|
kan
je met fmk woorden aan gedachten verbinden ?
Eigenlijk
niet. Het is niet zo dat een filosoferend kind tussen woord en gedachte
hangt of dat het de bindende factor is. |
 |
Gedachten
kan je hebben, maar zolang je ze niet onder woorden weet te brengen,
hebben de anderen die je aan willen horen er niets aan. Het helpt
als je veel woorden kent en goede zinnen weet op te bouwen. Maar om
te beweren dat een slimmerik meer gedachten heeft dan een baby of
een peuter vind ik te ver gaan. Filosoferen is het leren verhelderen
van je gedachten. Een baby zal dus minder goed in staat zijn om te
filosoferen dan een kind dat goed met taal om kan gaan. De taal
helpt om de gedachten onder woorden te brengen en in sommige
gevallen zou de taal zelf je op gedachten kunnen brengen. Maar de
gedachten die in het hoofd van een kind dwarrelen worden er niet
door vermeerderd. Ik wil dus niet zeggen dat in een hoofd een
precies aantal gedachten zitten zoals er in het brein een precies
aantal hersencellen zitten.
oersoep
met gedachten
Laat
ik de gedachtenwereld (zit in je hoofd) vergelijken met het onstaan
van het heelal. De hoeveelheid materie was voor de grote knal
evenveel als erna; het enige verschil met voor en na is dat de
materie nu herkenbaar is in sterren, planeten, gassen, meteoren en
dergelijke en dat we de situatie voor de grote knal maar oersoep
noemen omdat we er niet veel van kunnen weten. Hetzelfde geldt voor
de gedachtenwereld: gedachten zijn pas herkenbaar als ze helder
onder woorden zijn gebracht. Misschien dat we de gedachten van de
baby oergedachten moeten noemen ? Dan is er nog het probleem van
helderheid. Voor de een kan de werking van het heelal zo klaar als
een klontje zijn, want hij of zij heeft als eens een boek over
astronomie opengeslagen. Een ander heeft nooit een boek over het
heelal opengeslagen, maar barst van de fantasie en maakt een geheel
eigenzinnige theorie over de werking van het heelal. Om te beweren
dat de theorie van de een helderder (of juister) is dan de ander kan
historisch gezien wel. Een Griekse natuurfilosoof heeft het dan
minder bij het juiste eind dan de gemiddelde student astronomie van
nu. Maar voor zijn tijd had die Griekse natuurfilosoof wel een
heldere theorie en gingen zijn stadstaatgenoten ermee akkoord.
^
top ^
is
de helderste gedachte de meest talige ?
Wie
ben ik om te zeggen dat de een zijn gedachten helderder onder
woorden kan brengen dan de ander. Ik kan alleen maar beweren dat de
een taalvaardiger is dan de ander. En is iemand helderder naarmate
zijn zinsstructuren ingewikkelder worden en zijn woordenschat
uitgebreider ? Bij het leren verhelderen van gedachten wordt weleens
het belang van eenvoud over het hoofd gezien. Er zijn zelfs
woordkunstenaars die hun gedachten met al die taal om zeep kunnen
helpen en met hun lange zinnen eindigen in gemompel. Het excuus is
dan dat de reeks van gedachten nog niet uitgedacht is. Maar daar
geloof ik niks van. Ik vermoed dat de vorm (in dit geval de taal) de
inhoud (de gedachten in het hoofd) voorbijgerend is.
|
|
vissers
en gedachten
Filosoferen
is dan ook niet alleen praten, praten en nog eens praten, filosoferen is
telkens kijken of de gedachten die je onder woorden wil brengen en de
woorden die je kiest met elkaar overeenkomen. Herinnering speelt hierbij
een belangrijke rol: je moet je niet alleen herinneren wat het begin van
je zin is, maar je moet ook onthouden wat de gedachte is die je in het
begin onder woorden wilde brengen. |
 |
Het
gebeurt vaak genoeg dat je vergeten bent wat je ook alweer wilde
zeggen. Dat is helemaal niet erg, hoor. Denken gaat ook zo
verschrikkelijk snel. Sneller dan je ze onder woorden kan brengen.
Fmk is proberen de gedachten met woorden te vangen zoals je met een
hengel een vis probeert te vangen. Je ziet de dobber weliswaar
bewegen maar wanneer heb je beet ? Je kunt het haakje in het
troebele water immers nooit zien. Je vermoedt dat er een vis van het
aas eet maar wanneer bijt hij in het haakje ? Filosofen (als
vissers) weten niet alles heel precies; maar ze kunnen wel goed
vissen, pardon, gissen.
|
|
leer
je pas echt denken met de filosofie ?
Het
klinkt misschien vreemd, maar ik heb deze vraag als een stellige
bewering in een filosofieboek zien staan. Het grote bezwaar is dat
sommige filosofen echt vinden dat zij het echte ware grote denken
hebben uitgevonden en bereid zijn deze kennis uit te dragen, mits de
onwetende schaapjes naar het altaar van de priester-filosofen komen
om ritueel geslacht te worden. Het woordje 'echt' stoort mij; alsof
de heren filosofen de waarheid in pacht hebben en het boek der
wijsheid alleen maar hebben open te slaan om eruit te citeren.
Echter, het probleem van de zelfingenomenheid is geen louter
filosofisch probleem, maar een algemeen menselijk gebrek.
Zelfingenomenheid verblindt en compenseert; het is soms nodig om
jezelf te beschermen, maar om vanuit zo'n positie te gaan
filosoferen met kinderen is ronduit belachelijk. Ik ben trouwens van
mening dat je jezelf als goed én als slecht mens moet kunnen zien.
Aan alles en iedereen zitten twee kanten. Het gaat erom dat je
constant tracht jezelf in evenwicht te houden.
|
|
help
! een gedachte die zichzelf denkt ! ie !!!
Als
je leert denken, zou je voordien in een staat verkeerd te hebben, niet te
denken. Wat onmogelijk is. Want je denkt altijd toch ? Als concreet denken
wordt beschouwd als lager denken en abstract als hoger, zou het echte
denken zich dan op het allerhoogste niveau van abstractie bevinden ?
Helaas (en gelukkig) vinden de meeste mensen de meest abstracte gedachte
de meest onbegrijpelijke en daardoor ongrijpbare. Misschien dat er een
kloof ontstaat tussen gewone mensen en filosofen ? |
 |
Flauwekul,
filosofen zijn ook maar mensen en leren nog altijd denken. Denken in
filosofische zin is een continu proces; het komt nooit op een
eindpunt aan zodat er niet meer gedacht hoeft te worden. Misschien
dat de hoogste gedachte de zichzelf denkende gedachte is, een soort
perpetuum mobile en de denker zelf meetrekt in een wereld die
zichzelf afsluit voor de gewone wereld. Als iemand heel veel heeft
nagedacht over de problemen van de filosofie, deze problemen denkt
opgelost te hebben en dan zegt dat daarmee de filosofie ten einde
is, dan heeft die persoon zich gewoon moegedacht. Gelukkig is het
diezelfde filosoof die later beweerde dat filosoferen het
verhelderen van je eigen gedachten is en talige misverstanden helpt
voorkomen. Als iemand beweert dat alleen filosofen echte gedachten
kunnen hebben, dan vermoed ik dat deze persoon zijn of haar eigen
gedachten nog niet heeft verhelderd en een misverstand helpt geboren
worden.
is
twijfelen oké ?
Als
kinderen filosoferen proberen ze de anderen ervan te overtuigen door
te zeggen dat ze het zeker weten. De behoefte aan zekerheden is
volgens mij een aangeleerde behoefte. Kinderen zien hoe volwassenen
zekerheden uiten en copiëren dat gedrag. Maar twijfelen is helemaal
niet zo erg, hoor. Het is juist gezond om te twijfelen als je
filosofeert. Telkens als je iets beweert, moet je jezelf afvragen of
het wel juist is wat je daarnet hebt beweerd. Zo'n instelling dwing
je tot nadenken terwijl je spreekt. Ook volwassenen zouden eens
moeten durven twijfelen. Dan zouden de politici bij voorbeeld
eindelijk eens kunnen toegeven dat ze een fout gemaakt hebben. Maar
nee, zo open en vrij is de wereld van de volwassenen niet. De wereld
van kinderen is gelukkig nog niet zo ernstig vervuild door
koppigheden. En als ik nog even mag terugkeren naar wat ik boven heb
gezegd: als het doel van onderwijs en opvoeding het bevorderen van
goed leven is, dan vind ik dat leerkrachten de kinderen moeten leren
twijfelen terwijl ze spreken en denken.
^
top ^
ik
denk terwijl ik denk, maar zeker is het niet
De
twijfel is een moment waarin die woordenstroom en gedachtenstorm
worden gestopt. Het is dan alsof de denker naar zichzelf terugbuigt
en denkt over wat er gezegd is. De vraag is dan: ben ik er wel zeker
van ? of zou het ook anders kunnen zijn ? Zo'n moment van reflectie
is veel te weinig aanwezig in onderwijs en opvoeding. Kinderen
worden geleerd goed te luisteren door hun oren goed open te houden
en niet tegen te sputteren want de volwassenen zijn aanhet woord en
die weten het nou eenmaal vééééééél beter. Je hebt ook van
die dwarse kinderen die de manier van luisteren en braaf opzitten
zat zijn en zich afsluiten. En de volwassenen denken dat die
kinderen denken dat ze het vééééééél beter weten. Als het
systeem van onderwijs en opvoeding nou niet eens zo opdringerig zou
zijn dan zouden kinderen en volwassenen mogen twijfelen. En weet je
al dat met de twijfel de moderne filosofie is begonnen ? Het zoeken
naar echte kennis en het vinden van onbetwijfelbare waarheden ( in
de filosofie helaas een schaars goed ) zijn alleen maar gevonden
door te durven twijfelen. nou moet je niet gelijk gaan twijfelen aan
een som als drie maal vier is twaalf of aan de verleden tijd van
"kunnen", maar je kan bij voorbeeld wel filosofisch
twijfelen. Je kan bij voorbeeld twijfelen over de stelling: het is
zeker dat je door te twijfelen tot stellige zekerheden komt.
is
het belangrijk vrij en zelfstandig te (leren) denken ?
Voor
het individu wel maar de maatschappij kan zich met zo'n ideaal
behoorlijk in de nesten werken. Het verkondigen van andermans
meningen is echter wel hetzelfde als het hebben van geen mening.
Voor de mentale ontwikkeling van een persoon is dat funest, maar een
staat als Nederland en België kan zich met napraten goed overeind
houden tussen de reuzenstaten die op dit moment een
identiteitscrisis meemaken en liefst geen tegenspraak hebben. Als
een persoon zo bits zou reageren wanneer iemand tracht gedachten uit
te spreken, dan de spreker het idee krijgen dat er hier en nu niet
vrij en zelfstandig gedacht mag worden.
|
|
woudkind
versus dorpskind
Denken
kan alleeen maar op gang komen wanneer het van buitenaf gestimuleerd
wordt. Een kind zal nooit leren praten wanneer er nooit tegen gesproken
wordt. Zo ook met denken, hoewel we gedachten niet telepatisch aan elkaar
overbrengen maar via het medium dat we taal noemen. De gedachten die we
overbrengen worden immers verwerkt tot woorden, begrippen, zinnen. Het
woudkind dat dankzij beren of wolven kan overleven en op zijn negende
dorpskinderen ontmoet zal niet kunnen spreken of denken, maar het zal wel
willen leren. |
 |
Of het woudkind kan leren is een andere vraag en dat het moet leren
om te kunnen worden opgenomen in de menselijke samenleving staat
buiten kijf en zegt tegelijkertijd veel over het dwingende karakter
van leren.
sturen
of niet sturen ?
Het
denken kan echter niet vanzelf tot stand komen en het zal
waarschijnlijk niet op gang kunnen blijven zonder enige prikkeling
van buitenaf. Als het denken als een auto gezien wordt en de
brandstof en het onderhoud als de stimulans, begrijp je dat je niets
hebt aan een auto zonder olie, benzine of diesel. Je kan schakelen
wat je wil zo'n auto, hij zal heus niet starten. Er zijn ook auto's
met een groter vermogen zoals er personen zijn met meer
denkmogelijkheden. De samenleving is helaas opgebouwd op denkwegen
die reeds gelegd zijn en in feite heb je niet veel aan krachtiger
motoren als je je aan de maximumsnelheid moet houden. Kinderen
worden geleerd om - ongeacht hun denkpotentie - de regels op de
denkwegen te respecteren. Te hard rijden wordt bekeurd en als je te
langzaam rijdt, word je nog van de weg gehaald ook. Dan heb je nog
van die terreinwagens die denkpaden leggen op een afgelegen stuk
terrein. Het is creatief, maar je hebt er niet veel aan als je na in
de modder gereden te hebben toch weer de reguliere weg op moet. En
modder op de wegen wordt als hinderlijk beschouwd !
|
|
tanken
of denken ?
Als
het denken eenmaal ontwikkeld is, kan het zichzelf wel bijsturen en,
indien nodig, corrigeren. De invloed van buitenaf op de innerlijke wereld
van het kind is enorm. Hele leerprogramma's met een hiërarchische
prestatie- en beloningsstructuur moeten afgewerkt worden. Dat moet ook
wel, want de wereld die wij volwassenen opgebouwd hebben, is bijzonder
complex. Een kind moet zijn weg vinden in de grote, boze wereld om aan de
verbetering of het onderhoud van die wereld bij te dragen én het moet als
volwassene zich "op zijn plaats" (lees: gelukkig) voelen. Om
terug te keren naar de metafoor van de denkwegen: het kind moet leren
kaartlezen, autorijden en de verkeersregels kennen. |
 |
Fmk is echter geen tankstation of zelfs geen brandstof, want
daardoor zullen we niet in staat zijn om de situatie waarin wij ons
bevinden te kunnen overdenken; we zouden alleen maar autorijden
zoals iedereen autorijdt. Vrij en zelfstandig denken impliceert
minstens dat we nieuwe denkwegen zouden kunnen leggen om
bijvoorbeeld de oude, versleten en misschien wel omslachtige te
vervangen.
theatraal
neutraal !
Onderwijs
en opvoeding stimuleren het denken, vormen het, maar belemmeren het
ook. Het gevaar van overbelasting dreigt. Het kinderlijke denken
wordt gedwongen te voldoen aan vooraf opgelegde voorwaarden. Om dat
dwingende karakter van het leren denken zo veel mogelijk uit te
schakelen, wordt degene die het kind iets leert, geacht zo neutraal
mogelijk te zijn. Nu proberen sommige fmk-gespreksleiders het
reageren op het vertoog van kinderen zo lang mogelijk uit te stellen
door zo lang mogelijk te luisteren. Maar met al dat gezwijg (het
maakt een wijze indruk, nietwaar?) voorkom je niet dat je met je
eerste vraag het denken een bepazalde richting uit hebt gestuurd.
Het is onmogelijk neutraal te zijn want er is altijd interactie,
zowel verbaal als nonverbaal.
^
top ^
|
|
vrij
opgelegd of opgelegd vrij ?
Zo
is vrij en zelfstandig leren denken zo goed als onmogelijk geworden ? Ik
moet wat genuanceerder zijn hier. Ik bedoel te zeggen dat het ideaal van
volledig vrij en zelfstandig denken niet realiseerbaar is. Maar je zou het
ideaal wel kunnen benaderen ! |
 |
Zo is het ideaal van de goede samenleving utopisch, maar om dan
gelijk maar van deze samenleving een zooitje te maken, is ook niet
de bedoeling. Ik heb het idee dat iedereen gebaat is bij een betere
samenleving en dat die samenleving daarom ook verbeterd kan worden.
Zo ook met vrij en zelfstandig denken. Als we zouden beslissen dat
we moeten denken zoals Grote Broer (Big Brother) het nodig vindt,
dan zouden we onze kinderen nooit meer kunnen inspireren tot
creatief denken. Denken volgens een opgelegd plan is immers geen
denken. Creatief denken is allerlei zijpaadjes opgaan, soms een
doodlopende weg ingaan en dan weer teruggaan de grote weg, soms
lekker hard kunnen rijden, af en toe tuffen, en ook wel eens
vergeten te tanken. Ik mag echter alleen hopen dat fmk
kinderen inspireert tot creatief denken. Het klinkt niet bepaald
hoopgevend maar volgens mij staat of valt de praktijk van fmk
met de inbreng van de gespreksleider. Hoe autoritair of permissief
of autoritatief is die persoon, over hoeveel zelfkennis en
filososofische kennis beschikt deze, hoe goed kan hij luisteren en
zich inleven ?
denken
kinderen sneller en vluchtiger dan volwassenen ?
Het
blijkt zo te zijn dat denkende volwassenen (je hebt in ons deel van
de wereld ook volwassenen die kippen zonder kop leven en denken)
langer denken. Doordat ze langer denken schijnen ze in staat te zijn
om dieper te denken. Doordat ze meer denken schijnen ze in staat te
zijn om bepaalde gedachten van een solide fundament te voorzien. Ik
vraag me af of de snelheid van het denken gemeten kan worden. Ja,
misschien dat er door een instrument meer hersenactiviteit gemeten
wordt, maar dat houdt niet in dat er meer of sneller of beter of
dieper gedacht wordt. We zouden de gedachten ook kunnen meten door
te kijken wat voor zinnen er uitgesproken worden of wat voor theorieën
er uitgedokterd worden. Nu is het wel een gegeven dat het beschikken
over een bredere woordenschat en het gebruik maken van complexere
zinnen vol bepalingen en bijzinnen, een indicatie is van
intelligentie. Maar niemand zal durven beweren dat dankzij een goed
ontwikkeld verbaal vermogen er ook beter gedacht kan worden. Je zou
slechts kunnen stellen dat je je gedachten dan beter onder woorden
kan brengen.
|
|
de
gedachtestroom: een waterval of een sloot ?
De
oppervlakkigheid van het denken wordt volgens mij bepaald door de inzet
van de spreker. Dus hoe bewuster de spreker iets wil zeggen, hoe gerichter
zijn of haar denken wordt. En hoe gerichter het denken wordt, hoe minder
oppervlakkig en (dat komt op hetzelfde neer) hoe minder vluchtig. Ik kan
niet zeggen dat kinderen minder gericht denken dan volwassenen; ze kunnen
soms heel lang bij een onderwerp stilstaan. |
 |
|
de
volwassen en de kinderlijke gedachte.
Nu
kan niet ontkend worden dat juist de volwassenen - uit een soort van
gemakzucht (dat weer lijkt op een uitgesleten en veel te vaak
betreden denkweg) - vluchtige gedachten uiten. Een populair
onderwerp is bij voorbeeld het weer. Het weer zou het begin van een
gesprek kunnen vormen, maar vaak blijft de interactie tussen
volwassenen steken bij het naar elkaar toewerpen van
semi-meteorologische kennis. Zouden volwassenen ook vluchtig denken
omdat ze als kinderen niet beter weten ? En zou het aanleren van
alle regels om optimaal te kunnen meedraaien in de samenleving het
vluchtige denken doen stoppen ? Mooi niet ! Ik denk dat kinderen
flexibeler en veranderlijker kunnen denken. Maar wendbaarheid in het
denken wordt helaas niet beschouwd als een deugd. Degene die snel
van mening verandert, krijgt het stempel van onstandvastig te zijn.
Ik worstel bijvoorbeeld met mijzelf als ik twee tegengestelde
meningen krijg te horen. Om de een of andere reden word ik geacht
partij te kiezen en de ene persoon gelijk te geven en de andere
ongelijk. Maar ik vind dat ze allebei gelijk moeten kunnen hebben
wanneer ze beiden over een goed onderbouwde argumentatie beschikken.
Eigenlijk vind ik dat een persoon twee meningen erop na moet kunnen
houden. Om het in een groter verband te trekken: in elke verkondigde
mening zitten pro's en contra's. Ook kinderen kunnen leren zo naar
een mening te kijken. Fmk bevordert die manier van kijken.
Het is niet de bedoeling om over andermans verkondigde mening te
rollen, of anders gezegd: het is niet de bedoeling de kinderen snel
en vluchtig te leren denken. Bij fmk wordt overwogen
nagedacht. Dat zou de manier kunnen zijn waarop verstandige
volwassenen kunnen spreken.
kunnen
kinderen beter filosoferen dan volwassenen ?
Kinderen
reageren spontaner dan volwassenen. Het besef van alle regels en de
kennis van alle wegen maakt een volwassene in ieder geval
behoedzamer. Dat zou inhouden dat kinderen beter kunnen filosoferen
omdat ze minder weten, en hoe meer je weet, hoe behoedzamer je bent,
en hoe minder je weet, hoe spontaner je nog kan reageren zonder je
gehinderd te voelen door al die impliciet aanwezige regels. Het
beeld dat hier van interactie wordt geschetst lijkt me niet geheel
juist. Voor een volwassene kan het besef van al die regels zo
beklemmend dat hij of zij juist spontaan gaat reageren. En gelukkig
lopen er nog volwassenen rond die durven van mening te veranderen of
durven kritiek te leveren. En gelukkig leven wij weer in een
samenleving (de grote, boze wereld dus, die niet altijd hééééééél
boos is) die kritiek toelaat.
ben
je serieus of speel je als je filosofeert ?
Als
onder filosoferen het verhelderen van je eigen gedachten, of het
helder verwoorden van je eigen gedachte, of het kunnen corrigeren
van je eigen mening, of het kunnen verwoorden van misverstanden,
wordt verstaan, dan moet ik toegeven dat (verstandige) volwassenen
beter kunnen filosoferen dan (verstandige) kinderen. Ik geloof wel
in de originaliteit van het denken van kinderen; volwassenen maken
veel te vaak gebruik van veelvuldig betreden en daardoor uitgeslepen
denkwegen. In een kind schuilt (in de regel) meer openheid dan in
een volwassene. Volwassenen zijn vaak al gevuld en af en daardoor
heeft het filsoferen voor hen al minder nut. Want waarom zou je je
eigen gedachten verhelderen als die als zo klaar als een klontje
zijn, nietwaar ? Kinderen kunnen nog spelen met gedachten,
volwassenen hebben dat talent verspeeld. Als filosoferen wordt
gezien als spelen met gedachten, dan kunnen kinderen dat veel beter
dan volwassenen. En laat het nou ook zo zijn dat je je eigen
gedachten kan verhelderen als je nog kan spelen met die gedachten.
Maar zo wendbaar zijn in het hoofd is voor een volwassene wel heel
erg vermoeiend. Voor een kind minder.
^
top ^
wanneer
fantaseer je en wanneer filosofeer je ?
Als
het inderdaad mogelijk is om de werkelijkheid in een model te gieten
zonder de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen (hetgeen
onmogelijk is te voorkomen) dan fantaseer je met je verbeelding en
filosofeer je met je verstand. Nu zijn "verbeelding" en
"verstand" weliswaar in het hoofd geplaatst maar niet
aanwijsbaar. Dus ook hier is aan inhoud vorm gegeven door met twee
termen op de proppen te komen, zodat er een theorie over de
mysterieuze werkingen onder de hersenpan kan worden gegeven. Het is
algemeen aangenomen dat je met je verbeelding beelden produceert en
met je verstand gedachten. Maar de ene gedachte is de andere niet.
Als ik denk over een wiskundig probleem, dan denk ik abstracter dan
wanneer ik denk over de conditie van de grasmat in mijn tuin (veel
mos). Maar wanneer is een gedachte helder ? Als deze abstracter is
of juist concreter ? Kinderen zullen zeker zeggen dat een beeldende
gedachte helderder is; maar sommige filosofen zouden zeggen dat de
helderste gedachte het helderst onder woorden gebracht is.
|
|
de
afstand tussen verstand en verbeelding
Een
gedachte kan verhelderd worden door een beeldend voorbeeld te geven. Een
filosofische uitspraak (die bestaat uit een zin) die bij voorbeeld vaag
overkomt kan verduidelijkt worden door een beeldend voorbeeld te geven. Zo
kan die vage uitspraak helder worden zonder dat de woorden veranderd
moeten worden. Bij het vormen van kennis speelt de verbeeldingskracht een
ondersteunende rol. |
 |
Het verstand, dat rationaliseert wordt gedwongen helder (dus
visueel) over te komen bij degenen die willen filosoferen maar het
terrein van de filosofie nog maar pas betreden hebben. Kinderen
fantaseren meer dan dat ze filosoferen. Ze willen de filosofische
vraag die ze gesteld is voor henzelf verduidelijken. Dat is mogelijk
maar het fantaseren moet niet de overhand nemen. En hoewel de grens
tussen filosoferen en fantaseren niet scherp gesteld kan worden (er
zijn immers beelden en gedachten, maar ook beeldende gedachten) moet
een gespreksleider toch wel het overzicht houden en nadruk leggen op
het filosofische gehalte en minder op het fantastische. Echter,
filosoferen zonder fantaseren is een gortdroge bezigheid. Misschien
dat filosofie daarom zo droog overkomt ? Fantaseren zonder
filosoferen is een vrijblijvend gedoe. Misschien dat fmk
daarom zo onsamenhangend overkomt ?
moet
je goed kunnen fantaseren om te kunnen filosoferen ?
Door
beeldende voorbeelden aan te dragen die kinderen aanspreken, worden
filosofische uitspraken verduidelijkt. Dat houdt niet in dat de
filosofische uitspraak wordt verbeterd door een mooi voorbeeld.
Goede leraren in de filosofie kunnen hun vak goed uitleggen wanneer
ze met hun manier van uitleggen tot de verbeelding spreken. Maar
daarmee wordt de filosofie niet verbeterd. Goede filosofen
verbeteren de filosofie wanneer zij nieuwe filosofische kennis
vormen. Een leraar in de filosofie mag natuurlijk wel een filosoof
zijn, maar wanneer hij of zij voor de klas staat en tracht een
nieuwe filosofische theorie te ontwikkelen dan zullen er niet veel
leerlingen zijn die hem of haar kunnen volgen. Ik hoop dat kinderen
tijdens fmk bezig met het ontwikkelen van hun eigen
filosofische theorieën. Zij spreken dan niet alleen uit wat ze
denken te weten, maar ze proberen het denken ook uit. Het is alsof
zij bezig zijn met het vormen van gedachten, of het bepalen van een
positie, tijdens fmk. Omdat het filosoferen van kinderen zich
op een veel concreter niveau bevindt dan een filosoof die al tien
boeken heeft geschreven en er een stuk of duizend heeft gelezen, kan
een gezonde portie verbeeldingskracht van nut zijn.
|
|
het
waterpeil van de rivier
Maar
iemand die goed fantaseert is meestal iemand die ongebreideld fantaseert.
Fantaseren moet gestuurd worden om het filosoferen te kunnen ondersteunen.
Door meer belang te hechten aan filosoferen dan aan fantaseren wordt het
fantaseren begrensd. Om een beeldend voorbeeld te gebruiken, beschouw ik fmk
als een rivier. Fmk droogt uit wanneer fantaseren verboden wordt, fmk
overstroomt wanneer het fantaseren niet aan banden gelegd wordt.
Beheersing is het motto bij fmk, niet overheersing. Het
tegengestelde van overheersing is in dit geval desinteresse of onkunde van
de gespreksleider. |

|
|
misverstand en misvatting
Als
kinderen een rijke fantasie en een brede kennis van de taal waarin
ze spreken, kunnen ze inderdaad beter filosoferen dan iemand die
slecht Nederlands spreekt en niet in staat is om direct te reageren
op een vraag. Ik heb weleens moeten meemaken hoe een kind bij een
filosofische vraag, vertelde over zijn vader die lui op de bank zat
maar wel zijn tanden poetste. Ik begreep er in eerste instantie niet
veel van (zijn Nederlands was niet erg goed; ik begreep de relatie
met de vraag (kan je in je droom denken ?) die ik stelde niet) en
vroeg hem het nog een keer te zeggen. Maar toen poetste de vader de
tanden van het jongetje en bleek de televisie het die avond niet te
doen. Het antwoord op een filosofische vraag hoeft niet per se
filosofisch te zijn, maar moet wel een min of meer direct verband
met de vraag hebben. Er moet geprobeerd worden om logisch te
redeneren. Vragen moeten het logisch redeneren bij kinderen
bevorderen. Die logica moet nou ook weer niet aan strenge wetten te
voldoen; de zinnen die uitgesproken worden moeten wel te volgen
zijn. Er moet bij fmk wel een rode draad gevolgd worden. Afwijken
van het onderwerp mag en ernaar terugkeren is zeker geen indicatie
dat het voorgaande los gefantaseer was en geen strak gefilosofeer.
Los filosoferen kan, zonder te ontaarden in een flauwekulgesprek. Ik
ga er overigens van uit dat alle kinderen logisch kunnen
filosoferen. Soms zit er in de logica een kink in de kabel omdat er
iets te veel gefantaseerd wordt, soms maakt men een (logische)
denkfout. Ik heb ook gewerkt met licht verstandelijk gehandicapte
jongeren; ook zij kunnen logisch denken. De boodschap komt anders
uit de mond, maar de inhoud is als die uit de mond van jongeren
zonder verstandelijke handicap (bestaan die eigenlijk wel ?)
^
top ^
moet
je goed kunnen filosoferen om te kunnen fantaseren ?
Je
zou kunnen zeggen dat dit een onzinnige vraag is. De omgekeerde
vraag bleek wel beantwoordbaar, maar over deze willen we niet eens
nadenken. Welnu, dan moet ik je erop wijzen dat we aan impliciet hiërarchisch
voorkeursdenken doen. Racisten doen dat expliciet en hun onderwerp
doet wat minder fris aan dan fmk. Maar het bepalen van een
positie in een gesprek gebeurt nog vaak door jezelf op een hoger
plan te zetten dan degene met (of tegen) wie je spreekt. Er zijn er
die zich op een lager plan zetten. Socrates was er zo eentje; hij
beweerde dat hij van niets wist, maar ondertussen werkte hij aan de
afbraak van de schijnkennis van zijn gesprekspartner.
lager,
hoger of ertussen ?
Fantaseren
wordt op een lager plan gezet dan filosoferen, want wij houden van
logica, beheersing en overzicht. Toch kan het verstand een
regulerende werking hebben op de verbeelding. Als de verbeelding een
koets met een span paarden zou zijn dat zich door een donker bos
worstelt, en de man achter de teugels het verstand, dan zal van de
verbeeldingskracht gebruik gemaakt worden door deze te sturen. Aan
deze metafoor kleeft wel een bezwaar; het verstand zie ik helemaal
niet als een helder licht. Het verstand is voor mij altijd in
ontwikkeling. Het kan zich vergissen, het kan zijn fout inzien en
weer goedmaken, het kan zichzelf ook uitschakelen. Bij fmk
wordt geprobeerd de werking van het verstand te prikkelen. Er moet
vermeden worden het iets op te leggen. Want bij filosoferen gaat het
er juist om dat kinderen zelf met antwoorden komen. Helaas zijn er
volwassenen die kinderen liever dwingen dan sturen. Het impliciet hiërarchisch
voorkeursdenken is dan ook vooral bij volwassenen aanwezig. Kinderen
worden ermee besmet. Om te beweren dat fmk een doeltreffend
tegengif is, vind ik wel wat ver gaan.
fantasie
of werkelijkheid ?
Fantaseren
schijnt bij kinderen bovendien een vanzelfsprekendheid te zijn die
als eigenschap langzaam opdroogt naarmate het kind groeit en
volwassen wordt. Het realiteitsbesef neemt de plaats in van het
fantaseren en het onaffe kind is een affe volwassen geworden. Nou,
mooi niet ! Ten eerste, ga ik niet akkoord met de stelling dat het
kind geen realiteitsbesef heeft. Kinderen hebben misschien minder
kennis van de werkelijkheid maar daarom hoeven ze toch geen slecht
werkende intuïtie (een voorgevoel dat wordt gevoed door inzicht en
opgedane ervaring) te hebben ! Het is wel zo dat realiteitsbesef bij
volwassenen de fantasie beperkt en dat de fantasie van het kind de
leemte invult van zaken waarvan het niets kan weten. Maar wordt de
fantasie dan niet gestuurd door die intuïtie ?
hoe
meer realiteit, hoe minder fantasie: minder of meer filosofie ?
Bovendien
zit ik met het probleem van het fantaseren dat het filosoferen
schijnt te beperken, en zelfs in een filosofisch gesprek hinderlijk
kan zijn. Als fantaseren minder wordt naarmate realiteitsbesef
groeit, en er op redelijke wijze gefantaseerd moet kunnen worden om
te filosoferen, zou dan weinig realiteitsbesef het filosoferen
kunnen stimuleren ? Als dat laatste het geval zou zijn, dan zouden
volwassenen met veel realiteitsbesef niet meer kunnen filosoferen.
Hetgeen onjuist is, want er kan juist wel veel over de werkelijkheid
gefilosofeerd worden. Daarenboven zou het filosoferen van kinderen
iets anders zijn dan wat volwassenen doen. En we kunnen toch
aannemen dat het in elkaars verlengde ligt. Ik ben er ook niet
helemaal uit of filosoferen een vanzelfsprekendheid is of een
aangeleerde activiteit. als ik beweer dat filosoferen het leren
verhelderen van gedachten is, dan zijn zowel volwassenen als
kinderen bezig met leren filosoferen. Als filosoferen een
vanzelfsprekendheid is, dan begrijp ik niet waarom er zo veel boeken
geschreven worden om te leren filosoferen.
als
je af bent, moet je dan niet meer leren ?
Wel
is het zo dat kinderen eerder geneigd zijn om te filosoferen dan
volwassenen. De laatsten beschouwen zichzelf als ontworpen en af, en
ze worden meer omgeven en beheersd door vanzelfsprekendheden. Maar
dat wil niet zeggen dat volwassenen hun verstand niet meer gebruiken
en kinderen juist wel. De ervaringswereld van kinderen is nog open.
En daarom zitten ze op school en leren ze over de wereld en de
positie die zij daarbinnen in kunnen nemen. Helaas is die wereld
moeilijker aan het worden en moeten de kinderen meer en sneller
leren. Maar bij een overladen leerprogramma dreigt het gevaar dat
kinderen gegevens moeten opslaan zodat ze zo veel mogelijk kunnen in
de volgende wereld (ik bedoel de wereld der volwassenen). Het gevaar
is dat kinderen een positie opgelegd krijgen , doordat de manier
waarop ze hun positie kunnen bepalen, hen is opgelegd. Hebben ze
werkelijk zelf kunnen kiezen ? Zullen ze tevreden met die keuze zijn
?
|
|
|
^
top ^
|
Artikel
2. Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 1
Ben
je wel goed wijs als je reist zonder doel?
Op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan
drijven ijsbergen richting zuiden. Ze zijn ‘s zomers afgebroken
van de ijskap die de Noordpool bedekt. Zodra ze in aanraking komen
met de warme Golfstroom, smelten ze snel.
Een troep wijsneuzen beweegt zich kriskras door elkaar
langs de rand van de ijskap. Sommigen laten zich afdrijven naar het
zuiden, anderen houden zich precies langs het afbrekende gedeelte op
en zorgen ervoor dat ze de afstand tussen de ijsbergen niet te groot
laten worden.

Wijsneuzen verstaan de kunst van het inschatten van die
afstand, springen met gemak naar het noorden en durven met het ijs
mee te reizen. Ze schuwen het koude water niet, springen er zelfs in
om het hoofd koel te houden en het lichaam te harden. Soms zijn ze
dagen achtereen alleen op een ijsberg. Maar de eenzaamheid schrikt
ze niet af. Ze lijken haar zelfs op te zoeken.
Door het barre klimaat blijven de gedachten vloeien.
Door al dat bewegen van ijsberg naar ijsberg zullen ze niet stollen.
Het is de kunst gedachten zo lang mogelijk vloeiend te
houden door zo veel mogelijk te bewegen.
Soms drijft een wijsneus iets te ver af naar het warme
en gerieflijke klimaat. Dan is het tijd om gestolde gedachten uit
het hoofd te schudden zoals roos uit het haar en de weg naar het
noorden weer te vinden.

Anatomie van een wijsneus
Wijsneuzen hebben geen thuis. Ze zijn constant onderweg
en in beweging. Staan ze stil dan zal een van die ijsbergen de warme
Golfstroom raken en zullen ze geen wijsneuzen meer zijn. Ze zullen
afdrijven tot in het luxueuze en vervolgens opgaan in het grote men
dat een schijnbaar rustig leven leidt.
Wijsneuzen zijn nomaden in het hoofd. Ze zijn
nieuwsgierig, onderzoekend, stellen vragen, doen graag nieuwe
ervaringen op, twijfelen en weten het nooit helemaal zeker. Ze laten
zich niet inpalmen door de orde die het zittend bestaan overheerst.
Wijsneuzen springen in het hoofd, spelen met gedachten
en laten zich niet gevangen zetten door hun eigen denken.
Het grote men wenst die speelsheid niet meer. Passief
vermaak heeft het zittend bestaan draaglijk gemaakt en het spelende
dier dat men eens was in een kooi gestopt. De zittende mens vergeet
te reizen in het hoofd en beschouwt het filosoferen dat de
wijsneuzen van de ijsbergen doen, als hinderlijk.
Lastige vragen die geen vast antwoord kennen, denken
zonder begin- en eindpunt, denken langs onbetreden paden, denken
zonder nut: het grote men heeft er niets aan. Het houdt van
regelmaat en netjes geordende gedachtengangen onder de hersenpan.
Naarmate men ouder wordt, zet de regelmaat zich
onwrikbaarder vast. Dan is het te laat. In het hoofd is de bouw van
de gevangenis compleet. Het denken voelt zich goed in zijn
cellencomplex. Zelfs het dagelijks luchten van het hoofd gebeurt op
een ommuurde binnenplaats. Veilig: dat wel. Creatief: al lang niet
meer.

Hoe tevreden is een gedachte achter tralies ?
Nomadische denkers begrijpen dat op weg zijn
belangrijker is dan het doel bereiken. Nee, erger nog ! Zij die
menen een doel bereikt te hebben, hechten zich vast en verliezen het
verlangen te reizen.
Wijsneuzen zoeken geen vaste bodem om wortel te
schieten; zij zijn die eeuwige beginnelingen die hun kennis niet als
bezit beschouwen. Uitdijende boekenkasten passen niet in hun hoofd,
slechts nieuwe wegen. Zelfs oude wegen worden door hen niet
onderhouden en aan platgetreden paden hebben ze een hekel.
^
top ^
Maak
je er ook zo’n zooitje van als je speelt ?
Wijsneuzen die van de ene gedachte op de andere
springen, proberen een bewegingsvrijheid uit die de volwassenen zijn
vergeten. Het spelen hebben ze verleerd. Kinderen die alleen maar
spelen, beschouwen ze (vooral na een vermoeiende dag op kantoor) als
onrustig en ongecontroleerd.
In het gangbare denken (van de volwassenen) met zijn
wettige wegen en gangen zijn grenzen aan de denkvrijheid gesteld en
is er bijna geen ruimte voor spelende wijsneuzen.
De wereld van de volwassenen moet voorspelbaar blijven
zodat men kan zitten en rusten en niet wordt opgeschrikt of zelfs
verrast door onverwachte gebeurtenissen, gedachten of gasten.

In de speelsheid zit een element van verrassing en vrolijkheid dat
botst tegen de zwaar bewaakte grenzen van het gangbare denken. Zijn
twee bewakers, Herhaling en Gewoonte, zorgen er voor dat zo min
mogelijk gedachten aan het toeval worden overgelaten. Streng zien ze
erop toe dat een origineel idee of een creatieve keten van gedachten
de heersende orde in het hoofd en in de samenleving niet zal
doorbreken.
Het is of ze een antieke kledingkast bewaken waarin
alle kleren netjes gestapeld en opgehangen zijn.
Stel je voor dat een wijsneus zijn sokken in de derde
la van onderen legt in plaats van de tweede!
Verandering en vooral vernieuwing vormen grote
bedreigingen voor het voortbestaan van de heersende orde. Het is
hinderlijk als een wijsneus vragen gaat stellen over
vanzelfsprekendheden. Want dan dreigt de orde overhoop gehaald te
worden. En het is nog hinderlijker als wijsneuzen gaan twijfelen aan
zaken waarvan ze al lang overtuigd hadden moeten zijn.
Maar is die orde in de kast wel normaal? Is een
wijsneus die zin heeft om sokken in een andere la te leggen onwetend
of ongehoorzaam? Waarom provoceert een wijsneus de bewakers toch?
Het leven is toch beter als je een brave leerling bent om later een
brave burger te worden?
Kind, zit toch stil en aanvaard de orde van de kast!

Heb
je reisadvies nodig als je filosofeert ?
Wijsneuzen springen van ijsberg tot ijsberg en
overwinnen de zwaartekracht die de bewakers, Herhaling en Gewoonte,
het denken hebben opgelegd. Het loodzware denken dat de volwassenen
zo in hun zetel drukt, is deze wijsneuzen vreemd. Ze denken zo licht
en zweverig. Beseffen ze dan niet wat hen te wachten staat ? Wacht
maar, grinniken de volwassenen, wacht maar tot je groot en vol
gedachten bent, dan zal je wel anders piepen!
Eigenlijk heeft een wijsneus geen andere voorkennis
nodig om te filosoferen. Elk nieuwsgierig persoon kan filosoferen.
Het helpt dat een wijsneus iets weet van die filosofische
geschiedenis maar het gevaar dreigt dat de oude ideeën de lust van
het reizen in het hoofd wegnemen. Het beste reisadvies is nog
altijd: eerst zelf proberen en dan pas informatie inwinnen.
^
top ^
Neuzen
wijsneuzen in filosofieboeken ?

De zwervende wijsneuzen zijn weliswaar onbezonnen en naïef maar ze
hebben hun oprechtheid en creativiteit niet ingeruild voor een
zittend bestaan.
Om de ideeën op te slaan in het rustende hoofd moet er
plaats gemaakt worden: de verbeelding wordt aan de kant geschoven.
Gebaande paden komen ervoor in de plaats en voor de betreding ervan
gelden strenge regels.
Zouden kinderen werkelijk gaan filosoferen op het
schoolplein als het in de klas door een of andere belezen droogkloot
wordt opgelegd ?
Weg met die luie zetel ! Weg met het licht der rede dat
warmte en rust schenkt en de verbeelding sust en het verstand in
slaap neuriet ! Zwerf door het hoofd en vergeet die stapsgewijze
opbouw van filosofische theorietjes ! Het noorden wacht !
Ben
je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt ?
De vrijheid van meningsuiting die de laatste tijd als
een groot en ons dierbaar voorrecht wordt beschouwd, lijkt op het
spelen dat de wijsneuzen met hun denken en spreken doen, maar zij is
verre van dat. Zij is eerder een poging om te ontsnappen aan de
bewakers, Herhaling en Gewoonte, en leidt tot buitensporigheden als
een grote en vooral vuile bek opzetten.
De schreeuwcultuur van nu is een schijnbare uitweg voor
hen die te lang hebben gezeten en het spelen hebben verleerd.
Het zitvlees dooft de vlam uit, bedriegt de geest,
vertelt leugens. Het zitvlees wil groeien en verlangt ernaar dat het
hoofd blijft denken in herkenbare, zichzelf herhalende, zichzelf
bedriegende denkstructuren. Het zitvlees heeft geen zin in avontuur.
Of het moet voorgeschoteld worden terwijl het vlees rust in de luie
zetel.
Zitvlees is een gevaar voor de samenleving. Alleen het
spel zal genezen.

Zitvlees kijkt tv
Homo sedens heeft het zwerven in het hoofd verleerd.
Homo sedens houdt niet van het domein waar het filosoferen zich
ophoudt. Het onbekende dient afgeweerd, uitgebannen te worden. Homo
sedens creëert een bol rondom de zetel van het gangbare denken .
Homo sedens houdt niet van het soort denken waar woorden tekort
schieten.
Kan
filosofische kost licht verteerbaar zijn ?
Hier staan vragen die een open antwoord krijgen.
Misschien dat jij een ander antwoord had gegeven, misschien was jij
in je hoofd wel een heel andere richting uitgegaan.
De ene vraag volgt min of meer uit de voorafgaande. Het
zijn vooral de antwoorden die de richting van de vragen bepaald
hebben. Ik ben begonnen op een ijsberg die mij in het rijk van de
filosofische gedachten heeft geleid. De dogmatische zekerheid van de
warme Golfstroom heb ik achter mij willen laten en ik heb mij vooral
laten voortdrijven op mijn verbeelding. Vooral dat laatste ontbreekt
nog te vaak in de schoolfilosofie.

Zeereis van de verbeelding
^
top ^
Is
een filosofische reis vertaalbaar ?
Het reisverslag van deze filosofische omzwerving is
niet alleen gebaseerd op mijn interesse voor de filosofie maar ook
op mijn werk als begeleider van filosofische gesprekken met kinderen
en jongeren. Tijdens die gesprekken stelde ik filosofische vragen en
probeerde ik te reageren met een volgende vraag op het antwoord van
een van de kinderen.
Ik ben er van uitgegaan dat kinderen meer weten dan ze
vermoeden en dat ik minder weet dan ik vermoed.
De kennis die ik tijdens de workshops heb opgedaan,
noem ik filosofisch en heb ik soms teruggevonden in de geschiedenis
van de filosofie. Wat filosofen vroeger gezegd hebben, zeggen
kinderen nu in hun eigen taal. Van de manier waarop kinderen spelen
met gedachten kan ik alleen maar dromen.

Wijsneus en volwassene jongleren met
gedachteballetjes
Wie doet het beter ?
Hoewel ik hier heb geprobeerd om zo concreet mogelijk
te zijn, moet toch niet uit het oog verloren worden dat filosofie
voornamelijk een zaak van abstract denken is.
Helaas zijn veel filosofen meesters in het onnavolgbaar
abstract denken en menen ze uit hun onnavolgbaarheid te kunnen
concluderen dat hun denken wel uniek en dus origineel moet zijn.
Volgens mij is het juist de kunst om begrijpelijk abstract te denken
zodat anderen er wat van kunnen leren of er tenminste iets aan
hebben in hun dagelijks bestaan. Concrete voorbeelden moeten de
dikwijls abstracte denkwegen helpen verduidelijken voor de lezer.
Het verstand alleen helpt de lezer niet als deze zich
iets probeert voor te stellen bij filosofische probleembesprekingen.
De verbeelding alleen helpt de lezer evenmin als deze probeert de filosofische problemen te begrijpen. Een goede
samenwerking tussen de twee zou een filosofisch werk prettig
leesbaar maken. Maar hoe vind je een evenwicht tussen deze twee
tegengestelden?
Raak
je als je nomadisch denkt het spoor bijster ?
Ja. En dat is ook de bedoeling. De filosofie zou een
nomadisch denken moeten zijn en geen bouwwerk dat volgens bouwplan
in het hoofd wordt aangelegd door een leraar filosofie.
Filosoferen zou meer moeten lijken op springen van de
hak op de tak dan op gedisciplineerd in de pas blijven. Die arme
leraar echter heeft van het ministerie de opdracht gekregen jou een
cursus filosofie te geven.
Filosoferen moet op een enthousiast hollen door een
onbekende straat lijken zonder te weten dat die doodloopt. Het
vinden van nieuwe ideeën gaat je trouwens beter af als je je
vergist dan bij een vooraf uitgedokterde reis in je cursusboek
filosofie. Van je eigen fouten leer je meer dan van een betweter die
je de les leest.
Ook in de geschiedenis van de mensheid zit geen plan
vervat dat in de toekomst naar een bepaald eindpunt zal leiden. Het
plan toont zich pas achteraf; in het nu wordt de geschiedenis
geleefd, zoals hollen door een straat en niet weten of die doodloopt
of niet.
Hetzelfde geldt voor de geschiedenis van de filosofie.
Je kan haar bestuderen maar ze leeft pas als jij met jouw ideeën
komt
Van het ene idee komt het andere. Zo laat het nomadisch
denken toe dat je ideeën oppikt of loslaat.
Als je met iemand opgezadeld wordt die het vooraf al
beter weet dan jij, omdat je toch maar een wijsneus bent, weet dat
je zijn of haar plan volgt en het jouwe voor altijd in de ijskast
belandt.
Nomadisch denken is zoeken naar ideeën en - eenmaal
gevonden - beseffen dat het om het zoeken zelf ging en niet om het
resultaat. Door nomadisch denken beland je misschien op ongedachte
zaken. Dwalen leidt immers eerder tot verrassingen dan reizen met
een doel, een gids en een strakke dagindeling.
Mijn middelste zoon - Egon - heeft de tekeningen
gemaakt. Filosofie is niet bepaald zijn ding. Zijn boekenplank puilt
niet uit van de filosofische inleidingen. Hij leest, pardon ,las
vooral boeken van Tonke Dragt, Imme Dros en Anthony Horowitz en
‘Waanzinnig om te weten’-boeken. Nu leest hij strips als ‘The
Simpsons’ en ‘Donald Duck’ en munt hij uit in computerspelen,
goocheltrucs en de hond zelf bedachte trucjes aanleren.
Hij vindt het wel leuk om zo en dan met mij te
filosoferen, maar een roman over de filosofie of een filosofieboek
zelf vindt hij niet leuk.

Filosofisch dijgeklets
^
top ^
Artikel
2. Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 2
Denken
alleen wijzen na over het leven ?
Als je je vrienden op het schoolplein vraagt wat
filosoferen voor hen betekent, zullen ze waarschijnlijk antwoorden
dat het nadenken over het leven is. Het is de meest gehoorde
omschrijving van filosoferen, maar helaas ook de meest vage.
Hoeveel van je vrienden denken werkelijk zo diepzinnig
na over iets dat heel algemeen en toch zo onduidelijk is? En moet je
niet eerst grijs zijn om wijs te zijn? Of ken je soms
leeftijdgenoten die al uit een rijke bron van levenservaring mogen
putten?
Een wijsneus die beweert over het leven na te denken,
zal uitgelachen worden. Laat ze maar lachen. Een wijsneus is immers heel iemand
anders dan een snotneus.
Filosofen hoor je overigens niet al te veel zeggen over
‘leven’. De vraag ‘wat is leven?’ blijkt een van de
moeilijkst te beantwoorden filosofische vragen. Dus is het wijzer
deze vraag te ontwijken en over andere makkelijker onderwerpen te
filosoferen. Laat je in ieder geval niet weerhouden om over het
leven na te denken. Heb je er iets over te zeggen dan moet je dat
gewoon doen. Want als je al bij voorbaat rekening gaat houden met de
(meestal negatieve) reacties van anderen, dan kan je beter stoppen
met je mening te geven. En als je jezelf nog meer te kort wil doen,
dan moet je maar stoppen met nadenken en doen wat de anderen je
zeggen te doen.
Het probleem met ‘leven’ is dat wetenschappers niet
precies weten wanneer het leven begint en wanneer het ophoudt. Is
het leven in moeders buik begonnen op het moment dat het zaadje en
het eitje elkaar succesvol ontmoeten of wanneer de toekomstige
moeder het eerste schopje tegen de buikwand voelt? Heeft het leven
het lichaam verlaten op het moment dat de hersenen niet meer werken
of wanneer nagels en haren niet meer groeien?
Planten schijnen ook te leven wanneer ze groeien in de
zomer en zich koest houden in de winter. Maar het leven van planten
is toch iets anders dan het leven van mensen en toch spreken we in
beide gevallen over ‘leven’. Het schijnt ook zo te zijn dat wij
een ‘hogere’ vorm van leven bezitten dan de planten, omdat wij
ontwikkelder en ingewikkelder zijn. Maar hoe zit het dan met patiënten
die in coma liggen en als planten in leven gehouden worden? Zijn zij
ineens ‘lager’ geworden? Zouden puistjes die uitgeknepen moeten
worden ook bezield zijn?

Wil de echte plant opstaan?
Denk
je beter na met je mond open ?
Als je tien grijze wijzen met elk hun eigen mening over
het leven zou uitnodigen voor een groepsgesprek op tv en je zou ze
verbaal hun gang laten gaan, dan zou de vraag ‘wat is leven?’
niet echt beantwoord worden
Als ze van mening hadden durven veranderen en aan
zichzelf hadden durven twijfelen, waren ze al lang niet meer de
specialist op het gebied van ‘leven’. Dan waren ze wel begonnen
met filosoferen!
Het probleem is dat je behalve nadenken ook moet praten
om te kunnen filosoferen. Dat praten is niet gelijk aan raaskallen,
klesseblessen, koffiekletsen of een grote bek opzetten. Bij dat
praten moet je nadenken over wat je gaat zeggen. En terwijl je dat
zegt, moet je ook blijven nadenken.
Als je spreekt en nadenkt tegelijk kan je altijd nog op
andere gedachten komen.
Filosoferen is praten en nadenken in één adem. Met
dat vreemde samenspel verhelder je je gedachten. Beetje bij beetje,
nooit helemaal.
Zal
het eens gedaan zijn met al die misverstanden ?
Als we in een wereld zouden leven waarin alles zo klaar
als een klontje zou zijn, dan zou er helemaal niet meer
gefilosofeerd hoeven te worden. Dan zijn we uitgepraat, nietwaar?
De filosofie zou eindigen wanneer alle filosofische
problemen opgelost zouden zijn. Zou dat echt kunnen ?
Zolang er mensen zijn, zullen ze blijven nadenken en
vergeten wat er ook al weer in het verleden gezegd is.
^
top ^
Ken
jij het Enig Ware al ?
Stel dat de mensen zo knap en geduldig zullen zijn dat
ze inderdaad over alles gesproken en nagedacht hebben. Dan zal er
geen nieuwe kennis meer gevormd hoeven worden. Als alle
misverstanden uit de weg geruimd zullen zijn, dan zal er zoiets als
de Enig Ware Kennis ontstaan en kinderen zullen alleen hoeven te
filosoferen om de Enig Ware Kennis te bereiken.
En waar beter dan op school zal je de Enig Ware Kennis
aan de kinderen kunnen leren? En wie controleert dat de Enig Ware
Kennis ook de Enig Ware Kennis blijft?
De politici en de geleerden zullen de koppen bij elkaar
steken en iemand aanwijzen die als een soort verkozen president de
titel ‘de Enig Ware Kenner’ toebedeeld krijgt.
Maar wie controleert de ‘Enig Ware Kenner’? En wie
zorgt ervoor dat de president geen kwaadaardig figuur wordt? En hoe
zorgt de ‘Enig Ware Kenner’ ervoor dat hij of zij zichzelf niet
gaat bedriegen?
Gelukkig zullen we (hopelijk) niet in zo’n wereld
terechtkomen. Door te filosoferen kan je je kennis alleen maar
vermeerderen of verdiepen of - wat weleens nodig is - vervangen.
|