Artikel
2. Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 1
Ben
je wel goed wijs als je reist zonder doel?
Op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan
drijven ijsbergen richting zuiden. Ze zijn ‘s zomers afgebroken
van de ijskap die de Noordpool bedekt. Zodra ze in aanraking komen
met de warme Golfstroom, smelten ze snel.
Een troep wijsneuzen beweegt zich kriskras door elkaar
langs de rand van de ijskap. Sommigen laten zich afdrijven naar het
zuiden, anderen houden zich precies langs het afbrekende gedeelte op
en zorgen ervoor dat ze de afstand tussen de ijsbergen niet te groot
laten worden.

Wijsneuzen verstaan de kunst van het inschatten van die
afstand, springen met gemak naar het noorden en durven met het ijs
mee te reizen. Ze schuwen het koude water niet, springen er zelfs in
om het hoofd koel te houden en het lichaam te harden. Soms zijn ze
dagen achtereen alleen op een ijsberg. Maar de eenzaamheid schrikt
ze niet af. Ze lijken haar zelfs op te zoeken.
Door het barre klimaat blijven de gedachten vloeien.
Door al dat bewegen van ijsberg naar ijsberg zullen ze niet stollen.
Het is de kunst gedachten zo lang mogelijk vloeiend te
houden door zo veel mogelijk te bewegen.
Soms drijft een wijsneus iets te ver af naar het warme
en gerieflijke klimaat. Dan is het tijd om gestolde gedachten uit
het hoofd te schudden zoals roos uit het haar en de weg naar het
noorden weer te vinden.

Anatomie van een wijsneus
Wijsneuzen hebben geen thuis. Ze zijn constant onderweg
en in beweging. Staan ze stil dan zal een van die ijsbergen de warme
Golfstroom raken en zullen ze geen wijsneuzen meer zijn. Ze zullen
afdrijven tot in het luxueuze en vervolgens opgaan in het grote men
dat een schijnbaar rustig leven leidt.
Wijsneuzen zijn nomaden in het hoofd. Ze zijn
nieuwsgierig, onderzoekend, stellen vragen, doen graag nieuwe
ervaringen op, twijfelen en weten het nooit helemaal zeker. Ze laten
zich niet inpalmen door de orde die het zittend bestaan overheerst.
Wijsneuzen springen in het hoofd, spelen met gedachten
en laten zich niet gevangen zetten door hun eigen denken.
Het grote men wenst die speelsheid niet meer. Passief
vermaak heeft het zittend bestaan draaglijk gemaakt en het spelende
dier dat men eens was in een kooi gestopt. De zittende mens vergeet
te reizen in het hoofd en beschouwt het filosoferen dat de
wijsneuzen van de ijsbergen doen, als hinderlijk.
Lastige vragen die geen vast antwoord kennen, denken
zonder begin- en eindpunt, denken langs onbetreden paden, denken
zonder nut: het grote men heeft er niets aan. Het houdt van
regelmaat en netjes geordende gedachtengangen onder de hersenpan.
Naarmate men ouder wordt, zet de regelmaat zich
onwrikbaarder vast. Dan is het te laat. In het hoofd is de bouw van
de gevangenis compleet. Het denken voelt zich goed in zijn
cellencomplex. Zelfs het dagelijks luchten van het hoofd gebeurt op
een ommuurde binnenplaats. Veilig: dat wel. Creatief: al lang niet
meer.

Hoe tevreden is een gedachte achter tralies ?
Nomadische denkers begrijpen dat op weg zijn
belangrijker is dan het doel bereiken. Nee, erger nog ! Zij die
menen een doel bereikt te hebben, hechten zich vast en verliezen het
verlangen te reizen.
Wijsneuzen zoeken geen vaste bodem om wortel te
schieten; zij zijn die eeuwige beginnelingen die hun kennis niet als
bezit beschouwen. Uitdijende boekenkasten passen niet in hun hoofd,
slechts nieuwe wegen. Zelfs oude wegen worden door hen niet
onderhouden en aan platgetreden paden hebben ze een hekel.
^
top ^
Maak
je er ook zo’n zooitje van als je speelt ?
Wijsneuzen die van de ene gedachte op de andere
springen, proberen een bewegingsvrijheid uit die de volwassenen zijn
vergeten. Het spelen hebben ze verleerd. Kinderen die alleen maar
spelen, beschouwen ze (vooral na een vermoeiende dag op kantoor) als
onrustig en ongecontroleerd.
In het gangbare denken (van de volwassenen) met zijn
wettige wegen en gangen zijn grenzen aan de denkvrijheid gesteld en
is er bijna geen ruimte voor spelende wijsneuzen.
De wereld van de volwassenen moet voorspelbaar blijven
zodat men kan zitten en rusten en niet wordt opgeschrikt of zelfs
verrast door onverwachte gebeurtenissen, gedachten of gasten.

In de speelsheid zit een element van verrassing en vrolijkheid dat
botst tegen de zwaar bewaakte grenzen van het gangbare denken. Zijn
twee bewakers, Herhaling en Gewoonte, zorgen er voor dat zo min
mogelijk gedachten aan het toeval worden overgelaten. Streng zien ze
erop toe dat een origineel idee of een creatieve keten van gedachten
de heersende orde in het hoofd en in de samenleving niet zal
doorbreken.
Het is of ze een antieke kledingkast bewaken waarin
alle kleren netjes gestapeld en opgehangen zijn.
Stel je voor dat een wijsneus zijn sokken in de derde
la van onderen legt in plaats van de tweede!
Verandering en vooral vernieuwing vormen grote
bedreigingen voor het voortbestaan van de heersende orde. Het is
hinderlijk als een wijsneus vragen gaat stellen over
vanzelfsprekendheden. Want dan dreigt de orde overhoop gehaald te
worden. En het is nog hinderlijker als wijsneuzen gaan twijfelen aan
zaken waarvan ze al lang overtuigd hadden moeten zijn.
Maar is die orde in de kast wel normaal? Is een
wijsneus die zin heeft om sokken in een andere la te leggen onwetend
of ongehoorzaam? Waarom provoceert een wijsneus de bewakers toch?
Het leven is toch beter als je een brave leerling bent om later een
brave burger te worden?
Kind, zit toch stil en aanvaard de orde van de kast!

Heb
je reisadvies nodig als je filosofeert ?
Wijsneuzen springen van ijsberg tot ijsberg en
overwinnen de zwaartekracht die de bewakers, Herhaling en Gewoonte,
het denken hebben opgelegd. Het loodzware denken dat de volwassenen
zo in hun zetel drukt, is deze wijsneuzen vreemd. Ze denken zo licht
en zweverig. Beseffen ze dan niet wat hen te wachten staat ? Wacht
maar, grinniken de volwassenen, wacht maar tot je groot en vol
gedachten bent, dan zal je wel anders piepen!
Eigenlijk heeft een wijsneus geen andere voorkennis
nodig om te filosoferen. Elk nieuwsgierig persoon kan filosoferen.
Het helpt dat een wijsneus iets weet van die filosofische
geschiedenis maar het gevaar dreigt dat de oude ideeën de lust van
het reizen in het hoofd wegnemen. Het beste reisadvies is nog
altijd: eerst zelf proberen en dan pas informatie inwinnen.
^
top ^
Neuzen
wijsneuzen in filosofieboeken ?

De zwervende wijsneuzen zijn weliswaar onbezonnen en naïef maar ze
hebben hun oprechtheid en creativiteit niet ingeruild voor een
zittend bestaan.
Om de ideeën op te slaan in het rustende hoofd moet er
plaats gemaakt worden: de verbeelding wordt aan de kant geschoven.
Gebaande paden komen ervoor in de plaats en voor de betreding ervan
gelden strenge regels.
Zouden kinderen werkelijk gaan filosoferen op het
schoolplein als het in de klas door een of andere belezen droogkloot
wordt opgelegd ?
Weg met die luie zetel ! Weg met het licht der rede dat
warmte en rust schenkt en de verbeelding sust en het verstand in
slaap neuriet ! Zwerf door het hoofd en vergeet die stapsgewijze
opbouw van filosofische theorietjes ! Het noorden wacht !
Ben
je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt ?
De vrijheid van meningsuiting die de laatste tijd als
een groot en ons dierbaar voorrecht wordt beschouwd, lijkt op het
spelen dat de wijsneuzen met hun denken en spreken doen, maar zij is
verre van dat. Zij is eerder een poging om te ontsnappen aan de
bewakers, Herhaling en Gewoonte, en leidt tot buitensporigheden als
een grote en vooral vuile bek opzetten.
De schreeuwcultuur van nu is een schijnbare uitweg voor
hen die te lang hebben gezeten en het spelen hebben verleerd.
Het zitvlees dooft de vlam uit, bedriegt de geest,
vertelt leugens. Het zitvlees wil groeien en verlangt ernaar dat het
hoofd blijft denken in herkenbare, zichzelf herhalende, zichzelf
bedriegende denkstructuren. Het zitvlees heeft geen zin in avontuur.
Of het moet voorgeschoteld worden terwijl het vlees rust in de luie
zetel.
Zitvlees is een gevaar voor de samenleving. Alleen het
spel zal genezen.

Zitvlees kijkt tv
Homo sedens heeft het zwerven in het hoofd verleerd.
Homo sedens houdt niet van het domein waar het filosoferen zich
ophoudt. Het onbekende dient afgeweerd, uitgebannen te worden. Homo
sedens creëert een bol rondom de zetel van het gangbare denken .
Homo sedens houdt niet van het soort denken waar woorden tekort
schieten.
Kan
filosofische kost licht verteerbaar zijn ?
Hier staan vragen die een open antwoord krijgen.
Misschien dat jij een ander antwoord had gegeven, misschien was jij
in je hoofd wel een heel andere richting uitgegaan.
De ene vraag volgt min of meer uit de voorafgaande. Het
zijn vooral de antwoorden die de richting van de vragen bepaald
hebben. Ik ben begonnen op een ijsberg die mij in het rijk van de
filosofische gedachten heeft geleid. De dogmatische zekerheid van de
warme Golfstroom heb ik achter mij willen laten en ik heb mij vooral
laten voortdrijven op mijn verbeelding. Vooral dat laatste ontbreekt
nog te vaak in de schoolfilosofie.

Zeereis van de verbeelding
^
top ^
Is
een filosofische reis vertaalbaar ?
Het reisverslag van deze filosofische omzwerving is
niet alleen gebaseerd op mijn interesse voor de filosofie maar ook
op mijn werk als begeleider van filosofische gesprekken met kinderen
en jongeren. Tijdens die gesprekken stelde ik filosofische vragen en
probeerde ik te reageren met een volgende vraag op het antwoord van
een van de kinderen.
Ik ben er van uitgegaan dat kinderen meer weten dan ze
vermoeden en dat ik minder weet dan ik vermoed.
De kennis die ik tijdens de workshops heb opgedaan,
noem ik filosofisch en heb ik soms teruggevonden in de geschiedenis
van de filosofie. Wat filosofen vroeger gezegd hebben, zeggen
kinderen nu in hun eigen taal. Van de manier waarop kinderen spelen
met gedachten kan ik alleen maar dromen.

Wijsneus en volwassene jongleren met
gedachteballetjes
Wie doet het beter ?
Hoewel ik hier heb geprobeerd om zo concreet mogelijk
te zijn, moet toch niet uit het oog verloren worden dat filosofie
voornamelijk een zaak van abstract denken is.
Helaas zijn veel filosofen meesters in het onnavolgbaar
abstract denken en menen ze uit hun onnavolgbaarheid te kunnen
concluderen dat hun denken wel uniek en dus origineel moet zijn.
Volgens mij is het juist de kunst om begrijpelijk abstract te denken
zodat anderen er wat van kunnen leren of er tenminste iets aan
hebben in hun dagelijks bestaan. Concrete voorbeelden moeten de
dikwijls abstracte denkwegen helpen verduidelijken voor de lezer.
Het verstand alleen helpt de lezer niet als deze zich
iets probeert voor te stellen bij filosofische probleembesprekingen.
De verbeelding alleen helpt de lezer evenmin als deze probeert de filosofische problemen te begrijpen. Een goede
samenwerking tussen de twee zou een filosofisch werk prettig
leesbaar maken. Maar hoe vind je een evenwicht tussen deze twee
tegengestelden?
Raak
je als je nomadisch denkt het spoor bijster ?
Ja. En dat is ook de bedoeling. De filosofie zou een
nomadisch denken moeten zijn en geen bouwwerk dat volgens bouwplan
in het hoofd wordt aangelegd door een leraar filosofie.
Filosoferen zou meer moeten lijken op springen van de
hak op de tak dan op gedisciplineerd in de pas blijven. Die arme
leraar echter heeft van het ministerie de opdracht gekregen jou een
cursus filosofie te geven.
Filosoferen moet op een enthousiast hollen door een
onbekende straat lijken zonder te weten dat die doodloopt. Het
vinden van nieuwe ideeën gaat je trouwens beter af als je je
vergist dan bij een vooraf uitgedokterde reis in je cursusboek
filosofie. Van je eigen fouten leer je meer dan van een betweter die
je de les leest.
Ook in de geschiedenis van de mensheid zit geen plan
vervat dat in de toekomst naar een bepaald eindpunt zal leiden. Het
plan toont zich pas achteraf; in het nu wordt de geschiedenis
geleefd, zoals hollen door een straat en niet weten of die doodloopt
of niet.
Hetzelfde geldt voor de geschiedenis van de filosofie.
Je kan haar bestuderen maar ze leeft pas als jij met jouw ideeën
komt
Van het ene idee komt het andere. Zo laat het nomadisch
denken toe dat je ideeën oppikt of loslaat.
Als je met iemand opgezadeld wordt die het vooraf al
beter weet dan jij, omdat je toch maar een wijsneus bent, weet dat
je zijn of haar plan volgt en het jouwe voor altijd in de ijskast
belandt.
Nomadisch denken is zoeken naar ideeën en - eenmaal
gevonden - beseffen dat het om het zoeken zelf ging en niet om het
resultaat. Door nomadisch denken beland je misschien op ongedachte
zaken. Dwalen leidt immers eerder tot verrassingen dan reizen met
een doel, een gids en een strakke dagindeling.
Mijn middelste zoon - Egon - heeft de tekeningen
gemaakt. Filosofie is niet bepaald zijn ding. Zijn boekenplank puilt
niet uit van de filosofische inleidingen. Hij leest, pardon ,las
vooral boeken van Tonke Dragt, Imme Dros en Anthony Horowitz en
‘Waanzinnig om te weten’-boeken. Nu leest hij strips als ‘The
Simpsons’ en ‘Donald Duck’ en munt hij uit in computerspelen,
goocheltrucs en de hond zelf bedachte trucjes aanleren.
Hij vindt het wel leuk om zo en dan met mij te
filosoferen, maar een roman over de filosofie of een filosofieboek
zelf vindt hij niet leuk.

Filosofisch dijgeklets
^
top ^
Artikel
2. Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 2
Denken
alleen wijzen na over het leven ?
Als je je vrienden op het schoolplein vraagt wat
filosoferen voor hen betekent, zullen ze waarschijnlijk antwoorden
dat het nadenken over het leven is. Het is de meest gehoorde
omschrijving van filosoferen, maar helaas ook de meest vage.
Hoeveel van je vrienden denken werkelijk zo diepzinnig
na over iets dat heel algemeen en toch zo onduidelijk is? En moet je
niet eerst grijs zijn om wijs te zijn? Of ken je soms
leeftijdgenoten die al uit een rijke bron van levenservaring mogen
putten?
Een wijsneus die beweert over het leven na te denken,
zal uitgelachen worden. Laat ze maar lachen. Een wijsneus is immers heel iemand
anders dan een snotneus.
Filosofen hoor je overigens niet al te veel zeggen over
‘leven’. De vraag ‘wat is leven?’ blijkt een van de
moeilijkst te beantwoorden filosofische vragen. Dus is het wijzer
deze vraag te ontwijken en over andere makkelijker onderwerpen te
filosoferen. Laat je in ieder geval niet weerhouden om over het
leven na te denken. Heb je er iets over te zeggen dan moet je dat
gewoon doen. Want als je al bij voorbaat rekening gaat houden met de
(meestal negatieve) reacties van anderen, dan kan je beter stoppen
met je mening te geven. En als je jezelf nog meer te kort wil doen,
dan moet je maar stoppen met nadenken en doen wat de anderen je
zeggen te doen.
Het probleem met ‘leven’ is dat wetenschappers niet
precies weten wanneer het leven begint en wanneer het ophoudt. Is
het leven in moeders buik begonnen op het moment dat het zaadje en
het eitje elkaar succesvol ontmoeten of wanneer de toekomstige
moeder het eerste schopje tegen de buikwand voelt? Heeft het leven
het lichaam verlaten op het moment dat de hersenen niet meer werken
of wanneer nagels en haren niet meer groeien?
Planten schijnen ook te leven wanneer ze groeien in de
zomer en zich koest houden in de winter. Maar het leven van planten
is toch iets anders dan het leven van mensen en toch spreken we in
beide gevallen over ‘leven’. Het schijnt ook zo te zijn dat wij
een ‘hogere’ vorm van leven bezitten dan de planten, omdat wij
ontwikkelder en ingewikkelder zijn. Maar hoe zit het dan met patiënten
die in coma liggen en als planten in leven gehouden worden? Zijn zij
ineens ‘lager’ geworden? Zouden puistjes die uitgeknepen moeten
worden ook bezield zijn?

Wil de echte plant opstaan?
Denk
je beter na met je mond open ?
Als je tien grijze wijzen met elk hun eigen mening over
het leven zou uitnodigen voor een groepsgesprek op tv en je zou ze
verbaal hun gang laten gaan, dan zou de vraag ‘wat is leven?’
niet echt beantwoord worden
Als ze van mening hadden durven veranderen en aan
zichzelf hadden durven twijfelen, waren ze al lang niet meer de
specialist op het gebied van ‘leven’. Dan waren ze wel begonnen
met filosoferen!
Het probleem is dat je behalve nadenken ook moet praten
om te kunnen filosoferen. Dat praten is niet gelijk aan raaskallen,
klesseblessen, koffiekletsen of een grote bek opzetten. Bij dat
praten moet je nadenken over wat je gaat zeggen. En terwijl je dat
zegt, moet je ook blijven nadenken.
Als je spreekt en nadenkt tegelijk kan je altijd nog op
andere gedachten komen.
Filosoferen is praten en nadenken in één adem. Met
dat vreemde samenspel verhelder je je gedachten. Beetje bij beetje,
nooit helemaal.
Zal
het eens gedaan zijn met al die misverstanden ?
Als we in een wereld zouden leven waarin alles zo klaar
als een klontje zou zijn, dan zou er helemaal niet meer
gefilosofeerd hoeven te worden. Dan zijn we uitgepraat, nietwaar?
De filosofie zou eindigen wanneer alle filosofische
problemen opgelost zouden zijn. Zou dat echt kunnen ?
Zolang er mensen zijn, zullen ze blijven nadenken en
vergeten wat er ook al weer in het verleden gezegd is.
^
top ^
Ken
jij het Enig Ware al ?
Stel dat de mensen zo knap en geduldig zullen zijn dat
ze inderdaad over alles gesproken en nagedacht hebben. Dan zal er
geen nieuwe kennis meer gevormd hoeven worden. Als alle
misverstanden uit de weg geruimd zullen zijn, dan zal er zoiets als
de Enig Ware Kennis ontstaan en kinderen zullen alleen hoeven te
filosoferen om de Enig Ware Kennis te bereiken.
En waar beter dan op school zal je de Enig Ware Kennis
aan de kinderen kunnen leren? En wie controleert dat de Enig Ware
Kennis ook de Enig Ware Kennis blijft?
De politici en de geleerden zullen de koppen bij elkaar
steken en iemand aanwijzen die als een soort verkozen president de
titel ‘de Enig Ware Kenner’ toebedeeld krijgt.
Maar wie controleert de ‘Enig Ware Kenner’? En wie
zorgt ervoor dat de president geen kwaadaardig figuur wordt? En hoe
zorgt de ‘Enig Ware Kenner’ ervoor dat hij of zij zichzelf niet
gaat bedriegen?
Gelukkig zullen we (hopelijk) niet in zo’n wereld
terechtkomen. Door te filosoferen kan je je kennis alleen maar
vermeerderen of verdiepen of - wat weleens nodig is - vervangen.
Alles kennen is godzijdank onmogelijk. Zolang we nog in
een wereld leven waarin we nog van onze eigen fouten mogen leren
zonder ervoor op onze donder te krijgen, blijft kennis beperkt en
zijn we vrij.
Er is bovendien nog niemand geslaagd om alle
encyclopedieën van de wereld in zijn of haar hoofd te proppen.

Verwerf je al kennis aan de lopende band ?
De filosofie zoekt niet naar kennis die je kan
opstapelen.
Als je filosofeert ben je eerder bezig met de manier
waarop je naar kennis kijkt, dan met kennis zelf. Bij filosoferen
gaat het eerder om ‘hoe’ dan om ‘wat’.
Hoe
logisch is logisch eigenlijk ?
Filosoferen is dus niet zomaar wat zeggen en nadenken.
De rode draad van je betoog volgt de rode draad van je gedachten. En
die rode draad komt uit je mond en lijkt voor jou best logisch, want
je kan jezelf wel volgen.
Maar als je vriendin zegt: wat bedoel je? Dan is jouw rode draad haar rode draad niet en moet je
opnieuw beginnen verhelderen. Om elkaar te begrijpen moet je logisch
zijn?
Wat nou precies bedoeld wordt met ‘logisch’ is mij
niet helemaal duidelijk. Hoewel ik al jaren probeer helder te
verhelderen, lukt het me maar matigjes. In mijn pogingen helder over
te komen ben ik vaak vaag. Ik zeg achteraf weleens tegen mijzelf:
‘had je niet wat duidelijker kunnen uitleggen?’
Hoewel ik probeer helder te zijn, zit de vaagheid me
vaak genoeg op de hielen. Als ik uitleg, probeer ik ook een zekere
rode draad in die uitleg te houden. Ik verhelder alsof ik op een
soort hoofdweg zit. Ik probeer allerlei zijweggetjes te vermijden.
Het komt ook weleens voor dat ik al uitleggend merk dat
ik mezelf een doodlopende weg in heb gepraat.
Ik hoop dat jou hetzelfde overkomt als wat ik ervaar
bij het filosoferen. Want zo leer je filosoferen.
Als jij al filosoferend kan aanvoelen dat je op een
dood spoor zit of te lang op een zijweg blijft hangen, dan heb je
een gezonde intuïtie, ben je eerlijk met jezelf en heb je een
(vaag) idee van de logica die het filosoferen op de een of andere
manier vergezelt.
Helaas zijn niet veel mensen in staat om zo bij een
ander over te komen. In onze wereld moet je duidelijke standpunten
hebben en uitgesproken meningen. Als de eerste minister van
Nederland of België zou filosoferen, dan zou hij of zij niet meer
geloofwaardig overkomen.
Wat voor een eerste minister ben je als je jezelf
constant voor de kop slaat omdat de juiste woorden maar niet willen
komen. Wat voor een eerste minister ben je als je voor de microfoon
zwijgt omdat de twijfel in je hoofd, de woorden uit je mond houdt.
Hoe durf je voor de microfoon te zeggen dat je het niet zeker weet!

Eerste minister met mond vol tanden
Hopelijk filosoferen de politici binnenskamers wel met
elkaar, want het is gezond om ook weleens ongelijk te hebben of om
fouten te maken.
Daar hoeft de pers niets van te weten, want politici
die voor de camera hun fouten toegeven, zijn net zo zeldzaam als
fouten toegevende politici die voor de camera geloofwaardig proberen
over te komen. Logisch toch?
^
top ^
Filosofeer
je beter als je braaf bent ?
Als je een hoofd hebt waarin hersenen zitten die werken
en als je met een ander kan communiceren, kan je filosoferen. Het
helpt ook als je kan waarnemen en het zal nog beter gaan als je
verder durft te kijken dan je neus lang is.
Door naar een ander te luisteren of een boekje te
lezen, zal je waarschijnlijk meer om over te filosoferen hebben dan
wanneer je constant jezelf in de spiegel aanspreekt over allerlei
ingewikkelde filosofische zaken.
Zelfreflectie is natuurlijk geen slechte zaak, maar als
je op je veertiende besluit om alleen maar met jezelf te spreken dan
ben je volgens mij na een paar dagen wel uitgepraat en vooral
uitgedacht.
Er is niets mis mee om jezelf voor een korte periode af
te sluiten. Neem gerust de gelegenheid te baat om een en ander goed
te overdenken. Dat mag je hangend in een stoel of gewoon liggend op
de bank doen.
Als je ouders en leraars hebt die constant lopen te
hameren op een goede houding, dan heb je pech. Hopelijk ben je
creatief genoeg om ook eens iets te doen buiten hun gezichtsveld.
Jezelf zijn lukt niet echt als je de voorbeeldige leerling probeert
uit te hangen. Als ouders mij (indirect) vertellen hoe voorbeeldig
hun kind toch is, dan hoop ik stiekem dat hun spruit eens de andere
kant van zichzelf laat zien. Filosoferen lijkt meer op je verzetten
dan je overal naartoe laten slepen.
Maar nu stook ik je misschien wel te veel op…
Filosofeer
je beter in een kamer met uitzicht op niets ?
In de vroege samenlevingen gingen senioren in
afzondering leven in de bossen. Ze hadden hun taak volbracht door te
huwen, kinderen te krijgen en de samenleving te dienen. De tijd was
aangebroken om zich op de grote oversteek voor te bereiden. Ze
mediteerden onder een boom of langs een beek over het leven en, als
ze tenminste gezond verstand bezaten, over de naderende dood.
Het was de bedoeling dat je waardig stierf en dat de
dood als geroepen kwam.
In onze postmoderne samenleving doen de senioren het
iets anders. Tot voor kort leefden ze in afzondering in
ouden-van-dagentehuizen en waren ze bang voor de dood. Tegenwoordig
horen ze ‘erbij’ en is de dood geen taboe-onderwerp meer. Over
twintig jaar horen ze er helemaal bij en mogen ze door blijven
werken, aangezien de bevolking vergrijst en er te weinig kinderen
geboren worden.
Misschien is het niet heel netjes wat ik hierboven
gezegd heb over ouderen, maar alles en iedereen wordt in onze
maatschappij nog zo in vakjes gestopt.
Filosofeer
je beter met een schone luier ?
De meeste pubers doen meer aan filosoferen dan de
meeste baby’s. Het kleine luierdragende mormel zal minder geneigd
zijn tot het stellen van een (filosofische) vraag dan een puber.
Baby’s zijn immers minder in staat tot het uitspreken van
woordjes, laat staan tot het vormen van primitieve zinnen. Ze zijn
eenvoudigweg niet talig genoeg.

Volle luier, leeg hoofd
lege luier, vol hoofd
Die taligheid is een belangrijke voorwaarde bij het
filosoferen. Zelfs de persoon die aan de rolstoel gebonden zit en
door een spierziekte alleen maar met een linkerwenkbrauw kan
knipperen, kan filosoferen.
Contact met de buitenwereld lijkt me ook een voorwaarde
om te kunnen filosoferen. Als een persoon vanaf zijn geboorte door
een hersenafwijking gestoord wordt bij het leggen van contacten met
de buitenwereld dan
wordt filosoferen met hem of haar een moeilijke zaak. Slechts de
allergeduldigsten zullen mogen waarnemen dat deze persoon een gevoel
uit, of, wat nog moeilijker is om te herkennen, een gedachte
uitdrukt.
Filosofeer
je beter als je dakloos bent ?
Ik vermoed ook dat je zonder dak boven het hoofd minder
snel aan het filosoferen slaat dan wanneer je ouders een
middeninkomen genieten, geen al te grote uitgaven hebben en jou de
tijd gunnen naar school te laten gaan.
Wij leven echter in een klein stukje van de wereld
waarin gerieflijk filosoferen (nog) mogelijk is. Als je arm en
dakloos bent en niet weet wanneer je je volgende maaltijd opgediend
krijgt, dan lijkt me de behoefte aan filosofie klein. Als je bezig
bent met overleven in plaats van met leven is de behoefte de
filosoferende wijsneus uit te hangen afwezig.
^
top ^
Kan
je als kasplantje nog wel denken ?
Als je jezelf in de spiegel bekijkt, mag je ervan
uitgaan dat jij de persoon bent die jou aanstaart. Je moet wel heel
bijzonder zijn als je durft te beweren dat je dat gezicht in de
spiegel nog nooit eerder hebt gezien.
Wat vanzelfsprekend is voor ons mensen, lijkt
onbereikbaar voor de dieren.
Zelfs een gorilla schijnt te denken dat er een andere
aap hem aankijkt en draait de spiegel om op zoek naar de ander. De
parkiet in de kooi is wanhopig verliefd op het spiegeltje met het
belletje. Ze aait met haar snavel haar evenbeeld en denkt de ander
haar liefkozingen met even veel toewijding beantwoordt. Arm
vogeltje!

Hé, aap ! Waar ben je nou ?!
Als je dus niets mankeert onder de hersenpan is visuele
herkenning een peuleschilletje. Ben je blind dan zou je jezelf nog
kunnen horen. Ben je blind en doof en kan je niet praten dan kan je
jezelf nog wel herkennen door aan jezelf te voelen. Of je kan een
windje laten om te weten dat jij jij bent.
Stel je voor dat je een verschrikkelijk ongeluk hebt
gehad en niet meer kan bewegen en waarnemen (= zien, horen, proeven,
ruiken, voelen). Je kan zelfs niet je linkeroog laten knipperen of
je wijsvinger een knopje laten indrukken en ademen gebeurt
kunstmatig. De dokters zouden zeggen dat je in coma bent. Dankzij
allerlei meetinstrumenten weten de dokters dat je hersenen nog
volkomen normaal werken.
Zou je jezelf dan nog herkennen?
Zou je dan nog kunnen nadenken of je dingen kunnen herinneren
en inbeelden? Zou je geweten dan nog op je inpraten? Zou je nog
emoties hebben?
Waar
zijn jouw gedachten als je een ander stel hersenen krijgt ?
Wanneer je volkomen normaal functioneert en na een
dagje school thuis aan je bureau zit na te denken over de
spreekbeurt die jij de volgende dag moet geven, zijn jouw gedachten
jouw gedachten, want ze zitten immers in jouw hoofd en niet in die
van An.
Stel dat je overvallen wordt door een waanzinnig goeie
dokter die binnen een mum van tijd jouw hersenen met die van An
verwisselt omdat zij heel toevallig ook morgen een spreekbeurt moet
geven maar een ander onderwerp heeft gekozen. Jouw gedachten zitten
dan niet meer in jouw hoofd maar in die van An en jij zal dan gewoon
doorgaan met het voorbereiden van de spreekbeurt van An. Of niet
soms!

Pech voor An of pech voor Sam ?
Als Sam met in zijn hoofd de hersenen van An naar
voetbaltraining had moeten gaan maar in plaats daarvan naar de
balletschool van An gaat en de lerares hem vraagt wat hij hier doet,
dan zou hij waarschijnlijk zeggen dat hij komt dansen. Het zou heel
goed mogelijk zijn dat de bewegingen die in Ans hoofd opgeslagen
zitten, de seintjes doorgeven aan Sams benen en hem laten rekken en
strekken terwijl zijn beenspieren dat helemaal niet aankunnen.
Ik vermoed dat de balletlerares hem niet de kans zal
geven om te bewijzen dat hij echt wel An is, want hij lijkt er niet
eens op. Sam zou blijven beweren dat hij An is en als hij door de
lerares naar de spiegel gesleurd wordt met de vraag of dit gezicht
dat van An is, dan zal hij niet kunnen antwoorden, want hij kan zich
niet herinneren dat hij er zo heeft uitgezien. Er zal een leegte in
zijn hoofd zijn omdat hij zichzelf niet herkent en hij zou oprecht
kunnen zeggen dat hij het niet weet.
Als de oorspronkelijke An een talenknobbel heeft en de
echte Sam een rekenwonder is, dan zal An plotseling enorm
gemakkelijk kunnen rekenen. De onderwijzer zou zich rot schrikken en
zeggen dat ze als Sam rekent. Ze zou waarschijnlijk beweren dat ze
Sam is en de onderwijzer zal in de lach schieten en zeggen dat ze An
is.
Stel dat hij An en Sam laat nablijven en ze een aantal
reken- en taaltesten laat afleggen en dat uit de resultaten blijkt
dat Sam met de hersenen van An heel hoog scoort bij de taaltest en
laag bij de rekentest zal de onderwijzer dan beweren dat Sam An is
en An Sam?
^
top ^
Zijn
jouw gedachten jouw gedachten wel ?
Natuurlijk zitten jouw gedachten in jouw hoofd en is
het (nog) onmogelijk dat hersenen op de operatietafel worden
uitgewisseld. Maar zijn die gedachten wel echt van jezelf? Als in de
klas je mening wordt gevraagd over oplaaiend geweld in onze
samenleving, is die mening dan niet al beïnvloed door de ideeën
van je vrienden of je ouders en door de beelden op televisie?
Door suggestie immers ontstaat een groot deel van de
kennis die je bezit. Je hebt er evenwel niet om gevraagd. Je krijgt
het op een dienblad aangedragen. Het enige dat jij moet doen hap
slik weg. Je geheugen is een gigantische maag die steeds voller
wordt.
Hoe
vrij zijn jouw gedachten eigenlijk ?
In het vrije Westen ben je vrij om te denken wat je
wil. Er zijn wel een aantal beperkingen. Die gedachten moeten voor
een ander wel (min of meer) te begrijpen zijn en je mag een ander
ook niet kwetsen. In een democratie is het wel meegenomen wanneer je
denkt zoals de meerderheid en kan het flink tegen zitten als je je
eigen gedachten erop nahoudt. Met verschillen kan een democratie
leven.
Met die democratie wordt wel de meerderheid bedoeld.
Als je je eigen gedachte hebt over een betere wereld, dan hoeft die
gedachte niet noodzakelijk dezelfde te zijn als die van de
meerderheid.
Het is wel verdomd gemakkelijk te denken als de
anderen. Als je telkens kritiek over je heen krijgt, omdat je
toevallig een andere mening hebt, heb je geen moment rust.
Is het niet het doel van een goede samenleving om haar
burgers gemoedsrust te garanderen?

Vrijheid gaat altijd wel ten koste van iets
Hoe vrij is die gedachte nog als de meerderheid vindt
dat je ongelijk hebt? En gaat het er in een democratie niet om dat
de meerderheid zal zegevieren? Hoe vrij kan jij dan nog eigenlijk
denken?
Kan
je vrij denken in een schurkenstaat ?
Nee, zou je zeggen, want je weet dat je in een vrij
land leeft en dat kritiek is toegestaan. Dat denk je, maar is het
dan ook zeker? Hebben ze je misschien verteld dat je vrij bent en
dat de anderen dat niet zijn. Maar dat zij dat niet weten en wij
juist wel? Kunnen ze in een schurkenstaat niet precies hetzelfde
beweren? Kunnen ze niet zeggen dat zij vrij zijn en dat wij tot in
onze tenen verziekt zijn door onze bandeloze levensstijl. Iets dat
wij dat niet weten en zij juist wel?

Andersom denken is goed voor de bloedsomloop
maar slecht voor de staat
Vraag is hoe tolerant een democratie is met
bijvoorbeeld andersom denken. De wetten van ons land staan immers
voor heersende normen en waarden. Maar hoeveel vrijheid wordt een
minderheid gegund die er andere normen en waarden op nahoudt? Moet
het gedaan zijn met de vrijheid van de minderheid als er dreiging
ontstaat? Bepaalt de meerderheid wat dreigend is en wat niet? En hoe
komt het eigenlijk dat we onze normen en waarden als nobel
beschouwen en die van de anderen als weerzinwekkend? Waarom moeten
‘die buitenlanders’ zich nu ineens aanpassen en is bijna
iedereen het erover eens dat het softe integratiebeleid heeft geleid
tot de maatschappelijke problemen van nu? Moeten ‘die
buitenlanders’ ineens leren andersom denken?
Mag
je je meester een klootzak vinden ?
Vinden wel, maar zeg het niet hardop. Je werkt jezelf
in de nesten.
Het is beter hem vriendelijk aan te spreken. Dan kan je
nog altijd te kennen geven dat je het strafwerk dat je tegen morgen
af moet hebben, onrechtvaardig vindt. Als je meester inderdaad
walgelijk blijkt te zijn en je schade berokkent, kan je naar het
schoolhoofd stappen of je ouders inschakelen. Er zal heus wel iemand
naar je luisteren en proberen je te helpen. Tenzij je zelf
onhandelbaar bent en iedereen een klootzak vindt behalve jezelf.

Hoe gevoelens de richting van gedachten
bepalen
^
top ^
Hoe
ver mag je voor jezelf opkomen ?
Om je mening te geven moet je gehoord worden. Om
gehoord te worden moet je je mening kunnen uitspreken. Als je begint
te schieten, schelden of slaan om je mening kracht bij te zetten
berokken je de ander schade. In een open samenleving is het de
bedoeling dat je de ander geen schade berokkent. Het gaat erom dat
je respect voor de ander kan opbrengen, zelfs al maakt die ander het
je wel erg moeilijk en haalt hij je het bloed onder de nagels.
Hoe
fris ben jij nog in je hoofd ?
Niemand kan volgens mij met een stalen gezicht zijn
mening geven over een emotioneel geladen onderwerp als het toestaan
van filmpjes op het internet waarop te zien is hoe een gijzelaar
wordt vermoord. Dat iemand met een stalen gezicht naar zulke
filmpjes kan kijken, kan ik me wel voorstellen. Sommige mensen zijn
dan ook echt ziek in hun hoofd.
Toch is het zo dat je je bij het vormen van je mening
niet mag laten leiden door je driften, je traditie, je geloof, je
vooroordelen, enzovoort. Je moet met je verstand je mening vormen.
En hoe meer je je laat leiden door driften en dergelijke, hoe minder
mening je hebt. Zeker als je niet omringd bent door redelijk
oordelende vrienden.

Meningsmolecuul opgebouwd uit verstandsatomen
Als je je verstand zijn gang laat gaan en alle
gevoelens uitschakelt, dan zal je zeker over een dijk van een mening
beschikken. Niets is minder waar. Want als je alleen maar van je
verstand gebruikt maakt, is die mening al zo uitgedroogd en saai om
aan te horen dat niemand naar je zal willen luisteren.
Intellectuelen worden (hopelijk) net zo weinig aangehoord als
figuren die grof in de mond zijn of direct beginnen te
vechten.
Zou het een cocktail zijn van voldoende gevoelens en
gedachten die een mening vormen die prettig is om aan te horen?
Gevoelens schijnen warm te zijn en gedachten koud, hoor
ik weleens zeggen. Je moet je leiden door je hart en minder door je
verstand, wordt ook gezegd. De stem van het hart schijnt immers
oprechter dan de stem van je verstand.
^
top ^
Artikel
2.
Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 3
Maakt
het lot de wereld kapot ?
De ouders van Sam hebben een jaar geleden de hoofdprijs
van de Lotto gewonnen en zijn plots rijk geworden. Hun nieuwe huis
is pas afgeleverd en er staan twee terreinwagens voor de deur en
twee sportwagens in de garage. Sam heeft een aparte computerkamer en
op vrijdagavond nodigt hij zijn vrienden uit om naar de film in hun
privé-bioscoopzaal te komen kijken.
Het is niet waar. Dat droomt Sam maar.
In werkelijkheid moeten zijn ouders hard werken om de
hypotheek op hun rijwoning te kunnen afbetalen en moet Sam het doen
met een twee jaar oude computer en een breedbeeldtelevisie die hard
aan vervanging toe is.
Daarom doen zijn ouders mee aan de Postcodeloterij. Ze
willen het weliswaar iets breder hebben maar ze beseffen ook dat zij
daar in het arme Zuiden het veel minder breed hebben dan wij hier.
Dus spelen ze elke week en hopen ze dat op een dag hun straat in de
prijzen zal vallen.
Nooit hebben vrijgevigheid en hebzucht zo dicht bij
elkaar gestaan. Dat is misschien wel moreel verwerpelijk maar ook
praktisch toepasbaar. Het is in ieder geval beter dan gokken op
paarden. Want als je wint of verliest, het leven van de paarden zal
er niet beter van worden. En als je niet wint bij de Postcodeloterij
zal door jouw bijdrage een waterput in de Sahara gegraven kunnen
worden, of krijgen kinderen in de Andes een schoollokaal.
Het is niet mooi om renpaarden met arme mensen te
vergelijken. Uitbuiting is echter onlosmakelijk verbonden met het
verwerven van rijkdom.
Wat
slik jij voor zoete koek?
De Postcodeloterij toont twee werelden. Wij en zij. Wij
zitten in de luie stoel en kijken naar de wereld van zij. Want onze
hulp is nodig en daarom spelen wij.
De derde wereld is zij. Er is daar ellende, armoede,
oorlog, onrecht, honger, angst. Zij hebben nog veel werk voor de
boeg. Onze wereld is rijker, rustiger, vreedzamer, rechtvaardiger,
en we vervelen ons vaak.
Het is alsof we onszelf pas kunnen zien wanneer we
geconfronteerd worden met het tegendeel. We beseffen pas dat we het
zo goed hebben als we zien hoe zij het zo slecht hebben.
Het is of wij in het rijk der licht leven en zij in het
duister.

Bepalen zon en maan welk rijk op aarde licht
of duister is ?
Als iedereen thuis en in de media zou zeggen dat de
schurkenstaten de nieuwe as van het kwaad vormen, dan zal Sam dat
deel van de wereld heel gevaarlijk vinden. Sams wereldbeeld is
gevormd. Hij zou kunnen twijfelen of het idee dat hem via het scherm
aangedragen wordt wel juist is. Hij zou het ook voor zoete koek
kunnen slikken.

Bush schenkt as aan Sam
Als iedereen thuis en in de media zou zeggen dat alle
Brabanders dieven zijn, dan zal hij ze wantrouwen. Sams mensbeeld is
gevormd.
Je zou zeggen dat Sam behoorlijk naïef moet zijn om
zulke nonsens direct voor waar aan te nemen.
Bij beeldvorming is een staat gebaat en zeker als er
oorlog gevoerd wordt tegen schurkenstaten. Je moet immers weten wie
de vijand is en hoe hij of zij eruit ziet, zelfs al heb je hem of
haar nooit in het echt gezien.
Het is maar goed dat Sam in een wereld leeft waar die
beeldvorming zo ‘vrij’ of zo ‘gezond’ mogelijk wordt gedaan.
Toch zal hij de werkelijkheid nooit zo zien zoals ze is, maar zoals
hij denkt dat ze is.
Wat hij denkt is wat door beeldvorming is gestuurd.
Omdat hij weet dat zijn idee over de wereld door beeldvorming wordt
gestuurd, kan hij zijn eigen idee over die beeldvorming hebben. Maar
zo’n idee is nooit oorspronkelijk. Zo’n idee lijkt altijd
geleend.
^
top ^
Zitten
de ideeën in je hoofd of achter je rug ?
Sam denkt dat hij in de echte wereld leeft maar zijn
vader zegt dat hij in de echte wereld leeft, omdat hij moet werken
en Sam niet.
Zij kijken samen naar de Postcodeloterij op televisie.
Sam zegt dat de echte wereld die van de armen is en dat in onze
wereld te veel luxe is om te weten wat echt is. Zijn vader zegt dat
onze wereld echt is want hij moet hard werken om de kost te
verdienen. Daarom is hij ‘s avonds zo moe en wil hij rust als hij
kassie kijkt. Bovendien speelt hij mee met de Postcodeloterij en
daardoor geeft hij geld aan de armen.
Hij neemt een slok bier en vindt het oliedom van de
kaalhoofdige kandidaat dat hij zijn verdubbelaar niet heeft ingezet.
Om aan te tonen dat de wereld van de rijken en die van
de armen schijnwerelden zijn, wordt Sam uitgenodigd om een opname
bij te wonen. Hij moet er dan zelf zien achter te komen waar de
echte wereld zich bevindt. Misschien is het wel een van de twee
werelden of misschien is er wel een geheel andere wereld.
Sam wordt geblinddoekt naar een stoel in de voorste rij
gezet en kan pas iets zien als iedereen zit. Dat moet zo gebeuren
want de regie wil niet dat iemand weet hoe de opnames gemaakt
worden.
Sam merkt dat de speler in de hoge stoel op het podium
het goed doet en nog maar drie tegenspelers heeft. Hij zit geketend
in zijn stoel te kijken en kan zijn hoofd niet meer links of rechts
draaien. Hij wordt gedwongen naar de show te kijken en denkt dat wat
hij ziet de echte wereld is. Toch verlangt hij ernaar te zien wat er
achter zijn rug gebeurt.
Het lukt hem als enige toeschouwer om zich uit de
ketenen los te rukken. Niemand ziet hem van zijn plaats gaan. Hij
merkt dat de studio in een grot zit en dat er een trap naar boven
leidt. Uit het gat boven in de grot komt er licht en hij ziet hoe de
regisseur van de Postcodeloterij met enkele vormen alle mogelijke
voorstellingen op het podium projecteert. Sam rent naar boven het
zonlicht in en beseft nu pas dat hij al die tijd in een schijnwereld
heeft geleefd en dat de echte wereld bij de uitgang van de grot
begint.
Dolblij rent hij naar beneden en verstoort de opname
van de Postcodeloterij.
‘We worden belazerd!’ roept Sam opgewonden uit.
Maar hij wordt aan de kant geschoven en niemand wil hem
geloven.
Ben
je alles vergeten toen je op de wereld geworpen werd ?
Als Sam met de naam Samos in het Griekenland van 500
voor Christus geboren zou zijn, zouden de filosofen van die tijd je
beschouwen als een baby die juist alles vergeten is.
Door de schok van de geboorte ben je alle echte kennis
kwijtgeraakt en zal je dus naar school moeten om alles van voren af
aan te moeten leren. Een goede school en betrokken ouders zullen er
wel voor zorgen dat de kennis die je als baby in de buik bezat zal
worden opgehaald. Want wat je vergeten bent, kan je je altijd weer
terug herinneren. Als het geheugen en het verstand goed meewerken
zal je al snel een kei zijn in wiskunde en de ideale vormen
herkennen.

Door de val op de grond vergeet de baby alles
dat hij kende
Hoewel Samos direct na zijn geboorte een leeg hoofd
heeft omdat hij niets weet, zit in zijn geheugen toch alle kennis
opgeslagen. Alleen lijken ze in een soort noot te zitten die pas kan
ontkiemen wanneer hij in goede aarde staat en voldoende gevoed
wordt.
Als Sam met de naam Samuel geboren zou zijn in het
Frankrijk van de eerste helft van de zeventiende eeuw, dan zou hij
een baby zijn met een hoofd vol aangeboren ideeën die als noten
zullen ontkiemen wanneer de baby - of liever het lerende kind -
ervaring opdoet.
Ook hier zal een goede school en betrokken ouders veel
meer ideeën weten te raken en zal het kind superverstandig worden.
^
top ^
Word
je als een onbeschreven blad geboren ?
Als Sam met de naam Samuel geboren zou zijn in het
Engeland van de tweede helft van de zeventiende eeuw, dan zou hij
een baby zijn met een volslagen leeg hoofd. Samuels verstand is bij
de geboorte leeg en wordt een onbeschreven blad genoemd. Wat Samuel
waarneemt, worden door de jaren heen eenvoudige ideeën die door het
verstand worden opgenomen. Als Samuel verstandiger wordt, zal hij
eenvoudige ideeën met elkaar kunnen combineren tot complexe. De
inhoud van het verstand hangt dus af van wat er door ervaring op het
blad geschreven wordt.

Hoe de ervaring het witte blad invult
Het enige dat de natuur bijdraagt aan de
leerontwikkeling van Samuel is een babylijf met een leeg hoofd. Alle
kennis moet dus in Samuels hoofdje gepropt worden. De andere kant
zegt dat de natuur juist alles bijdraagt aan de leerontwikkeling van
Samuel. Alle kennis moet dus uit Samuels hoofdje gehaald worden.
Nu wordt Sam geboren als een kereltje dat noch
aangeboren ideeën heeft noch een onbeschreven blad is. Sams
leerontwikkeling hangt nu voor 30 procent af van zijn genetische
erfenis en voor de rest van zijn omgeving. Het ligt er aan hoe
betrokken zijn ouders zijn en op wat voor school hij terechtkomt,
maar het belangrijkste is wel welke beslissingen Sam zal nemen en
welke interesses hij heeft.
Kan
je gedachten dromen ?
Onder de schedel zitten de hersenen en in de hersenen
zitten bepaalde wegen die signaaltjes naar bepaalde delen sturen die
een of andere rol spelen bij bijvoorbeeld het leren voor een
proefwerk.
Er is nog geen hersenchirurg geweest die heeft kunnen
aanwijzen waar het verstand zit en waar het geheugen en waar de
verbeelding, laat staan waar die drie verbonden zijn met de
waarneming. Dat er iets in de hersenen gebeurt als je nadenkt, of je
iets inbeeldt, of je iets herinnert, of iets zelfs waarneemt, is
waar, maar wat er precies gebeurt weet niemand nog. Toch hebben
wetenschappers het over die vier zaken in je hoofd die nodig zijn om
kennis te vormen. Wat in theorie aanwezig zou moeten zijn, blijkt in
de praktijk vaak onvindbaar…
Als je zes jaar oud bent en voor het eerst leert
rekenen, zal je twee appels met twee appels kunnen optellen en
stellen dat er dus vier appels op de schaal liggen. Het rekenen is
goed voorstelbaar en wordt in beelden uitgelegd. Je kan met je ogen
dicht vier appels voorstellen.
Als je zestien jaar oud bent en aan het
differentiaalrekenen geslagen bent dan zullen de beelden je niet zo
veel kunnen helpen. Want als je op zoek bent naar de onbekende
functie en een reeksontwikkeling moet construeren, dan zullen die
appels op de schaal je niet veel helpen.
Hoe ingewikkelder het rekenen, hoe minder concreet de
oplossingen zullen worden. En hoe minder concreet de voorstellingen
met de ogen dicht worden, hoe abstracter het rekenen wordt. Als je
een wiskundeknobbel zou hebben dan werk je meer met gedachten bij
het zoeken naar een oplossing dan met beelden.

Met een appel los je het wiskundeprobleem
niet op
Dromen zijn broedplaatsen van stilstaande en bewegende
beelden. Het is vooral het rijk van de verbeelding. De tijd en de
ruimte van de wakkere wereld zijn in dromen uitgeschakeld. Zodra je
wakker schrikt zal je een beroep doen op je verstand omdat je graag
wil weten waarom die rook uit de schoorsteen een groot konijn werd
dat je zocht en vond en achternazat en hoe je je ook verborg, altijd
wist dat reuzenkonijn je te vinden!
Kan
je een appel zien zonder te begrijpen dat het een appel is ?
Als je over minimaal één zintuig beschikt, zal je op
de een of andere manier kunnen waarnemen dat er vier appels op de
schaal zijn. Je kan ze elk afzonderlijk waarnemen en met je verstand
rekenen. Als de juf erom vraagt kan je zeggen dat twee plus twee
vier is. Als het antwoord juist is, heb je een goed oordeel gegeven.
Het lijkt makkelijk, maar een 18de
eeuwse pruikdragende kleine Pruisische filosoof (met ijzeren
discipline) heeft in zijn dikste boek ongeveer honderd bladzijden
nodig om te kunnen beweren dat in dat oordeel de zintuiglijkheid (je
kan de appels op de schaal zien) en het verstand (je kan rekenen)
met elkaar verbonden worden.
Als je de appels niet zou kunnen waarnemen maar wel een
goed werkend verstand hebt, zou je een leeg begrip van een appel
hebben. Als je de appels wel zou kunnen waarnemen maar geen verstand
zou hebben, dan zou je een blinde aanschouwing van een appel hebben,
want je hebt helemaal geen begrip van een appel.
^
top ^
Kan
je alle kennis bezitten ?
Met razend snel lezende ogen, een gigantisch geheugen,
een vlijmscherp verstand en een eeuwig leven zou je in een
bibliotheek veel kunnen bereiken.
Maar wat moet je met al die boekenkennis als je er in
de praktijk niets mee doet? Een boekenwurm die zich begraaft in boeken zal zich
meer en meer verwijderen uit de echte wereld en zijn lichaam maar
lastig vinden. Het liefst zou hij geest zijn; een geest die geen
driften en verlangens meer heeft en niet meer hoeft te eten of naar
de pot moet gaan of die moe wordt of ziek. Hij zal zich voeden met
kennis en alleen maar kunnen groeien. Het contact met de wereld zal
hij weldra totaal verloren hebben.

Wat er gebeurt als je het contact met de
wereld verloren hebt
Ben
je voltooid tegenwoordige tijd als je alles weet ?
Alle kennis die je in je hoofd kan proppen blijft
beperkt in een mensenleven. Als je kijkt naar de wijze waarop het
leven zich vanaf het begin tot nu heeft ontwikkeld en je beschouwt
de mens als het topmodel op de evolutionaire catwalk, dan is er een
richting naar boven die van de mens een steeds hoger wezen maakt.
Als de mens in de verre toekomst in staat zou zijn om
alle beperkingen te boven te komen dan zou er op een dag een
perfecte mens moeten ontstaan.
Als we terugkeren naar de boekenwurm die al meer dan
driehonderd jaar gelezen heeft en genoeg heeft aan de blauwe lucht
die hij zichzelf kan voorstellen.
Hij is zo’n kenner geworden van alle mogelijke
theorieën dat alles dat hij gelezen en geleerd heeft, hem niet meer
vreemd is.
Zelfs zijn bewustzijn van alles dat buiten hem leefde
is hem niet meer vreemd en uiteindelijk bestaat er geen ‘buiten’
meer. Hij begint op dat punt in te zien dat al zijn opgedane kennis
(en hij begrijpt echt alles dat hij gelezen heeft) zijn eigen
product geworden is. Hij verliest het bewustzijn van ‘buiten’ en
wordt een gesloten ‘binnen’.
Hij leert nu via zijn zelfbewustzijn en heeft de
bibliotheek niet meer nodig. Omdat alle beperkingen opgeheven zijn
is hij een absolute kenner. Maar hij zal als X geen contact meer
kunnen hebben met je. De boekenwurm beschikt nu over naar binnen
gerichte ogen die het geheugen en het verstand als overbodig
ervaren. Dan gooit de boekenwurm zelfs de ogen weg en is hij een
absolute geest geworden.
Kan
een gedachte zichzelf denken ?
Laten we het in het begin even simpel houden. Je bent
een modderslikkend platwormpje dat in het Precambrium zwemt in een
ondiep meer. Je doet de dingen die je opgedragen worden door je
instinct zonder nadenken; en bewust van je omgeving ben je ook niet
bepaald.
Een paar honderd miljoen jaar verder ben je een of
andere vachtdragende voorloper van het moderne zoogdier. Je kan al
jagen op insecten en je bent je warempel al een beetje bewust van
waar je prooi zich moet bevinden. Maar nadenken is er niet bij.
Dan aangekomen in de laatste ijstijd ben je een
neanderthaler die zijn grot knus heeft ingericht met berenvellen en
zijn vrouw en kinderen zegt dat er vanavond mammoet op het menu
staat. Je bent je goed bewust van de dingen om je heen. Om op die
wolharige olifanten te kunnen jagen moet je bovendien in staat zijn
om plannen te maken en een list verzinnen om de prooi in de val te
lokken en in de pan te hakken. Je denkt al redelijk na en je hebt
het idee dat jij jij bent. Het eerste beetje zelfbewustzijn is
geboren.
Aangekomen in de postmoderne tijd ben je een homo
sapiens sapiens en ga je naar school. Je hebt wiskunde, taal, een
mening over de oorlog in Irak, een vriendin uit China waarmee je
regelmatig chat en je doet aan yoga. Je zit behoorlijk vaak achter
de computer - veel te veel naar de zin van je ouders - en je vergeet
weleens naar de pot te gaan of iets te eten. Als het spel op de pc
gedaan is, besef je pas dat je moet plassen en koek happen. Je hebt
al zo veel zelfbewustzijn dat je soms vergeet dat er een
‘buiten’ is.
Als de mens nog zal bestaan, zal je over tien miljoen
jaar nog ingewikkelder kunnen nadenken en zo veel zelfbewustzijn
hebben dat je zelfs van jezelf kan leren zonder dat je een school
nodig hebt.
Dan in het jaar 12.002.005 A.D. gebeurt er iets vreemds
in je hoofd. De evolutie vanaf het platwormpje tot nu is voltooid.
Het proces van meer nadenken en meer bewustzijn is ten einde. Het is
het einde van de geschiedenis en het ‘buiten’ is er niet meer.
Er is slechts een ‘binnen’. De mens is een zelfdenkende gedachte
geworden en werpt zijn lichaam van zich af. De zelfdenkende gedachte
is absoluut, totaal. Het proces van bewustwording eindigt met deze
gedachte en slokt de werkelijkheid op.

De denkende gedachte die zich het denken
inbeeldt
Nu pas begrijpt de zelfdenkende gedachte het doel van
de evolutie en het waarom van het heelal en het leven.
Maar de zelfdenkende gedachte kom niet even bij je op
bezoek om je dit allemaal te vertellen. Jij bent er immers niet
meer. Je bent niet dood of levend. Het is alsof je bent opgezogen
door je eigen ‘binnen’.
Die spiraal van steeds beter, hoger, dieper nadenken en
steeds meer bewustzijn kan je ook nu in 2005 realiseren. Hier zijn
de ingrediënten:
Ga in een donkere kamer zitten en denk na over je
huiswerk. Maak dat huiswerk vooral niet, maar denk erover na. Je
ziet wat je nog moet schrijven en leren.
Ga nu een trapje hoger. Denk vervolgens na over
huiswerk in het algemeen en wat voor een invloed dat heeft op alle
jongeren in de hele wereld.
Nog een trapje hoger alsjeblieft. Denk na over de
manier waarop je nadenkt over huiswerk in het algemeen en wat voor
een invloed dat heeft op alle jongeren in de wereld.
Nu zullen de trapjes elkaar eindeloos opvolgen. Denk na
over de manier waarop je nadenkt over de manier waarop je nadenkt
over huiswerk.
Hoe verder je nadenkt hoe abstracter die gedachte wordt
nietwaar? En hoe abstracter die gedachte wordt, hoe verder je
verwijderd raakt van de wereld om je heen, nietwaar? En hoe verder
je verwijderd raakt van de wereld, hoe minder er een ‘buiten’ is
en hoe meer er een ‘binnen’ is, nietwaar?
Het bewustzijn van de wereld om je heen wordt steeds
meer een zelfbewustzijn. Dit zelfbewustzijn groeit en groeit en
groeit en eindigt op een plek waar de hoogste gedachte zichzelf
denkt en het groeiproces opheft.
Jij die eens in een donkere kamer ging zitten omdat het
zondagavond was en nog zo veel huiswerk had te maken, bent een
zelfdenkende gedachte geworden. Het is niet meer nodig dat je moeder
naar binnen komt stormen om te zeggen dat je je huiswerk moet maken.
Ze is door je zelfdenkende gedachte opgeheven. De school is ook
opgeheven. Moedertje aarde ook en ten slotte zit het heelal in de
zelfdenkende gedachte.
Misschien was het een droom. Maar wat zou je ervan
zeggen als je ontwaakt en je in een heel andere wereld zit?
^
top ^
Kan
je werkelijkheid van fantasie onderscheiden ?
Zoals de filosofen van mening verschillen over wat nou
precies de Werkelijkheid is, zo zijn er verschillende
werkelijkheden. Voor de een moet je uit de grot van de schijnwereld
ontsnappen om de Werkelijkheid te kunnen schouwen, voor de ander
hoef je maar naar buiten te kijken om te weten waar de Werkelijkheid
zich bevindt.
Het jongetje dat in de ban was van Superman op tv en
gekleed in zijn pak uit het raam sprong omdat hij dacht dat hij
Superman kon zijn, had zich jammerlijk vergist van werkelijkheid. De
wereld onder het raam zat niet ingekapseld in de schijnwereld in
zijn hoofd. Zijn ‘binnen’ in zijn hoofd omvatte het ‘buiten’
onder het raam niet.
Maar omvat het ‘buiten’ het ‘binnen’ dan? Of is
het ‘binnen’ in je hoofd strikt gescheiden van het ‘buiten’
van de tastbare wereld? Is er misschien een overgangswereld tussen
‘binnen’ en ‘buiten’?
Om de appelboom in de tuin te kunnen zien moet je eerst
weten wat een appelboom is. En wat nog belangrijker is: je moet hem
kunnen zien. Ben je blind, dan zou ik je hem nog kunnen laten horen
door in de zomer aan de takken te hangen zodat de bladeren ritselen.
Ben je blind en doof, dan zal ik je hem kunnen laten ruiken of
voelen of proeven. Kan je op geen van deze vijf manieren waarnemen
dan zal het contact met het ‘buiten’ voorgoed verloren zijn
gegaan en leef je alleen maar ‘binnen’.
Als je bijvoorbeeld alleen maar zou kunnen ademen vanaf
je dertiende en niet meer waarnemen, dan vermoed ik dat je op
herinneringen, beelden en gedachten zal leven. Als je vanaf je
geboorte niet zou kunnen waarnemen, dan kan je volgens mij geen
herinneringen, beelden of gedachten hebben. Je bent en blijft leeg
van binnen.
Is
echt recht of krom, en waarom ?
Als je in een heldere vijver een rechte tak zou steken
zodat deze voor de helft onder water zou zijn, dan zou je niet
zeggen dat de tak krom is geworden. Je ziet dat de tak krom is, maar
je weet dat hij recht is. Het is of de waarneembare werkelijkheid
aangevuld wordt door kennis. De ‘echte’ tak buiten het water
wint het van de schijntak in het water.
De kennis die wij menen te bezitten van de waargenomen
werkelijkheid stuurt als het ware onze waarneming. Onze waarneming
vormt niet alleen de waargenomen werkelijkheid, maar ze vervormt
haar ook nog.
Een zuivere scheiding tussen fantasie en werkelijkheid
valt niet te geven. Het is wel zo dat je de verbeelding nodig hebt
om je een beeld van de wereld te kunnen vormen zodat je deze
tenminste kan begrijpen. Als je je door de verbeelding laat vangen
zoals het jongetje dat dacht dat hij Superman was, dan ben je fout
bezig. Een gezonde portie realiteitszin is gewenst, maar makkelijker
gezegd dan gedaan.
Kan
een mythe ook nu nog voor de waarheid doorgaan ?
Toen Amerika Irak binnenviel in 2003 hadden de
president en zijn helpers een reden nodig om die inval te
rechtvaardigen. De duivelse Saddam Hoessein was bezig een arsenaal
aan chemische en nucleaire wapens op te bouwen en de Amerikaanse
minister van buitenlandse zaken leverde in een vergadering van de
Verenigde Naties het ‘bewijs’. De Amerikanen slaagden erin de
meeste landen te overtuigen van het dreigende gevaar in
schurkenstaat Irak en vielen het land binnen.
Een jaar later was men van het tegendeel overtuigd. Er
werden geen chemische noch nucleaire wapens gevonden. De hele
dreiging was in feite een grote mythe die in de wereld was geholpen.
Dankzij de macht van Amerika in militaire, economische, maar vooral
beeldende zin - ze maken in Hollywood goede films met veel
‘special effects’ - werd het ‘buiten’ door een ‘binnen’
overgenomen, zoals bij het jongetje die dacht dat hij Superman was.
In zijn val naar het plaveisel moet het jongetje tot het
afschuwelijke besef gekomen zijn dat hij ongelijk had.
Wat Amerika met de inval in Irak heeft kapot- of
goedgemaakt, is niet duidelijk. Maar de verbeelding was voor even de
meester van de werkelijkheid.

Hoe de verbeelding de werkelijkheid tot
voetsteun verlaagt
Als je gezond wil blijven denken en redeneren, dan moet
je je verbeelding niet de teugels geven van het paard waarmee jij
door het werkelijke landschap reist. Laat de verbeelding een
aanvulling zijn, meer niet.
Als je veel op de computer zit en met je clan afspreekt
dat je collectief afscheid moet nemen door je te vergiftigen op drie
uur drie (London-tijd) omdat er een komeet in de buurt van de aarde
zal parkeren en jouw geest en die van je clan zal ophalen voor een
ruimtereis naar planeet Ypsilon 3 punt 3 die jullie clan in het spel
op een andere clan heeft veroverd, dan ben je wat betreft de
verbeelding iets te ver gegaan.
Komt
de geschiedenis van de mensheid tot een ‘happy end’ ?
De geschiedenis van oorlog en verzet, van ellende en
verdriet komt tot een einde zodra de strijd gewonnen is. Er zal een
nieuwe wereldorde komen die compleet controleerbaar is en iedereen
blij maakt.
Schijnwerelden verblinden. Vroeger situeerden we die
heerlijke nieuwe wereld in een paradijs of een hemel of het Walhalla
of in Utopia, maar tegenwoordig willen we die schijnwereld op aarde,
en het liefst dicht bij huis. Ook het Amerika van Bush is verblind
door haar eigen schijnwereld.
Zouden Amerikanen misschien denken dat ze midden in een
film zitten en al weten dat hun film een ‘happy end’ heeft? Maar
je kan toch niet in de toekomst kijken? Zouden ze dat wel weten? En
wat geeft hen het vertrouwen dat het allemaal wel goed komt? Wie
schudt die Amerikanen nou eens wakker?
Ze zitten als die jongen die een voorstelling volgt van
de Postcodeloterij vastgeketend naar schimmen te kijken. Maar zij
zijn economisch en militair beschouwd het machtigst en niemand durft
ze wakker te schudden en te zeggen dat het sufferds zijn die door
hun eigen zintuigen en verstand bedrogen worden. Osama kijkt ook
naar schimmen. Hij is religieus beschouwd het fundamenteelst en
niemand durft hem wakker te schudden want hij zit nog hardnekkiger
vast in zijn schijnwereld en hij zal verschrikkelijk boos worden als
je aan hem schudt. En wel zo boos dat hij een hoog gebouw zal zoeken
om er een stelletje sufferds een gekaapt vliegtuig in te laten
vliegen.
Wat het communisme in Rusland en Oost-europa is
overkomen, zal de schijnwereld van Bush en Osama ook overkomen. Want
een schijnwereld zal de echte wereld nooit kunnen vervangen, hoe
virtueel perfect de schijnwereld ook moge zijn.

‘In de prullenmand met die schijnwereld!’
^
top ^
Artikel
2.
Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 4
nieuw
Speelt
je geest ook verstoppertje?
‘Geest’
is een raar begrip in de filosofie. Je kan ze niet waarnemen en toch
zit ze in je.
Rarara,
waar ben je geest?
Er
wordt al 25 eeuwen gesproken over ‘geest’ en al die geweldige
dingen die ze wel of niet kan doen. Nu pas heeft iemand durven beweren dat ze helemaal
nooit bestaan heeft.
Nee,
erger nog: de idee ‘geest’ heeft ons op een verkeerd spoor
gezet. Eigenlijk zouden al onze theorieën waarin over ‘geest’
wordt gerept over boord gegooid moeten worden.
Ik
ben bang dat er dan niet veel gezegd kan worden.
Toch
is het gemakkelijk om het over geest te hebben. Je kan er immers zo
veel zaken mee verklaren. Je lichaam is er ook bij gebaat. Ze stuurt
het lichaam en als je sportief of lenig bent, heb je nog geluk ook. Want
een gezond lichaam zorgt voor een gezonde geest, nietwaar?
Ga
maar eens zes uur achter elkaar computeren. Hoe
zou jij je voelen als je alleen maar lichaam was? Stijf? Of heb je
je lijf al kwijtgespeeld?
In
de geschiedenis van de filosofie is ‘geest’ altijd iets hoogs en
bovenaards en ‘lichaam’ een laag bij de gronds tastbaar ding dat
kan stinken, plassen, vreten, boeren, winden laten. De geest
veroudert in tegenstelling tot het lichaam ook nooit. Ze gaat
meestal ook niet dood.

Als
je het woord ‘geest’ niet wil gebruiken zit je met een probleem.
‘Geest’ is zo ingebakken in ons dagelijks taalgebruik dat we
niet meer zonder kunnen.
Als
je het bestaan van ‘geest’ ontkent, heb je geen probleem.
‘Geest’ is immers niet waarneembaar.
Als
je vindt dat elk zelfstandig naamwoord verwijst naar een bestaand
iets, dan mag je naar de geest blijven zoeken.
Voor
mij heeft ‘geest’ slechts theoretische waarde. Ik gebruik het
woord omdat ik geen betere theorie bedenken kan om de wereld om mij
heen te beschrijven zonder het woord te gebruiken. Als jij dat wel
kan, dan heb je heel veel werk voor de boeg.
Waar
zit jouw ik?
Waarschijnlijk
onder je huid. Of misschien vind je het ik ook een theoretisch
construct dat door het brein bedacht is.
Hoe
je het ook wendt of keert, je kan niet zonder ik. Je ik heb je nodig
om je bewust te zijn van je omgeving, om plannen te maken die jou
aangaan, om je af te zetten tegen je ouders omdat ze weer eens
plannen met je hebben. Je ik zorgt voor orde in de zintuiglijke
indrukken die op elk moment van de dag op je af stormen. Je ik zorgt
voor eenheid en begrip in de maalstroom van gedachten die overdag
door je hoofd vliegen.
Zonder
die orde en eenheid zou je overgeleverd zijn aan nieuwigheden zoals
een goudvis in een kom, en telkens denken dat je door nieuwe wateren
glijdt. Zonder je ik zou je jezelf continu bedriegen, zonder het
overigens zelf te weten. Zonder je ik zou je eenvoudigweg niets
kunnen weten.

Is
je leven pas geslaagd als je beroemd bent?
Ik
ben nog nooit iemand tegengekomen die bewust streeft naar een saai
leven of een ongelukkige tijd. De dakloze die elke winternacht in
een portiek ligt te koukleumen zal niet zeggen dat hij dat precies
heeft gewild toen hij twaalf jaar was en zich inbeeldde hoe hij als
volwassene zou zijn. Een loopbaan op de stoep met al je bezittingen
in drie plastic zakjes is geen zelfbewuste keuze maar word je door
ongunstige omstandigheden opgedrongen.
Iedereen
die zich de vraag naar een gelukkig leven voorlegt, streeft in ieder
geval naar een goed leven of naar een beter leven. Dat streven naar
een goed leven is menselijk maar wensen gaan nooit helemaal in
vervulling.
Zo
is het ook met een in de toekomst voorgesteld leven dat eerder een
aanvulling is op de dagelijkse beslommeringen dan een realiseerbaar
project. Het is pas erg met je gesteld als je boven je dagelijkse
bestaanswerkelijkheid uit wil stijgen door voor altijd in een
fantastische droomwereld op te gaan.
Hoeveel
doe jij net alsof?
Om
aan die last te ontkomen hebben de mensen de kunst uitgevonden net
te doen of ze iemand zijn die ze in het echte leven niet zijn. Als
het een spel is, is het oké. Als je werkelijk gelooft dat jij de
persoon bent die je wenst te zijn, heb je een probleem.

Kent
hij het verschil tussen fantasie en werkelijkheid nog?
Je
moet niet per se beroemd worden om te kunnen beweren dat je leven
geslaagd is. Een geslaagd leven is overigens niet hetzelfde als een
gelukkig leven.
Als
je wil slagen dan moet je ambitieus zijn en die persoonlijkheid
worden die de mensen het liefst op televisie zien. Je moet in staat
zijn om jezelf om te kneden en een vervangende persoonlijkheid te
construeren. Als je lief gevonden wil worden door het publiek moet
je veel lachen; als je de stoere held wil uithangen dan lach je
beter niet.
^
top ^
Heb
je al leren vluchten?
Niets
is moeilijker dan saaiheid overwinnen. Want hoe saaier je de wereld
om je heen vindt, hoe meer je een beroep moet doen op je
verbeelding.
In
deze omgekeerde evenredigheid zit ook een waarheid: wat je denkt te
missen in de werkelijkheid, vul je aan met een verzonnen wereld die
een product van de verbeelding is. Als je de wereld niet aankan,
vlucht je ervoor in een door jezelf ontworpen wereld.
Het
probleem is echter wel dat de mogelijkheden van jouw wereld het
gevolg zijn van de beperkingen die de echte wereld jou heeft
opgelegd. Als er tussen je belevingswereld en de echte een kloof
zit, kan dat op twee zaken doelen: of jij bent in je hoofd ongezond
bezig, of de samenleving houdt geen rekening met jongeren.
Voor
mij is een samenleving gezond als die ervoor zorgt dat de jongeren
de kans krijgen gezond in het hoofd te blijven. Gezond wil hier
zeggen dat je je betrokken bij je omgeving voelt en dat je niet moet
vluchten.

Kijk
uit! Saaiheid!
Is
dit de eeuw van de depressie?
Alles
gaat sneller tegenwoordig: de auto’s, de vliegtuigen, de Tour de
France, de computer, de opwarming van de aarde, de televisiebeelden,
leren, leven, scheiden, de tijd. Jou staat nog het een en ander te
wachten. De ratrace heet je welkom!
Op
de levenskracht waarover je beschikt, moet je zuinig zijn. De druk
van de verwachtingen kan die kracht ondermijnen. Wie verlangt er
niets van je? De maatschappij, je familie, je ouders, de school, je
vrienden? Misschien verwacht je van jezelf ook iets dat je helemaal
niet aankan?
Als
je jezelf overlevert aan die verwachtingen, wordt de levenskracht
uit je weggezogen; als je jezelf totaal niet wil geven, heb je alle
energie nog, maar kan je haar niet kwijt.
Het
gaat erom dat jij het juiste midden vindt. Zonder samenleving kan
jij niet leven, zonder individuele invulling heb jij geen leven.
Maar laten je ouders dat toe als zij denken te weten wat het beste
voor jou is? En weet je wel zeker wat goed voor jou is als je naar
niemand meer wil luisteren?
Je
kan niet vroeg genoeg beginnen met het zoeken naar evenwicht, want
voor je het beseft slinger je als een malloot tussen twee uitersten,
overgeleverd aan krachten waarover je geen controle kan hebben.

Zoekt
slechts een evenwichtig geweten naar ontspanning?
Om het juiste midden te vinden moet je in de 21ste eeuw
over een goed ontwikkeld rationeel verstand beschikken. Zonder
scholing zal je dat niet lukken.
Zo’n
verstand is niet alleen individueel maar ook sociaal. We leven
immers in een samenleving die iedereen die niet over rationele
vermogens beschikt, opsluit. Wie gek of traag is, mag niet aan het
maatschappelijk spel deelnemen. Wie bijzonder is, krijgt een
speciaal plaatsje toegewezen, zoals de hyperactieve kinderen, de
hoogbegaafde kinderen, de hoog sensitieve kinderen, de
nieuwetijdskinderen. In onze eeuw lijken er meer en meer speciale
kinderen rond te lopen. Nog even en het gewone kind is een
uitstervende soort!
Heb
je jezelf al ontmaskerd?
Als
je het werkelijk wil doen, zal je jezelf helemaal bloot moeten
geven. Het nadeel is wel dat je alleen zal staan en met wie niemand
meer om kan gaan.
De
persoon die jij bent zit je gegoten als een pak en een masker. Zo
ben je in staat om te zijn in de wereld en kan je haar begrijpen. Om
mensen met elkaar om te laten omgaan, zijn de moraal en de cultuur
uitgevonden. Zonder die maskers zouden we elkaar niet kunnen luchten
of zien.
Het
masker heb je nodig om te kunnen functioneren op school, thuis, in
de bus. Het masker dat je draagt is je persoon met wie je versmolten
bent. Je idealen zijn niet werkelijk van jou, maar worden je ten
dele opgedrongen door de wereld. Het andere gedeelte dat je niet
wordt opgedrongen komt werkelijk van jezelf. Alleen vanwege die
wereld die wil dat jij het masker draagt om in die wereld zelf te
kunnen functioneren.
Zonder masker zou je geen greep hebben op de
buitenwereld. Ze
zou je overweldigen en op de knieën dwingen om het masker op te
doen dat je voor de voeten geworpen krijgt.
Niemand kan zonder masker. Dat
houdt dan nog niet in dat je het masker ook voor de volle honderd
procent moet zijn. Je mag je best verzetten. Je mag dat masker ook
wel even afzetten om te kunnen lachen om de wereld, of gewoon om te
weten waarmee je eigenlijk bezig bent. Je vindt misschien wel dat je
al die tijd nuttig bezig bent en opeens lijkt dat nuttige nutteloos.
Als
je denkt dat je werkelijk de toneelspeler bent dan ben je één
persoon geworden en heb je het eigenlijke in jou door het
oneigenlijke laten vervangen.

Boosaardig
of goedaardig?
^
top ^
Ben
je dom als je je verveelt?
Als
je in de bibliotheek bent en inleidende werken over de filosofie
openslaat, zal je waarschijnlijk lezen dat de filosofie begint bij
de verwondering. Sommige doorgaans gortdroog schrijvende filosofen
worden dan plots lyrisch en spreken over jou die ‘s avonds
buitenstaat en met open mond naar de sterrenhemel staart. Jij
verwondert je over het oneindige van het heelal en de nietigheid van
de mens. Dan gaat je hart sneller kloppen en laat je je gewillig aan
de hand van de schrijver door de nogal taaie en daardoor saaie
geschiedenis van de filosofie heen ploeteren.
Het
is ogenschijnlijk de bedoeling dat je je eerst heel klein moet
voelen om je met zo veel drama om het grote te kunnen verwonderen.
Waar
de filosofie voor jou begint mag je voor jezelf bepalen. Als
jij met open mond de sterrenhemel wil aanschouwen en daarna
filosofische vragen wil stellen, dan moet je dat zelf weten. Maar
alle filosofie begint niet per se bij die door schrijvers van
inleidende werken uitgemolken term ‘de verwondering’.
Alle
begin is rommelig en het is niet duidelijk of je gericht aanvangt of
eerst wordt overrompeld.
Voor
mij persoonlijk is de filosofie begonnen bij de verveling. Juist
omdat ik niet gericht bezig was, begon ik me vragen te stellen over
de wereld om me heen. Iedereen vond het vanzelfsprekend dat je met
iets bezig was. Het was dan ook verkeerd om je te vervelen. Je moest
nuttig zijn en de opvoeding en het onderwijs zorgde ervoor dat ik me
nuttig zou maken. Juist omdat ik van alles en nog wat opgelegd
kreeg, leek het me zo nutteloos.

Het
maatschappijkritische lied werd zeer gewaardeerd in Parijs
Ben
je lui en dom als je om al dat nut moet lachen?
Het
is nu wij tegen de kwaadwillende terroristen. ‘Wij’ vallen
Afghanistan en Irak binnen om ze schoon te maken zoals mijn moeder
de vensterbank afstofte met haar doekje. Door hard te werken en je
in te zetten voor de democratie zal het terrein vergroot en het
kwade geweerd worden. Niet toevallig spreken wij over een nieuwe
wereldorde; het is het vlijtige universum waarin wij rondwaren en de
chaos buitensluit als zijnde het grote kwaad.

De
moeder der oorlogen is als de grote schoonmaak
Ben
je redelijk als je niet gelooft?
Onze
beschaving vaart wel bij het idee van vooruitgang. Zonder
vooruitgang zou er geen beschaving zijn. Dankzij onze techniek,
moraal en cultuur slagen we erin de natuur te overwinnen en een
gerieflijk leventje te leiden. Dankzij degelijke (op-)voeding en
goede scholing slagen we erin beperkingen te overwinnen en van
mogelijkheden gebruik te maken. Dankzij de democratie worden we
vrienden en zullen we de vijanden verslaan. Je bent onredelijk als
je niet gelooft in het bovenstaande en je moet redelijk blijven als
je kritiek levert.
Wat
redelijkheid precies inhoudt is niet duidelijk, maar dat iedereen
redelijk moet blijven is een van de voorwaarden om aan onze
samenleving te kunnen deelnemen. Het is niet voor niets dat we gekken in
inrichtingen opsluiten, ver weg van onze instituties waar de
beslissingen worden genomen. Hetzelfde lot is de crimineel
beschoren. En jonge delinquenten proberen we van het pad van de
onredelijkheid af te houden door ze te heropvoeden.

Ik
denk helder dus ik ben verlicht
Ben
je dom als je je verwondert?
Als
je niet weet wat een magnetron is en je neef doet er een beker melk
in en drukt op wat knopjes, dan zal je je na twee minuten
verwonderen. Als je als papoea nog nooit in aanraking met de
westerse beschaving bent geweest en je komt met je anthropoloog uit
de jungle bij een geasfalteerde baan, zal je je ook verwonderen om
dat vreemde stukje zwarte woestijn zo midden in het bos. Als je
onkundig in het chemisch laboratorium bent, zal je je ook
verwonderen om de knallen en de gassen die ontstaan bij de
vermenging van twee stoffen. Als je onwetend bent zal je je eerder
verwonderen dan als je van alles en nog wat verteld is.
Hoewel
de verwondering een prettige ervaring is, word je er steeds minder
mee geconfronteerd naarmate je meer weet. Da’s
pech voor de leerpikken onder ons, maar voor de wijsneuzen staat de
deur naar de verwondering nog open.

De
deur staat open voor de wijsneus maar niet voor de leerpik
^
top ^
Bij het filosoferen
is niets vanzelfsprekend. Je
moet al filosoferend zelfs zo ver durven gaan dat je het
vanzelfsprekende niet als vanzelfsprekend aanvaardt.
Zodra je jezelf als onaf, onvoltooid beschouwt mag je
je nog verwonderen en zal je jezelf een genoegen mogen doen met die
prettige ervaring van het zich verwonderen. Als je jezelf als serieus wil beschouwen, laat je
jezelf beknotten door een al te functionele samenleving zoals de
leerpik zich laat beknotten door zijn of haar eigen geleerdheid. Je
zal wel als volwaardig worden beschouwd door de gereglementeerde en
wetenschappelijk verantwoorde praktijk die je om al die kennis van
de natuur op handen draagt.
Heb
je een gebrek als je filosofeert?
Ja,
aan kennis; als je het goed doet tenminste.
Meestal
is het zo dat je telkens een beetje meer weet als je elke dag op
school bent, je huiswerk maakt en een test voorbereidt. Aan het eind
van een schooldag zou je tegen jezelf kunnen beweren dat je weer wat
meer weet. Dat is een goede zaak, want onze samenleving is gericht
op meer willen weten.
Tijdens
een workshop ‘filosoferen met kinderen’ had ik dit tegen de
deelnemers gezegd. Ik heb er echter aan toegevoegd dat ze aan het
eind van een workshop met mij een beetje minder zouden weten. Als ze
elke dag met mij zouden filosoferen dan zouden ze op den duur het
bevrijdende idee krijgen dat ze maar bitter weinig weten. Gefronste
gezichten van de deelnemers, bezorgde blik van de begeleidende
leerkracht.
Filosoferen
moet ertoe leiden dat je twijfelt aan de kennis die je meent te
bezitten. Je veronderstelt al gauw zaken waarvan je het
bestaan niet echt kan bewijzen.

Is
kennis gebakken lucht?
Ben je de kok van je eigen kennis?
Hoe
wereldvreemd ben je als je filosofeert?
Filosoferen is een eindeloos leerproces dat niet
bepaald leidt tot definitieve resultaten. Het is niet zoals op school waar je na een les of
tien, twaalf een test krijgt van de behandelde stof waarop je
afhankelijk van de inzet van je leerkracht een cijfer (tussen nul en
tien) in die fijne kleur rood toebedeeld krijgt.
Het
vage van filosoferen is dat het niet leidt tot een afgerond geheel. Daarom
kunnen scholen er niet veel mee. Het is immers de bedoeling van
onderwijssystemen dat ze leerkrachten de mogelijkheid bieden een
hoeveelheid gerichte kennis aan te bieden volgens voorgeschreven
wegen zodat leerlingen kunnen worden getoetst.

De
filosoof trekt de wereld uit, zijn bol in.
Als je op elk moment
van je leven in staat bent om van die wereld uit te gaan zal je
denken over denken niet vaag en onnavolgbaar hoeven te zijn. Je
zal zeker helder kunnen filosoferen, maar een cijfer op je rapport
kan je er niet voor krijgen.
Kan
je een mening hebben over iets waarvan je niets weet?
In
onze wereld lijkt het zo te zijn dat je altijd en overal met een
mening moet klaarstaan. Het is zelfs zo dat je raar wordt aangekeken
als je zegt dat je geen mening hebt. Dan ben je stom of slap. Je
hoort tegenwoordig tenminste wel een beetje over van alles en nog
wat mee te kunnen spreken. Die mondigheid kan soms zo ver gaan dat
je het ergens mee eens bent, terwijl je niet echt precies weet
waarover het gaat.

Nu
heeft iedereen wel een mening over het toenemend geweld in de
samenleving. Er wordt gesproken over verruwing, over normen en
waarden, over integratie, over krachtdadig optreden enzovoort
enzovoort. Maar niemand schijnt te weten wat nou precies de oorzaak
van het toenemend geweld is of wat de gevolgen zullen zijn of hoe
het geweld het best voorkomen kan worden. Terwijl er zo heen en weer
gepraat wordt en vooral door elkaar heen, vraagt de premier ineens
of iedereen wel weet wat geweld eigenlijk inhoudt. Natuurlijk zullen
zijn ministers beweren dat ze dat weten.
‘Volgens
mij hebben wij een mening over iets waarvan wij niets weten!’
roept de premier ineens boos uit. ‘En dan nog te bedenken dat we
verkozen zijn omdat wij zo’n uitgesproken mening hebben en zo veel
weten!’
Ik
neem aan dat jij ook een mening hebt over ‘moslimterroristen die
vanuit Europese landen opereren’ en hoe zij aangepakt moeten
worden.
Kan
je je soms ook inbeelden dat zij aan de andere kant van het gelijk
spreken over die ‘christenhonden die Irak en Afghanistan komen
bezetten’?
Het
kan zelfs zo zijn dat zij precies dezelfde woorden gebruiken,
terwijl de twee meningen lijnrecht tegenover elkaar staan.
Is
je denken al vastgeroest?
Het
is hopelijk nog niet te laat. Maar om altijd creatief te blijven
denken zul je een hoge prijs moeten betalen. Je zal een nomade
moeten worden en nomadisch leren denken. Je zal alle voorbereidingen
op een zittend bestaan als volwassene moeten staken en niet langer
verlangen naar de sedes, de zetel, de zitplaats, de gerieflijke
stoel, de troon, de ereplaats, de waardige positie binnen de
samenleving.
Een
rustpunt is er niet als je het creatieve zoekt en het conventionele
verlaat. Nomaden blijven niet vastgeworteld maar zijn gedoemd te
reizen naar onduidelijke bestemmingen. Ze blijven niet zitten,
zetelen niet en settelen niet.
Om
je denken niet te laten vastroesten mag je niet oefenen in werkeloos
afwachten of ledig zitten. Je moet je eigen denkweg creëren zonder haar van
tevoren door anderen voor je te laten uitstippelen.
De
afstammelingen van homo sedens zijn in de meerderheid op planeet
Aarde en hebben het voor het zeggen. De
nomaden bewegen zich voort in de marge van de samenleving. Hun
creativiteit wordt alleen op prijs gesteld wanneer de samenleving
nieuwe ideeën nodig heeft of wanneer het nodig is om het
vastgeroeste denkkader te oliën omdat conventionele raderen
beginnen te knarsen en te piepen.

Het
conventionele houdt niet van het nomadische
De wereld warmt op door toedoen van homo sedens. De
ijskap smelt!
Gun wijsneuzen hun spel nog wanneer ze volwassen zijn! Laat de drang
tot orde en overzicht de wil tot spelen niet overspoelen! De
spanning tussen orde en chaos mag niet worden losgelaten om een
nieuwe ordelijke, overzichtelijke wereld te creëren.
Als
je denken nog niet vastgeroest zit, ben je op zoek naar het juiste
midden tussen deze tegengestelden. Kies je voor het ene uiterste dan
zit je je leven lang voor de tv met het verstand op nul, kies je
voor het andere uiterste dan word je gek door je eigen creatieve
denken en doen. Ertussenin, o wijsneus!
|