bijvoorbeeld met mijzelf als ik twee tegengestelde meningen krijg te horen. Om de een of andere reden word ik geacht partij te kiezen en de ene persoon gelijk te geven en de andere ongelijk. Maar ik vind dat ze allebei gelijk moeten kunnen hebben wanneer ze beiden over een goed onderbouwde argumentatie beschikken. Eigenlijk vind ik dat een persoon twee meningen erop na moet kunnen houden. Om het in een groter verband te trekken: in elke verkondigde mening zitten pro's en contra's. Ook kinderen kunnen leren zo naar een mening te kijken. Fmk bevordert die manier van kijken. Het is niet de bedoeling om over andermans verkondigde mening te rollen, of anders gezegd: het is niet de bedoeling de kinderen snel en vluchtig te leren denken. Bij fmk wordt overwogen nagedacht. Dat zou de manier kunnen zijn waarop verstandige volwassenen kunnen spreken.

kunnen kinderen beter filosoferen dan volwassenen ?

Kinderen reageren spontaner dan volwassenen. Het besef van alle regels en de kennis van alle wegen maakt een volwassene in ieder geval behoedzamer. Dat zou inhouden dat kinderen beter kunnen filosoferen omdat ze minder weten, en hoe meer je weet, hoe behoedzamer je bent, en hoe minder je weet, hoe spontaner je nog kan reageren zonder je gehinderd te voelen door al die impliciet aanwezige regels. Het beeld dat hier van interactie wordt geschetst lijkt me niet geheel juist. Voor een volwassene kan het besef van al die regels zo beklemmend dat hij of zij juist spontaan gaat reageren. En gelukkig lopen er nog volwassenen rond die durven van mening te veranderen of durven kritiek te leveren. En gelukkig leven wij weer in een samenleving (de grote, boze wereld dus, die niet altijd hééééééél boos is) die kritiek toelaat.

ben je serieus of speel je als je filosofeert ?

Als onder filosoferen het verhelderen van je eigen gedachten, of het helder verwoorden van je eigen gedachte, of het kunnen corrigeren van je eigen mening, of het kunnen verwoorden van misverstanden, wordt verstaan, dan moet ik toegeven dat (verstandige) volwassenen beter kunnen filosoferen dan (verstandige) kinderen. Ik geloof wel in de originaliteit van het denken van kinderen; volwassenen maken veel te vaak gebruik van veelvuldig betreden en daardoor uitgeslepen denkwegen. In een kind schuilt (in de regel) meer openheid dan in een volwassene. Volwassenen zijn vaak al gevuld en af en daardoor heeft het filsoferen voor hen al minder nut. Want waarom zou je je eigen gedachten verhelderen als die als zo klaar als een klontje zijn, nietwaar ? Kinderen kunnen nog spelen met gedachten, volwassenen hebben dat talent verspeeld. Als filosoferen wordt gezien als spelen met gedachten, dan kunnen kinderen dat veel beter dan volwassenen. En laat het nou ook zo zijn dat je je eigen gedachten kan verhelderen als je nog kan spelen met die gedachten. Maar zo wendbaar zijn in het hoofd is voor een volwassene wel heel erg vermoeiend. Voor een kind minder.

^ top ^

wanneer fantaseer je en wanneer filosofeer je ?

Als het inderdaad mogelijk is om de werkelijkheid in een model te gieten zonder de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen (hetgeen onmogelijk is te voorkomen) dan fantaseer je met je verbeelding en filosofeer je met je verstand. Nu zijn "verbeelding" en "verstand" weliswaar in het hoofd geplaatst maar niet aanwijsbaar. Dus ook hier is aan inhoud vorm gegeven door met twee termen op de proppen te komen, zodat er een theorie over de mysterieuze werkingen onder de hersenpan kan worden gegeven. Het is algemeen aangenomen dat je met je verbeelding beelden produceert en met je verstand gedachten. Maar de ene gedachte is de andere niet. Als ik denk over een wiskundig probleem, dan denk ik abstracter dan wanneer ik denk over de conditie van de grasmat in mijn tuin (veel mos). Maar wanneer is een gedachte helder ? Als deze abstracter is of juist concreter ? Kinderen zullen zeker zeggen dat een beeldende gedachte helderder is; maar sommige filosofen zouden zeggen dat de helderste gedachte het helderst onder woorden gebracht is.

de afstand tussen verstand en verbeelding

Een gedachte kan verhelderd worden door een beeldend voorbeeld te geven. Een filosofische uitspraak (die bestaat uit een zin) die bij voorbeeld vaag overkomt kan verduidelijkt worden door een beeldend voorbeeld te geven. Zo kan die vage uitspraak helder worden zonder dat de woorden veranderd moeten worden. Bij het vormen van kennis speelt de verbeeldingskracht een ondersteunende rol. 


Het verstand, dat rationaliseert wordt gedwongen helder (dus visueel) over te komen bij degenen die willen filosoferen maar het terrein van de filosofie nog maar pas betreden hebben. Kinderen fantaseren meer dan dat ze filosoferen. Ze willen de filosofische vraag die ze gesteld is voor henzelf verduidelijken. Dat is mogelijk maar het fantaseren moet niet de overhand nemen. En hoewel de grens tussen filosoferen en fantaseren niet scherp gesteld kan worden (er zijn immers beelden en gedachten, maar ook beeldende gedachten) moet een gespreksleider toch wel het overzicht houden en nadruk leggen op het filosofische gehalte en minder op het fantastische. Echter, filosoferen zonder fantaseren is een gortdroge bezigheid. Misschien dat filosofie daarom zo droog overkomt ? Fantaseren zonder filosoferen is een vrijblijvend gedoe. Misschien dat fmk daarom zo onsamenhangend overkomt ?

moet je goed kunnen fantaseren om te kunnen filosoferen ?

Door beeldende voorbeelden aan te dragen die kinderen aanspreken, worden filosofische uitspraken verduidelijkt. Dat houdt niet in dat de filosofische uitspraak wordt verbeterd door een mooi voorbeeld. Goede leraren in de filosofie kunnen hun vak goed uitleggen wanneer ze met hun manier van uitleggen tot de verbeelding spreken. Maar daarmee wordt de filosofie niet verbeterd. Goede filosofen verbeteren de filosofie wanneer zij nieuwe filosofische kennis vormen. Een leraar in de filosofie mag natuurlijk wel een filosoof zijn, maar wanneer hij of zij voor de klas staat en tracht een nieuwe filosofische theorie te ontwikkelen dan zullen er niet veel leerlingen zijn die hem of haar kunnen volgen. Ik hoop dat kinderen tijdens fmk bezig met het ontwikkelen van hun eigen filosofische theorieën. Zij spreken dan niet alleen uit wat ze denken te weten, maar ze proberen het denken ook uit. Het is alsof zij bezig zijn met het vormen van gedachten, of het bepalen van een positie, tijdens fmk. Omdat het filosoferen van kinderen zich op een veel concreter niveau bevindt dan een filosoof die al tien boeken heeft geschreven en er een stuk of duizend heeft gelezen, kan een gezonde portie verbeeldingskracht van nut zijn.

het waterpeil van de rivier

Maar iemand die goed fantaseert is meestal iemand die ongebreideld fantaseert. Fantaseren moet gestuurd worden om het filosoferen te kunnen ondersteunen. Door meer belang te hechten aan filosoferen dan aan fantaseren wordt het fantaseren begrensd. Om een beeldend voorbeeld te gebruiken, beschouw ik fmk als een rivier. Fmk droogt uit wanneer fantaseren verboden wordt, fmk overstroomt wanneer het fantaseren niet aan banden gelegd wordt. Beheersing is het motto bij fmk, niet overheersing. Het tegengestelde van overheersing is in dit geval desinteresse of onkunde van de gespreksleider.

 


misverstand en misvatting

Als kinderen een rijke fantasie en een brede kennis van de taal waarin ze spreken, kunnen ze inderdaad beter filosoferen dan iemand die slecht Nederlands spreekt en niet in staat is om direct te reageren op een vraag. Ik heb weleens moeten meemaken hoe een kind bij een filosofische vraag, vertelde over zijn vader die lui op de bank zat maar wel zijn tanden poetste. Ik begreep er in eerste instantie niet veel van (zijn Nederlands was niet erg goed; ik begreep de relatie met de vraag (kan je in je droom denken ?) die ik stelde niet) en vroeg hem het nog een keer te zeggen. Maar toen poetste de vader de tanden van het jongetje en bleek de televisie het die avond niet te doen. Het antwoord op een filosofische vraag hoeft niet per se filosofisch te zijn, maar moet wel een min of meer direct verband met de vraag hebben. Er moet geprobeerd worden om logisch te redeneren. Vragen moeten het logisch redeneren bij kinderen bevorderen. Die logica moet nou ook weer niet aan strenge wetten te voldoen; de zinnen die uitgesproken worden moeten wel te volgen zijn. Er moet bij fmk wel een rode draad gevolgd worden. Afwijken van het onderwerp mag en ernaar terugkeren is zeker geen indicatie dat het voorgaande los gefantaseer was en geen strak gefilosofeer. Los filosoferen kan, zonder te ontaarden in een flauwekulgesprek. Ik ga er overigens van uit dat alle kinderen logisch kunnen filosoferen. Soms zit er in de logica een kink in de kabel omdat er iets te veel gefantaseerd wordt, soms maakt men een (logische) denkfout. Ik heb ook gewerkt met licht verstandelijk gehandicapte jongeren; ook zij kunnen logisch denken. De boodschap komt anders uit de mond, maar de inhoud is als die uit de mond van jongeren zonder verstandelijke handicap (bestaan die eigenlijk wel ?)

^ top ^

moet je goed kunnen filosoferen om te kunnen fantaseren ?

Je zou kunnen zeggen dat dit een onzinnige vraag is. De omgekeerde vraag bleek wel beantwoordbaar, maar over deze willen we niet eens nadenken. Welnu, dan moet ik je erop wijzen dat we aan impliciet hiërarchisch voorkeursdenken doen. Racisten doen dat expliciet en hun onderwerp doet wat minder fris aan dan fmk. Maar het bepalen van een positie in een gesprek gebeurt nog vaak door jezelf op een hoger plan te zetten dan degene met (of tegen) wie je spreekt. Er zijn er die zich op een lager plan zetten. Socrates was er zo eentje; hij beweerde dat hij van niets wist, maar ondertussen werkte hij aan de afbraak van de schijnkennis van zijn gesprekspartner.

lager, hoger of ertussen ?

Fantaseren wordt op een lager plan gezet dan filosoferen, want wij houden van logica, beheersing en overzicht. Toch kan het verstand een regulerende werking hebben op de verbeelding. Als de verbeelding een koets met een span paarden zou zijn dat zich door een donker bos worstelt, en de man achter de teugels het verstand, dan zal van de verbeeldingskracht gebruik gemaakt worden door deze te sturen. Aan deze metafoor kleeft wel een bezwaar; het verstand zie ik helemaal niet als een helder licht. Het verstand is voor mij altijd in ontwikkeling. Het kan zich vergissen, het kan zijn fout inzien en weer goedmaken, het kan zichzelf ook uitschakelen. Bij fmk wordt geprobeerd de werking van het verstand te prikkelen. Er moet vermeden worden het iets op te leggen. Want bij filosoferen gaat het er juist om dat kinderen zelf met antwoorden komen. Helaas zijn er volwassenen die kinderen liever dwingen dan sturen. Het impliciet hiërarchisch voorkeursdenken is dan ook vooral bij volwassenen aanwezig. Kinderen worden ermee besmet. Om te beweren dat fmk een doeltreffend tegengif is, vind ik wel wat ver gaan.

fantasie of werkelijkheid ?

Fantaseren schijnt bij kinderen bovendien een vanzelfsprekendheid te zijn die als eigenschap langzaam opdroogt naarmate het kind groeit en volwassen wordt. Het realiteitsbesef neemt de plaats in van het fantaseren en het onaffe kind is een affe volwassen geworden. Nou, mooi niet ! Ten eerste, ga ik niet akkoord met de stelling dat het kind geen realiteitsbesef heeft. Kinderen hebben misschien minder kennis van de werkelijkheid maar daarom hoeven ze toch geen slecht werkende intuïtie (een voorgevoel dat wordt gevoed door inzicht en opgedane ervaring) te hebben ! Het is wel zo dat realiteitsbesef bij volwassenen de fantasie beperkt en dat de fantasie van het kind de leemte invult van zaken waarvan het niets kan weten. Maar wordt de fantasie dan niet gestuurd door die intuïtie ?

hoe meer realiteit, hoe minder fantasie: minder of meer filosofie ?

Bovendien zit ik met het probleem van het fantaseren dat het filosoferen schijnt te beperken, en zelfs in een filosofisch gesprek hinderlijk kan zijn. Als fantaseren minder wordt naarmate realiteitsbesef groeit, en er op redelijke wijze gefantaseerd moet kunnen worden om te filosoferen, zou dan weinig realiteitsbesef het filosoferen kunnen stimuleren ? Als dat laatste het geval zou zijn, dan zouden volwassenen met veel realiteitsbesef niet meer kunnen filosoferen. Hetgeen onjuist is, want er kan juist wel veel over de werkelijkheid gefilosofeerd worden. Daarenboven zou het filosoferen van kinderen iets anders zijn dan wat volwassenen doen. En we kunnen toch aannemen dat het in elkaars verlengde ligt. Ik ben er ook niet helemaal uit of filosoferen een vanzelfsprekendheid is of een aangeleerde activiteit. als ik beweer dat filosoferen het leren verhelderen van gedachten is, dan zijn zowel volwassenen als kinderen bezig met leren filosoferen. Als filosoferen een vanzelfsprekendheid is, dan begrijp ik niet waarom er zo veel boeken geschreven worden om te leren filosoferen.

als je af bent, moet je dan niet meer leren ?

Wel is het zo dat kinderen eerder geneigd zijn om te filosoferen dan volwassenen. De laatsten beschouwen zichzelf als ontworpen en af, en ze worden meer omgeven en beheersd door vanzelfsprekendheden. Maar dat wil niet zeggen dat volwassenen hun verstand niet meer gebruiken en kinderen juist wel. De ervaringswereld van kinderen is nog open. En daarom zitten ze op school en leren ze over de wereld en de positie die zij daarbinnen in kunnen nemen. Helaas is die wereld moeilijker aan het worden en moeten de kinderen meer en sneller leren. Maar bij een overladen leerprogramma dreigt het gevaar dat kinderen gegevens moeten opslaan zodat ze zo veel mogelijk kunnen in de volgende wereld (ik bedoel de wereld der volwassenen). Het gevaar is dat kinderen een positie opgelegd krijgen , doordat de manier waarop ze hun positie kunnen bepalen, hen is opgelegd. Hebben ze werkelijk zelf kunnen kiezen ? Zullen ze tevreden met die keuze zijn ?

^ top ^

 


 

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 1

Ben je wel goed wijs als je reist zonder doel?

Op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan drijven ijsbergen richting zuiden. Ze zijn ‘s zomers afgebroken van de ijskap die de Noordpool bedekt. Zodra ze in aanraking komen met de warme Golfstroom, smelten ze snel.

Een troep wijsneuzen beweegt zich kriskras door elkaar langs de rand van de ijskap. Sommigen laten zich afdrijven naar het zuiden, anderen houden zich precies langs het afbrekende gedeelte op en zorgen ervoor dat ze de afstand tussen de ijsbergen niet te groot laten worden.


Wijsneuzen verstaan de kunst van het inschatten van die afstand, springen met gemak naar het noorden en durven met het ijs mee te reizen. Ze schuwen het koude water niet, springen er zelfs in om het hoofd koel te houden en het lichaam te harden. Soms zijn ze dagen achtereen alleen op een ijsberg. Maar de eenzaamheid schrikt ze niet af. Ze lijken haar zelfs op te zoeken. 

Door het barre klimaat blijven de gedachten vloeien. Door al dat bewegen van ijsberg naar ijsberg zullen ze niet stollen.

Het is de kunst gedachten zo lang mogelijk vloeiend te houden door zo veel mogelijk te bewegen.

Soms drijft een wijsneus iets te ver af naar het warme en gerieflijke klimaat. Dan is het tijd om gestolde gedachten uit het hoofd te schudden zoals roos uit het haar en de weg naar het noorden weer te vinden.

Anatomie van een wijsneus


Wijsneuzen hebben geen thuis. Ze zijn constant onderweg en in beweging. Staan ze stil dan zal een van die ijsbergen de warme Golfstroom raken en zullen ze geen wijsneuzen meer zijn. Ze zullen afdrijven tot in het luxueuze en vervolgens opgaan in het grote men dat een schijnbaar rustig leven leidt.

Wijsneuzen zijn nomaden in het hoofd. Ze zijn nieuwsgierig, onderzoekend, stellen vragen, doen graag nieuwe ervaringen op, twijfelen en weten het nooit helemaal zeker. Ze laten zich niet inpalmen door de orde die het zittend bestaan overheerst.

Wijsneuzen springen in het hoofd, spelen met gedachten en laten zich niet gevangen zetten door hun eigen denken.

Het grote men wenst die speelsheid niet meer. Passief vermaak heeft het zittend bestaan draaglijk gemaakt en het spelende dier dat men eens was in een kooi gestopt. De zittende mens vergeet te reizen in het hoofd en beschouwt het filosoferen dat de wijsneuzen van de ijsbergen doen, als hinderlijk.

Lastige vragen die geen vast antwoord kennen, denken zonder begin- en eindpunt, denken langs onbetreden paden, denken zonder nut: het grote men heeft er niets aan. Het houdt van regelmaat en netjes geordende gedachtengangen onder de hersenpan.

Naarmate men ouder wordt, zet de regelmaat zich onwrikbaarder vast. Dan is het te laat. In het hoofd is de bouw van de gevangenis compleet. Het denken voelt zich goed in zijn cellencomplex. Zelfs het dagelijks luchten van het hoofd gebeurt op een ommuurde binnenplaats. Veilig: dat wel. Creatief: al lang niet meer.

Hoe tevreden is een gedachte achter tralies ?

Nomadische denkers begrijpen dat op weg zijn belangrijker is dan het doel bereiken. Nee, erger nog ! Zij die menen een doel bereikt te hebben, hechten zich vast en verliezen het verlangen te reizen. 

Wijsneuzen zoeken geen vaste bodem om wortel te schieten; zij zijn die eeuwige beginnelingen die hun kennis niet als bezit beschouwen. Uitdijende boekenkasten passen niet in hun hoofd, slechts nieuwe wegen. Zelfs oude wegen worden door hen niet onderhouden en aan platgetreden paden hebben ze een hekel.

^ top ^

Maak je er ook zo’n zooitje van als je speelt ?

Wijsneuzen die van de ene gedachte op de andere springen, proberen een bewegingsvrijheid uit die de volwassenen zijn vergeten. Het spelen hebben ze verleerd. Kinderen die alleen maar spelen, beschouwen ze (vooral na een vermoeiende dag op kantoor) als onrustig en ongecontroleerd.

In het gangbare denken (van de volwassenen) met zijn wettige wegen en gangen zijn grenzen aan de denkvrijheid gesteld en is er bijna geen ruimte voor spelende wijsneuzen.

De wereld van de volwassenen moet voorspelbaar blijven zodat men kan zitten en rusten en niet wordt opgeschrikt of zelfs verrast door onverwachte gebeurtenissen, gedachten of gasten.

 

 
In de speelsheid zit een element van verrassing en vrolijkheid dat botst tegen de zwaar bewaakte grenzen van het gangbare denken. Zijn twee bewakers, Herhaling en Gewoonte, zorgen er voor dat zo min mogelijk gedachten aan het toeval worden overgelaten. Streng zien ze erop toe dat een origineel idee of een creatieve keten van gedachten de heersende orde in het hoofd en in de samenleving niet zal doorbreken. 

Het is of ze een antieke kledingkast bewaken waarin alle kleren netjes gestapeld en opgehangen zijn.

Stel je voor dat een wijsneus zijn sokken in de derde la van onderen legt in plaats van de tweede!

Verandering en vooral vernieuwing vormen grote bedreigingen voor het voortbestaan van de heersende orde. Het is hinderlijk als een wijsneus vragen gaat stellen over vanzelfsprekendheden. Want dan dreigt de orde overhoop gehaald te worden. En het is nog hinderlijker als wijsneuzen gaan twijfelen aan zaken waarvan ze al lang overtuigd hadden moeten zijn. 

Maar is die orde in de kast wel normaal? Is een wijsneus die zin heeft om sokken in een andere la te leggen onwetend of ongehoorzaam? Waarom provoceert een wijsneus de bewakers toch? Het leven is toch beter als je een brave leerling bent om later een brave burger te worden?

Kind, zit toch stil en aanvaard de orde van de kast!

 

 

Heb je reisadvies nodig als je filosofeert ?

Wijsneuzen springen van ijsberg tot ijsberg en overwinnen de zwaartekracht die de bewakers, Herhaling en Gewoonte, het denken hebben opgelegd. Het loodzware denken dat de volwassenen zo in hun zetel drukt, is deze wijsneuzen vreemd. Ze denken zo licht en zweverig. Beseffen ze dan niet wat hen te wachten staat ? Wacht maar, grinniken de volwassenen, wacht maar tot je groot en vol gedachten bent, dan zal je wel anders piepen!

Eigenlijk heeft een wijsneus geen andere voorkennis nodig om te filosoferen. Elk nieuwsgierig persoon kan filosoferen. Het helpt dat een wijsneus iets weet van die filosofische geschiedenis maar het gevaar dreigt dat de oude ideeën de lust van het reizen in het hoofd wegnemen. Het beste reisadvies is nog altijd: eerst zelf proberen en dan pas informatie inwinnen.

^ top ^

Neuzen wijsneuzen in filosofieboeken ?

 

 
De zwervende wijsneuzen zijn weliswaar onbezonnen en naïef maar ze hebben hun oprechtheid en creativiteit niet ingeruild voor een zittend bestaan.

Om de ideeën op te slaan in het rustende hoofd moet er plaats gemaakt worden: de verbeelding wordt aan de kant geschoven. Gebaande paden komen ervoor in de plaats en voor de betreding ervan gelden strenge regels.

Zouden kinderen werkelijk gaan filosoferen op het schoolplein als het in de klas door een of andere belezen droogkloot wordt opgelegd ?

Weg met die luie zetel ! Weg met het licht der rede dat warmte en rust schenkt en de verbeelding sust en het verstand in slaap neuriet ! Zwerf door het hoofd en vergeet die stapsgewijze opbouw van filosofische theorietjes ! Het noorden wacht !

Ben je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt ?

De vrijheid van meningsuiting die de laatste tijd als een groot en ons dierbaar voorrecht wordt beschouwd, lijkt op het spelen dat de wijsneuzen met hun denken en spreken doen, maar zij is verre van dat. Zij is eerder een poging om te ontsnappen aan de bewakers, Herhaling en Gewoonte, en leidt tot buitensporigheden als een grote en vooral vuile bek opzetten.

De schreeuwcultuur van nu is een schijnbare uitweg voor hen die te lang hebben gezeten en het spelen hebben verleerd.

Het zitvlees dooft de vlam uit, bedriegt de geest, vertelt leugens. Het zitvlees wil groeien en verlangt ernaar dat het hoofd blijft denken in herkenbare, zichzelf herhalende, zichzelf bedriegende denkstructuren. Het zitvlees heeft geen zin in avontuur. Of het moet voorgeschoteld worden terwijl het vlees rust in de luie zetel.

Zitvlees is een gevaar voor de samenleving. Alleen het spel zal genezen.

Zitvlees kijkt tv

Homo sedens heeft het zwerven in het hoofd verleerd. Homo sedens houdt niet van het domein waar het filosoferen zich ophoudt. Het onbekende dient afgeweerd, uitgebannen te worden. Homo sedens creëert een bol rondom de zetel van het gangbare denken . Homo sedens houdt niet van het soort denken waar woorden tekort schieten.

Kan filosofische kost licht verteerbaar zijn ?

Hier staan vragen die een open antwoord krijgen. Misschien dat jij een ander antwoord had gegeven, misschien was jij in je hoofd wel een heel andere richting uitgegaan.

De ene vraag volgt min of meer uit de voorafgaande. Het zijn vooral de antwoorden die de richting van de vragen bepaald hebben. Ik ben begonnen op een ijsberg die mij in het rijk van de filosofische gedachten heeft geleid. De dogmatische zekerheid van de warme Golfstroom heb ik achter mij willen laten en ik heb mij vooral laten voortdrijven op mijn verbeelding. Vooral dat laatste ontbreekt nog te vaak in de schoolfilosofie.

 

Zeereis van de verbeelding

^ top ^

Is een filosofische reis vertaalbaar ?

Het reisverslag van deze filosofische omzwerving is niet alleen gebaseerd op mijn interesse voor de filosofie maar ook op mijn werk als begeleider van filosofische gesprekken met kinderen en jongeren. Tijdens die gesprekken stelde ik filosofische vragen en probeerde ik te reageren met een volgende vraag op het antwoord van een van de kinderen.

Ik ben er van uitgegaan dat kinderen meer weten dan ze vermoeden en dat ik minder weet dan ik vermoed.

De kennis die ik tijdens de workshops heb opgedaan, noem ik filosofisch en heb ik soms teruggevonden in de geschiedenis van de filosofie. Wat filosofen vroeger gezegd hebben, zeggen kinderen nu in hun eigen taal. Van de manier waarop kinderen spelen met gedachten kan ik alleen maar dromen.

Wijsneus en volwassene jongleren met gedachteballetjes
Wie doet het beter ?

Hoewel ik hier heb geprobeerd om zo concreet mogelijk te zijn, moet toch niet uit het oog verloren worden dat filosofie voornamelijk een zaak van abstract denken is. 

Helaas zijn veel filosofen meesters in het onnavolgbaar abstract denken en menen ze uit hun onnavolgbaarheid te kunnen concluderen dat hun denken wel uniek en dus origineel moet zijn. Volgens mij is het juist de kunst om begrijpelijk abstract te denken zodat anderen er wat van kunnen leren of er tenminste iets aan hebben in hun dagelijks bestaan. Concrete voorbeelden moeten de dikwijls abstracte denkwegen helpen verduidelijken voor de lezer.

Het verstand alleen helpt de lezer niet als deze zich iets probeert voor te stellen bij filosofische probleembesprekingen. De verbeelding alleen helpt de lezer evenmin als deze  probeert de filosofische problemen te begrijpen. Een goede samenwerking tussen de twee zou een filosofisch werk prettig leesbaar maken. Maar hoe vind je een evenwicht tussen deze twee tegengestelden?

Raak je als je nomadisch denkt het spoor bijster ?

Ja. En dat is ook de bedoeling. De filosofie zou een nomadisch denken moeten zijn en geen bouwwerk dat volgens bouwplan in het hoofd wordt aangelegd door een leraar filosofie.

Filosoferen zou meer moeten lijken op springen van de hak op de tak dan op gedisciplineerd in de pas blijven. Die arme leraar echter heeft van het ministerie de opdracht gekregen jou een cursus filosofie te geven. 

Filosoferen moet op een enthousiast hollen door een onbekende straat lijken zonder te weten dat die doodloopt. Het vinden van nieuwe ideeën gaat je trouwens beter af als je je vergist dan bij een vooraf uitgedokterde reis in je cursusboek filosofie. Van je eigen fouten leer je meer dan van een betweter die je de les leest.

Ook in de geschiedenis van de mensheid zit geen plan vervat dat in de toekomst naar een bepaald eindpunt zal leiden. Het plan toont zich pas achteraf; in het nu wordt de geschiedenis geleefd, zoals hollen door een straat en niet weten of die doodloopt of niet.

Hetzelfde geldt voor de geschiedenis van de filosofie. Je kan haar bestuderen maar ze leeft pas als jij met jouw ideeën komt 

Van het ene idee komt het andere. Zo laat het nomadisch denken toe dat je ideeën oppikt of loslaat.

Als je met iemand opgezadeld wordt die het vooraf al beter weet dan jij, omdat je toch maar een wijsneus bent, weet dat je zijn of haar plan volgt en het jouwe voor altijd in de ijskast belandt.

Nomadisch denken is zoeken naar ideeën en - eenmaal gevonden - beseffen dat het om het zoeken zelf ging en niet om het resultaat. Door nomadisch denken beland je misschien op ongedachte zaken. Dwalen leidt immers eerder tot verrassingen dan reizen met een doel, een gids en een strakke dagindeling.

Mijn middelste zoon - Egon - heeft de tekeningen gemaakt. Filosofie is niet bepaald zijn ding. Zijn boekenplank puilt niet uit van de filosofische inleidingen. Hij leest, pardon ,las vooral boeken van Tonke Dragt, Imme Dros en Anthony Horowitz en ‘Waanzinnig om te weten’-boeken. Nu leest hij strips als ‘The Simpsons’ en ‘Donald Duck’ en munt hij uit in computerspelen, goocheltrucs en de hond zelf bedachte trucjes aanleren.

Hij vindt het wel leuk om zo en dan met mij te filosoferen, maar een roman over de filosofie of een filosofieboek zelf vindt hij niet leuk.

Filosofisch dijgeklets

^ top ^

 

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 2

Denken alleen wijzen na over het leven ?

Als je je vrienden op het schoolplein vraagt wat filosoferen voor hen betekent, zullen ze waarschijnlijk antwoorden dat het nadenken over het leven is. Het is de meest gehoorde omschrijving van filosoferen, maar helaas ook de meest vage.

Hoeveel van je vrienden denken werkelijk zo diepzinnig na over iets dat heel algemeen en toch zo onduidelijk is? En moet je niet eerst grijs zijn om wijs te zijn? Of ken je soms leeftijdgenoten die al uit een rijke bron van levenservaring mogen putten?

Een wijsneus die beweert over het leven na te denken, zal uitgelachen worden. Laat ze maar lachen. Een wijsneus is immers heel iemand anders dan een snotneus.

Filosofen hoor je overigens niet al te veel zeggen over ‘leven’. De vraag ‘wat is leven?’ blijkt een van de moeilijkst te beantwoorden filosofische vragen. Dus is het wijzer deze vraag te ontwijken en over andere makkelijker onderwerpen te filosoferen. Laat je in ieder geval niet weerhouden om over het leven na te denken. Heb je er iets over te zeggen dan moet je dat gewoon doen. Want als je al bij voorbaat rekening gaat houden met de (meestal negatieve) reacties van anderen, dan kan je beter stoppen met je mening te geven. En als je jezelf nog meer te kort wil doen, dan moet je maar stoppen met nadenken en doen wat de anderen je zeggen te doen.

Het probleem met ‘leven’ is dat wetenschappers niet precies weten wanneer het leven begint en wanneer het ophoudt. Is het leven in moeders buik begonnen op het moment dat het zaadje en het eitje elkaar succesvol ontmoeten of wanneer de toekomstige moeder het eerste schopje tegen de buikwand voelt? Heeft het leven het lichaam verlaten op het moment dat de hersenen niet meer werken of wanneer nagels en haren niet meer groeien?

Planten schijnen ook te leven wanneer ze groeien in de zomer en zich koest houden in de winter. Maar het leven van planten is toch iets anders dan het leven van mensen en toch spreken we in beide gevallen over ‘leven’. Het schijnt ook zo te zijn dat wij een ‘hogere’ vorm van leven bezitten dan de planten, omdat wij ontwikkelder en ingewikkelder zijn. Maar hoe zit het dan met patiënten die in coma liggen en als planten in leven gehouden worden? Zijn zij ineens ‘lager’ geworden? Zouden puistjes die uitgeknepen moeten worden ook bezield zijn?

Wil de echte plant opstaan?


Denk je beter na met je mond open ?

Als je tien grijze wijzen met elk hun eigen mening over het leven zou uitnodigen voor een groepsgesprek op tv en je zou ze verbaal hun gang laten gaan, dan zou de vraag ‘wat is leven?’ niet echt beantwoord worden 

Als ze van mening hadden durven veranderen en aan zichzelf hadden durven twijfelen, waren ze al lang niet meer de specialist op het gebied van ‘leven’. Dan waren ze wel begonnen met filosoferen!

Het probleem is dat je behalve nadenken ook moet praten om te kunnen filosoferen. Dat praten is niet gelijk aan raaskallen, klesseblessen, koffiekletsen of een grote bek opzetten. Bij dat praten moet je nadenken over wat je gaat zeggen. En terwijl je dat zegt, moet je ook blijven nadenken.

Als je spreekt en nadenkt tegelijk kan je altijd nog op andere gedachten komen.

Filosoferen is praten en nadenken in één adem. Met dat vreemde samenspel verhelder je je gedachten. Beetje bij beetje, nooit helemaal.

Zal het eens gedaan zijn met al die misverstanden ?

Als we in een wereld zouden leven waarin alles zo klaar als een klontje zou zijn, dan zou er helemaal niet meer gefilosofeerd hoeven te worden. Dan zijn we uitgepraat, nietwaar?

De filosofie zou eindigen wanneer alle filosofische problemen opgelost zouden zijn. Zou dat echt kunnen ?

Zolang er mensen zijn, zullen ze blijven nadenken en vergeten wat er ook al weer in het verleden gezegd is.

^ top ^

Ken jij het Enig Ware al ?

Stel dat de mensen zo knap en geduldig zullen zijn dat ze inderdaad over alles gesproken en nagedacht hebben. Dan zal er geen nieuwe kennis meer gevormd hoeven worden. Als alle misverstanden uit de weg geruimd zullen zijn, dan zal er zoiets als de Enig Ware Kennis ontstaan en kinderen zullen alleen hoeven te filosoferen om de Enig Ware Kennis te bereiken.

En waar beter dan op school zal je de Enig Ware Kennis aan de kinderen kunnen leren? En wie controleert dat de Enig Ware Kennis ook de Enig Ware Kennis blijft?

De politici en de geleerden zullen de koppen bij elkaar steken en iemand aanwijzen die als een soort verkozen president de titel ‘de Enig Ware Kenner’ toebedeeld krijgt.

Maar wie controleert de ‘Enig Ware Kenner’? En wie zorgt ervoor dat de president geen kwaadaardig figuur wordt? En hoe zorgt de ‘Enig Ware Kenner’ ervoor dat hij of zij zichzelf niet gaat bedriegen?

Gelukkig zullen we (hopelijk) niet in zo’n wereld terechtkomen. Door te filosoferen kan je je kennis alleen maar vermeerderen of verdiepen of - wat weleens nodig is - vervangen.