home     filosoferen met kinderen - robert de vos

Artikelen

Artikel 1.  Wat doe je als je filosofeert ?


Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd!

deel 4 nieuw
Speelt je geest ook verstoppertje?
Waar zit jouw ik?
Is je leven pas geslaagd als je beroemd bent?
Hoeveel doe jij net alsof?
Heb je al leren vluchten?
Is dit de eeuw van de depressie?
Heb je jezelf ontmaskerd?
Ben je dom als je je verveelt?
Ben je lui en dom als je om al dat nut moet lachen?
Ben je redelijk als je niet gelooft?
Ben je dom als je je verwondert?
Heb je een gebrek als je filosofeert?
Hoe wereldvreemd ben je als je filosofeert?
Kan je een mening hebben over iets waarvan je niets weet?
Is je denken al vastgeroest?

deel 3
Maakt het lot de wereld kapot?
Wat slik jij voor zoete koek?
Zitten de ideeën in je hoofd of achter je rug?
Ben je alles vergeten toen je op de wereld geworpen werd?
Word je als een onbeschreven blad geboren?
Kan je gedachten dromen?
Kan je een appel zien zonder te begrijpen dat het een appel is?
Kan je alle kennis bezitten?
Ben je voltooid tegenwoordige tijd als je alles weet?
Kan een gedachte zichzelf denken?
Kan je werkelijkheid van fantasie onderscheiden?
Is echt recht of krom, en waarom?
Kan een mythe ook nu nog voor de waarheid doorgaan?
Komt de geschiedenis van de mensheid tot een ‘happy end’?

deel 2
Denken alleen wijzen na over het leven?
Denk je beter na met je mond open?
Zal het eens gedaan zijn met al die misverstanden?
Ken jij het Enig Ware al?
Hoe logisch is logisch eigenlijk?
Filosofeer je beter als je braaf bent?
Filosofeer je beter in een kamer met uitzicht op niets?
Filosofeer je beter met een schone luier?
Filosofeer je beter als je dakloos bent?
Kan je als kasplantje nog wel denken?
Waar zijn jouw gedachten als je een ander stel hersenen krijgt?
Zijn jouw gedachten jouw gedachten wel?
Hoe vrij zijn jouw gedachten eigenlijk?
Kan je vrij denken in een schurkenstaat?
Mag je je meester een klootzak vinden?
Hoe ver mag je voor jezelf opkomen?
Hoe fris ben jij nog in je hoofd?

deel 1
Ben je wel goed wijs als je reist zonder doel?
Maak je er ook zo’n zooitje van als je speelt?
Heb je reisadvies nodig als je filosofeert?
Neuzen wijsneuzen in filosofieboeken?
Ben je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt?
Kan filosofische kost licht verteerbaar zijn?
Is een filosofische reis vertaalbaar?
Raak je als je nomadisch denkt het spoor bijster?




Artikel 1. Wat doe je als je filosofeert ?

kan je met fmk* kinderen leren denken ?

Eigenlijk niet. Kinderen denken immers al. Het probleem zit 'm in het uitspreken van de gedachten die in het kinderhoofd ronddwarrelen. Er zijn nogal wat volwassenen die tegen kinderen zeggen : "Denk toch eens na !" Bijvoorbeeld wanneer er door een kind een of andere stommiteit is begaan; of juist iets niet wordt gedaan.
* fmk = filosoferen met kinderen (of jongeren)


struisvogel of olifant

Ik vermoed dat veel kinderen blokkeren door de reacties van volwassenen en dat ze zich aanpassen om niet meer op zo'n denigrerende manier te worden aangesproken. Zo'n aanpassing uit zelfbescherming is toch niet wat onderwijs op school en opvoeding thuis willen realiseren ? Ik hoop dat iedereen het met me eens is dat het doel van onderwijs en opvoeding is dat er een betere samenleving wordt gemaakt en dat het individu gelukkiger wordt. Helaas is het zo dat de kinderen in een systeem van onderwijs en opvoeding terechtkomen dat veel aanpassing van hen verlangt. Dat is niet verkeerd, want in de grote, boze wereld moet je je weg kennen. Dat houdt niet in dat je uit zelfbescherming je leven lang als een bange struisvogel je kop in het zand moet steken of - omgekeerd - dat je continu "tsjakkaa !" roept en je voortaan als een olifant in een kast vol porselein mag voortbewegen.

twee werelden

Fmk is vooral luisteren naar kinderen die hun gedachten onder woorden proberen te brengen. Helaas zijn er in de klas en thuis twee werelden: die van het kind en die van de volwassenen. Er zijn weliswaar raakvlakken en ontmoetingspunten, maar die twee werelden overlappen elkaar niet. Het klinkt misschien grof, maar ik ga er van uit dat het systeem van onderwijs en opvoeding de wereld van het kind wordt opgelegd en dat de wereld van de volwassene als voorbeeld wordt gebruikt. Anders gezegd, aan de wereld van het kind wordt vorm gegeven, zodat deze wereld herkenbaar, manipuleerbaar en beheersbaar wordt voor de volwassenen. Opvoeders en onderwijzers zijn meesters in het verzinnen van vele verschijningsvormen; de inhoud krijgt altijd wel een of andere vorm. Zo worden ook de gedachten van kinderen gevormd, terwijl ze worden geacht zo snel mogelijk (de tijd dringt, nietwaar ?) vrij en zelfstandig te kunnen denken.

 een emmer met water of water met een emmer ?

Fmk biedt geen remedie, hoor. Het probeert alleen de gedachten die kinderen hebben te begrijpen. De inhoud is belangrijker dan de vorm, en niet omgekeerd. Natuurlijk geef je met fmk een vorm aan de inhoud; maar die vorm is niet altijd even regulier. Opvoeding en onderwijs kunnen ronde, rechthoekige, vierkante emmers zijn waarin het water wordt vastgehouden, fmk is een wat misvormde emmer, hopelijk zonder gaten, die door het water mee is gevormd. En zoals je al gehoord hebt: het ene water is het andere niet.

kan je met fmk woorden aan gedachten verbinden ?

Eigenlijk niet. Het is niet zo dat een filosoferend kind tussen woord en gedachte hangt of dat het de bindende factor is. 

Gedachten kan je hebben, maar zolang je ze niet onder woorden weet te brengen, hebben de anderen die je aan willen horen er niets aan. Het helpt als je veel woorden kent en goede zinnen weet op te bouwen. Maar om te beweren dat een slimmerik meer gedachten heeft dan een baby of een peuter vind ik te ver gaan. Filosoferen is het leren verhelderen van je gedachten. Een baby zal dus minder goed in staat zijn om te filosoferen dan een kind dat goed met taal om kan gaan. De taal helpt om de gedachten onder woorden te brengen en in sommige gevallen zou de taal zelf je op gedachten kunnen brengen. Maar de gedachten die in het hoofd van een kind dwarrelen worden er niet door vermeerderd. Ik wil dus niet zeggen dat in een hoofd een precies aantal gedachten zitten zoals er in het brein een precies aantal hersencellen zitten.

oersoep met gedachten

Laat ik de gedachtenwereld (zit in je hoofd) vergelijken met het onstaan van het heelal. De hoeveelheid materie was voor de grote knal evenveel als erna; het enige verschil met voor en na is dat de materie nu herkenbaar is in sterren, planeten, gassen, meteoren en dergelijke en dat we de situatie voor de grote knal maar oersoep noemen omdat we er niet veel van kunnen weten. Hetzelfde geldt voor de gedachtenwereld: gedachten zijn pas herkenbaar als ze helder onder woorden zijn gebracht. Misschien dat we de gedachten van de baby oergedachten moeten noemen ? Dan is er nog het probleem van helderheid. Voor de een kan de werking van het heelal zo klaar als een klontje zijn, want hij of zij heeft als eens een boek over astronomie opengeslagen. Een ander heeft nooit een boek over het heelal opengeslagen, maar barst van de fantasie en maakt een geheel eigenzinnige theorie over de werking van het heelal. Om te beweren dat de theorie van de een helderder (of juister) is dan de ander kan historisch gezien wel. Een Griekse natuurfilosoof heeft het dan minder bij het juiste eind dan de gemiddelde student astronomie van nu. Maar voor zijn tijd had die Griekse natuurfilosoof wel een heldere theorie en gingen zijn stadstaatgenoten ermee akkoord.

^ top ^

is de helderste gedachte de meest talige ?

Wie ben ik om te zeggen dat de een zijn gedachten helderder onder woorden kan brengen dan de ander. Ik kan alleen maar beweren dat de een taalvaardiger is dan de ander. En is iemand helderder naarmate zijn zinsstructuren ingewikkelder worden en zijn woordenschat uitgebreider ? Bij het leren verhelderen van gedachten wordt weleens het belang van eenvoud over het hoofd gezien. Er zijn zelfs woordkunstenaars die hun gedachten met al die taal om zeep kunnen helpen en met hun lange zinnen eindigen in gemompel. Het excuus is dan dat de reeks van gedachten nog niet uitgedacht is. Maar daar geloof ik niks van. Ik vermoed dat de vorm (in dit geval de taal) de inhoud (de gedachten in het hoofd) voorbijgerend is.

vissers en gedachten

Filosoferen is dan ook niet alleen praten, praten en nog eens praten, filosoferen is telkens kijken of de gedachten die je onder woorden wil brengen en de woorden die je kiest met elkaar overeenkomen. Herinnering speelt hierbij een belangrijke rol: je moet je niet alleen herinneren wat het begin van je zin is, maar je moet ook onthouden wat de gedachte is die je in het begin onder woorden wilde brengen. 

Het gebeurt vaak genoeg dat je vergeten bent wat je ook alweer wilde zeggen. Dat is helemaal niet erg, hoor. Denken gaat ook zo verschrikkelijk snel. Sneller dan je ze onder woorden kan brengen. Fmk is proberen de gedachten met woorden te vangen zoals je met een hengel een vis probeert te vangen. Je ziet de dobber weliswaar bewegen maar wanneer heb je beet ? Je kunt het haakje in het troebele water immers nooit zien. Je vermoedt dat er een vis van het aas eet maar wanneer bijt hij in het haakje ? Filosofen (als vissers) weten niet alles heel precies; maar ze kunnen wel goed vissen, pardon, gissen.

leer je pas echt denken met de filosofie ?

Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb deze vraag als een stellige bewering in een filosofieboek zien staan. Het grote bezwaar is dat sommige filosofen echt vinden dat zij het echte ware grote denken hebben uitgevonden en bereid zijn deze kennis uit te dragen, mits de onwetende schaapjes naar het altaar van de priester-filosofen komen om ritueel geslacht te worden. Het woordje 'echt' stoort mij; alsof de heren filosofen de waarheid in pacht hebben en het boek der wijsheid alleen maar hebben open te slaan om eruit te citeren. Echter, het probleem van de zelfingenomenheid is geen louter filosofisch probleem, maar een algemeen menselijk gebrek. Zelfingenomenheid verblindt en compenseert; het is soms nodig om jezelf te beschermen, maar om vanuit zo'n positie te gaan filosoferen met kinderen is ronduit belachelijk. Ik ben trouwens van mening dat je jezelf als goed én als slecht mens moet kunnen zien. Aan alles en iedereen zitten twee kanten. Het gaat erom dat je constant tracht jezelf in evenwicht te houden.

help ! een gedachte die zichzelf denkt ! ie !!!

Als je leert denken, zou je voordien in een staat verkeerd te hebben, niet te denken. Wat onmogelijk is. Want je denkt altijd toch ? Als concreet denken wordt beschouwd als lager denken en abstract als hoger, zou het echte denken zich dan op het allerhoogste niveau van abstractie bevinden ? Helaas (en gelukkig) vinden de meeste mensen de meest abstracte gedachte de meest onbegrijpelijke en daardoor ongrijpbare. Misschien dat er een kloof ontstaat tussen gewone mensen en filosofen ? 

Flauwekul, filosofen zijn ook maar mensen en leren nog altijd denken. Denken in filosofische zin is een continu proces; het komt nooit op een eindpunt aan zodat er niet meer gedacht hoeft te worden. Misschien dat de hoogste gedachte de zichzelf denkende gedachte is, een soort perpetuum mobile en de denker zelf meetrekt in een wereld die zichzelf afsluit voor de gewone wereld. Als iemand heel veel heeft nagedacht over de problemen van de filosofie, deze problemen denkt opgelost te hebben en dan zegt dat daarmee de filosofie ten einde is, dan heeft die persoon zich gewoon moegedacht. Gelukkig is het diezelfde filosoof die later beweerde dat filosoferen het verhelderen van je eigen gedachten is en talige misverstanden helpt voorkomen. Als iemand beweert dat alleen filosofen echte gedachten kunnen hebben, dan vermoed ik dat deze persoon zijn of haar eigen gedachten nog niet heeft verhelderd en een misverstand helpt geboren worden.

is twijfelen oké ?

Als kinderen filosoferen proberen ze de anderen ervan te overtuigen door te zeggen dat ze het zeker weten. De behoefte aan zekerheden is volgens mij een aangeleerde behoefte. Kinderen zien hoe volwassenen zekerheden uiten en copiëren dat gedrag. Maar twijfelen is helemaal niet zo erg, hoor. Het is juist gezond om te twijfelen als je filosofeert. Telkens als je iets beweert, moet je jezelf afvragen of het wel juist is wat je daarnet hebt beweerd. Zo'n instelling dwing je tot nadenken terwijl je spreekt. Ook volwassenen zouden eens moeten durven twijfelen. Dan zouden de politici bij voorbeeld eindelijk eens kunnen toegeven dat ze een fout gemaakt hebben. Maar nee, zo open en vrij is de wereld van de volwassenen niet. De wereld van kinderen is gelukkig nog niet zo ernstig vervuild door koppigheden. En als ik nog even mag terugkeren naar wat ik boven heb gezegd: als het doel van onderwijs en opvoeding het bevorderen van goed leven is, dan vind ik dat leerkrachten de kinderen moeten leren twijfelen terwijl ze spreken en denken. 

^ top ^

ik denk terwijl ik denk, maar zeker is het niet

De twijfel is een moment waarin die woordenstroom en gedachtenstorm worden gestopt. Het is dan alsof de denker naar zichzelf terugbuigt en denkt over wat er gezegd is. De vraag is dan: ben ik er wel zeker van ? of zou het ook anders kunnen zijn ? Zo'n moment van reflectie is veel te weinig aanwezig in onderwijs en opvoeding. Kinderen worden geleerd goed te luisteren door hun oren goed open te houden en niet tegen te sputteren want de volwassenen zijn aanhet woord en die weten het nou eenmaal vééééééél beter. Je hebt ook van die dwarse kinderen die de manier van luisteren en braaf opzitten zat zijn en zich afsluiten. En de volwassenen denken dat die kinderen denken dat ze het vééééééél beter weten. Als het systeem van onderwijs en opvoeding nou niet eens zo opdringerig zou zijn dan zouden kinderen en volwassenen mogen twijfelen. En weet je al dat met de twijfel de moderne filosofie is begonnen ? Het zoeken naar echte kennis en het vinden van onbetwijfelbare waarheden ( in de filosofie helaas een schaars goed ) zijn alleen maar gevonden door te durven twijfelen. nou moet je niet gelijk gaan twijfelen aan een som als drie maal vier is twaalf of aan de verleden tijd van "kunnen", maar je kan bij voorbeeld wel filosofisch twijfelen. Je kan bij voorbeeld twijfelen over de stelling: het is zeker dat je door te twijfelen tot stellige zekerheden komt.

is het belangrijk vrij en zelfstandig te (leren) denken ?

Voor het individu wel maar de maatschappij kan zich met zo'n ideaal behoorlijk in de nesten werken. Het verkondigen van andermans meningen is echter wel hetzelfde als het hebben van geen mening. Voor de mentale ontwikkeling van een persoon is dat funest, maar een staat als Nederland en België kan zich met napraten goed overeind houden tussen de reuzenstaten die op dit moment een identiteitscrisis meemaken en liefst geen tegenspraak hebben. Als een persoon zo bits zou reageren wanneer iemand tracht gedachten uit te spreken, dan de spreker het idee krijgen dat er hier en nu niet vrij en zelfstandig gedacht mag worden.

woudkind versus dorpskind

Denken kan alleeen maar op gang komen wanneer het van buitenaf gestimuleerd wordt. Een kind zal nooit leren praten wanneer er nooit tegen gesproken wordt. Zo ook met denken, hoewel we gedachten niet telepatisch aan elkaar overbrengen maar via het medium dat we taal noemen. De gedachten die we overbrengen worden immers verwerkt tot woorden, begrippen, zinnen. Het woudkind dat dankzij beren of wolven kan overleven en op zijn negende dorpskinderen ontmoet zal niet kunnen spreken of denken, maar het zal wel willen leren. 


Of het woudkind kan leren is een andere vraag en dat het moet leren om te kunnen worden opgenomen in de menselijke samenleving staat buiten kijf en zegt tegelijkertijd veel over het dwingende karakter van leren.

sturen of niet sturen ?

Het denken kan echter niet vanzelf tot stand komen en het zal waarschijnlijk niet op gang kunnen blijven zonder enige prikkeling van buitenaf. Als het denken als een auto gezien wordt en de brandstof en het onderhoud als de stimulans, begrijp je dat je niets hebt aan een auto zonder olie, benzine of diesel. Je kan schakelen wat je wil zo'n auto, hij zal heus niet starten. Er zijn ook auto's met een groter vermogen zoals er personen zijn met meer denkmogelijkheden. De samenleving is helaas opgebouwd op denkwegen die reeds gelegd zijn en in feite heb je niet veel aan krachtiger motoren als je je aan de maximumsnelheid moet houden. Kinderen worden geleerd om - ongeacht hun denkpotentie - de regels op de denkwegen te respecteren. Te hard rijden wordt bekeurd en als je te langzaam rijdt, word je nog van de weg gehaald ook. Dan heb je nog van die terreinwagens die denkpaden leggen op een afgelegen stuk terrein. Het is creatief, maar je hebt er niet veel aan als je na in de modder gereden te hebben toch weer de reguliere weg op moet. En modder op de wegen wordt als hinderlijk beschouwd !

tanken of denken ?

Als het denken eenmaal ontwikkeld is, kan het zichzelf wel bijsturen en, indien nodig, corrigeren. De invloed van buitenaf op de innerlijke wereld van het kind is enorm. Hele leerprogramma's met een hiërarchische prestatie- en beloningsstructuur moeten afgewerkt worden. Dat moet ook wel, want de wereld die wij volwassenen opgebouwd hebben, is bijzonder complex. Een kind moet zijn weg vinden in de grote, boze wereld om aan de verbetering of het onderhoud van die wereld bij te dragen én het moet als volwassene zich "op zijn plaats" (lees: gelukkig) voelen. Om terug te keren naar de metafoor van de denkwegen: het kind moet leren kaartlezen, autorijden en de verkeersregels kennen.


Fmk
is echter geen tankstation of zelfs geen brandstof, want daardoor zullen we niet in staat zijn om de situatie waarin wij ons bevinden te kunnen overdenken; we zouden alleen maar autorijden zoals iedereen autorijdt. Vrij en zelfstandig denken impliceert minstens dat we nieuwe denkwegen zouden kunnen leggen om bijvoorbeeld de oude, versleten en misschien wel omslachtige te vervangen.

theatraal neutraal !

Onderwijs en opvoeding stimuleren het denken, vormen het, maar belemmeren het ook. Het gevaar van overbelasting dreigt. Het kinderlijke denken wordt gedwongen te voldoen aan vooraf opgelegde voorwaarden. Om dat dwingende karakter van het leren denken zo veel mogelijk uit te schakelen, wordt degene die het kind iets leert, geacht zo neutraal mogelijk te zijn. Nu proberen sommige fmk-gespreksleiders het reageren op het vertoog van kinderen zo lang mogelijk uit te stellen door zo lang mogelijk te luisteren. Maar met al dat gezwijg (het maakt een wijze indruk, nietwaar?) voorkom je niet dat je met je eerste vraag het denken een bepazalde richting uit hebt gestuurd. Het is onmogelijk neutraal te zijn want er is altijd interactie, zowel verbaal als nonverbaal.

^ top ^

vrij opgelegd of opgelegd vrij ?

Zo is vrij en zelfstandig leren denken zo goed als onmogelijk geworden ? Ik moet wat genuanceerder zijn hier. Ik bedoel te zeggen dat het ideaal van volledig vrij en zelfstandig denken niet realiseerbaar is. Maar je zou het ideaal wel kunnen benaderen ! 

Zo is het ideaal van de goede samenleving utopisch, maar om dan gelijk maar van deze samenleving een zooitje te maken, is ook niet de bedoeling. Ik heb het idee dat iedereen gebaat is bij een betere samenleving en dat die samenleving daarom ook verbeterd kan worden. Zo ook met vrij en zelfstandig denken. Als we zouden beslissen dat we moeten denken zoals Grote Broer (Big Brother) het nodig vindt, dan zouden we onze kinderen nooit meer kunnen inspireren tot creatief denken. Denken volgens een opgelegd plan is immers geen denken. Creatief denken is allerlei zijpaadjes opgaan, soms een doodlopende weg ingaan en dan weer teruggaan de grote weg, soms lekker hard kunnen rijden, af en toe tuffen, en ook wel eens vergeten te tanken. Ik mag echter alleen hopen dat fmk kinderen inspireert tot creatief denken. Het klinkt niet bepaald hoopgevend maar volgens mij staat of valt de praktijk van fmk met de inbreng van de gespreksleider. Hoe autoritair of permissief of autoritatief is die persoon, over hoeveel zelfkennis en filososofische kennis beschikt deze, hoe goed kan hij luisteren en zich inleven ?

denken kinderen sneller en vluchtiger dan volwassenen ?

Het blijkt zo te zijn dat denkende volwassenen (je hebt in ons deel van de wereld ook volwassenen die kippen zonder kop leven en denken) langer denken. Doordat ze langer denken schijnen ze in staat te zijn om dieper te denken. Doordat ze meer denken schijnen ze in staat te zijn om bepaalde gedachten van een solide fundament te voorzien. Ik vraag me af of de snelheid van het denken gemeten kan worden. Ja, misschien dat er door een instrument meer hersenactiviteit gemeten wordt, maar dat houdt niet in dat er meer of sneller of beter of dieper gedacht wordt. We zouden de gedachten ook kunnen meten door te kijken wat voor zinnen er uitgesproken worden of wat voor theorieën er uitgedokterd worden. Nu is het wel een gegeven dat het beschikken over een bredere woordenschat en het gebruik maken van complexere zinnen vol bepalingen en bijzinnen, een indicatie is van intelligentie. Maar niemand zal durven beweren dat dankzij een goed ontwikkeld verbaal vermogen er ook beter gedacht kan worden. Je zou slechts kunnen stellen dat je je gedachten dan beter onder woorden kan brengen.

de gedachtestroom: een waterval of een sloot ?

De oppervlakkigheid van het denken wordt volgens mij bepaald door de inzet van de spreker. Dus hoe bewuster de spreker iets wil zeggen, hoe gerichter zijn of haar denken wordt. En hoe gerichter het denken wordt, hoe minder oppervlakkig en (dat komt op hetzelfde neer) hoe minder vluchtig. Ik kan niet zeggen dat kinderen minder gericht denken dan volwassenen; ze kunnen soms heel lang bij een onderwerp stilstaan.


de volwassen en de kinderlijke gedachte.

Nu kan niet ontkend worden dat juist de volwassenen - uit een soort van gemakzucht (dat weer lijkt op een uitgesleten en veel te vaak betreden denkweg) - vluchtige gedachten uiten. Een populair onderwerp is bij voorbeeld het weer. Het weer zou het begin van een gesprek kunnen vormen, maar vaak blijft de interactie tussen volwassenen steken bij het naar elkaar toewerpen van semi-meteorologische kennis. Zouden volwassenen ook vluchtig denken omdat ze als kinderen niet beter weten ? En zou het aanleren van alle regels om optimaal te kunnen meedraaien in de samenleving het vluchtige denken doen stoppen ? Mooi niet ! Ik denk dat kinderen flexibeler en veranderlijker kunnen denken. Maar wendbaarheid in het denken wordt helaas niet beschouwd als een deugd. Degene die snel van mening verandert, krijgt het stempel van onstandvastig te zijn. Ik worstel bijvoorbeeld met mijzelf als ik twee tegengestelde meningen krijg te horen. Om de een of andere reden word ik geacht partij te kiezen en de ene persoon gelijk te geven en de andere ongelijk. Maar ik vind dat ze allebei gelijk moeten kunnen hebben wanneer ze beiden over een goed onderbouwde argumentatie beschikken. Eigenlijk vind ik dat een persoon twee meningen erop na moet kunnen houden. Om het in een groter verband te trekken: in elke verkondigde mening zitten pro's en contra's. Ook kinderen kunnen leren zo naar een mening te kijken. Fmk bevordert die manier van kijken. Het is niet de bedoeling om over andermans verkondigde mening te rollen, of anders gezegd: het is niet de bedoeling de kinderen snel en vluchtig te leren denken. Bij fmk wordt overwogen nagedacht. Dat zou de manier kunnen zijn waarop verstandige volwassenen kunnen spreken.

kunnen kinderen beter filosoferen dan volwassenen ?

Kinderen reageren spontaner dan volwassenen. Het besef van alle regels en de kennis van alle wegen maakt een volwassene in ieder geval behoedzamer. Dat zou inhouden dat kinderen beter kunnen filosoferen omdat ze minder weten, en hoe meer je weet, hoe behoedzamer je bent, en hoe minder je weet, hoe spontaner je nog kan reageren zonder je gehinderd te voelen door al die impliciet aanwezige regels. Het beeld dat hier van interactie wordt geschetst lijkt me niet geheel juist. Voor een volwassene kan het besef van al die regels zo beklemmend dat hij of zij juist spontaan gaat reageren. En gelukkig lopen er nog volwassenen rond die durven van mening te veranderen of durven kritiek te leveren. En gelukkig leven wij weer in een samenleving (de grote, boze wereld dus, die niet altijd hééééééél boos is) die kritiek toelaat.

ben je serieus of speel je als je filosofeert ?

Als onder filosoferen het verhelderen van je eigen gedachten, of het helder verwoorden van je eigen gedachte, of het kunnen corrigeren van je eigen mening, of het kunnen verwoorden van misverstanden, wordt verstaan, dan moet ik toegeven dat (verstandige) volwassenen beter kunnen filosoferen dan (verstandige) kinderen. Ik geloof wel in de originaliteit van het denken van kinderen; volwassenen maken veel te vaak gebruik van veelvuldig betreden en daardoor uitgeslepen denkwegen. In een kind schuilt (in de regel) meer openheid dan in een volwassene. Volwassenen zijn vaak al gevuld en af en daardoor heeft het filsoferen voor hen al minder nut. Want waarom zou je je eigen gedachten verhelderen als die als zo klaar als een klontje zijn, nietwaar ? Kinderen kunnen nog spelen met gedachten, volwassenen hebben dat talent verspeeld. Als filosoferen wordt gezien als spelen met gedachten, dan kunnen kinderen dat veel beter dan volwassenen. En laat het nou ook zo zijn dat je je eigen gedachten kan verhelderen als je nog kan spelen met die gedachten. Maar zo wendbaar zijn in het hoofd is voor een volwassene wel heel erg vermoeiend. Voor een kind minder.

^ top ^

wanneer fantaseer je en wanneer filosofeer je ?

Als het inderdaad mogelijk is om de werkelijkheid in een model te gieten zonder de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen (hetgeen onmogelijk is te voorkomen) dan fantaseer je met je verbeelding en filosofeer je met je verstand. Nu zijn "verbeelding" en "verstand" weliswaar in het hoofd geplaatst maar niet aanwijsbaar. Dus ook hier is aan inhoud vorm gegeven door met twee termen op de proppen te komen, zodat er een theorie over de mysterieuze werkingen onder de hersenpan kan worden gegeven. Het is algemeen aangenomen dat je met je verbeelding beelden produceert en met je verstand gedachten. Maar de ene gedachte is de andere niet. Als ik denk over een wiskundig probleem, dan denk ik abstracter dan wanneer ik denk over de conditie van de grasmat in mijn tuin (veel mos). Maar wanneer is een gedachte helder ? Als deze abstracter is of juist concreter ? Kinderen zullen zeker zeggen dat een beeldende gedachte helderder is; maar sommige filosofen zouden zeggen dat de helderste gedachte het helderst onder woorden gebracht is.

de afstand tussen verstand en verbeelding

Een gedachte kan verhelderd worden door een beeldend voorbeeld te geven. Een filosofische uitspraak (die bestaat uit een zin) die bij voorbeeld vaag overkomt kan verduidelijkt worden door een beeldend voorbeeld te geven. Zo kan die vage uitspraak helder worden zonder dat de woorden veranderd moeten worden. Bij het vormen van kennis speelt de verbeeldingskracht een ondersteunende rol. 


Het verstand, dat rationaliseert wordt gedwongen helder (dus visueel) over te komen bij degenen die willen filosoferen maar het terrein van de filosofie nog maar pas betreden hebben. Kinderen fantaseren meer dan dat ze filosoferen. Ze willen de filosofische vraag die ze gesteld is voor henzelf verduidelijken. Dat is mogelijk maar het fantaseren moet niet de overhand nemen. En hoewel de grens tussen filosoferen en fantaseren niet scherp gesteld kan worden (er zijn immers beelden en gedachten, maar ook beeldende gedachten) moet een gespreksleider toch wel het overzicht houden en nadruk leggen op het filosofische gehalte en minder op het fantastische. Echter, filosoferen zonder fantaseren is een gortdroge bezigheid. Misschien dat filosofie daarom zo droog overkomt ? Fantaseren zonder filosoferen is een vrijblijvend gedoe. Misschien dat fmk daarom zo onsamenhangend overkomt ?

moet je goed kunnen fantaseren om te kunnen filosoferen ?

Door beeldende voorbeelden aan te dragen die kinderen aanspreken, worden filosofische uitspraken verduidelijkt. Dat houdt niet in dat de filosofische uitspraak wordt verbeterd door een mooi voorbeeld. Goede leraren in de filosofie kunnen hun vak goed uitleggen wanneer ze met hun manier van uitleggen tot de verbeelding spreken. Maar daarmee wordt de filosofie niet verbeterd. Goede filosofen verbeteren de filosofie wanneer zij nieuwe filosofische kennis vormen. Een leraar in de filosofie mag natuurlijk wel een filosoof zijn, maar wanneer hij of zij voor de klas staat en tracht een nieuwe filosofische theorie te ontwikkelen dan zullen er niet veel leerlingen zijn die hem of haar kunnen volgen. Ik hoop dat kinderen tijdens fmk bezig met het ontwikkelen van hun eigen filosofische theorieën. Zij spreken dan niet alleen uit wat ze denken te weten, maar ze proberen het denken ook uit. Het is alsof zij bezig zijn met het vormen van gedachten, of het bepalen van een positie, tijdens fmk. Omdat het filosoferen van kinderen zich op een veel concreter niveau bevindt dan een filosoof die al tien boeken heeft geschreven en er een stuk of duizend heeft gelezen, kan een gezonde portie verbeeldingskracht van nut zijn.

het waterpeil van de rivier

Maar iemand die goed fantaseert is meestal iemand die ongebreideld fantaseert. Fantaseren moet gestuurd worden om het filosoferen te kunnen ondersteunen. Door meer belang te hechten aan filosoferen dan aan fantaseren wordt het fantaseren begrensd. Om een beeldend voorbeeld te gebruiken, beschouw ik fmk als een rivier. Fmk droogt uit wanneer fantaseren verboden wordt, fmk overstroomt wanneer het fantaseren niet aan banden gelegd wordt. Beheersing is het motto bij fmk, niet overheersing. Het tegengestelde van overheersing is in dit geval desinteresse of onkunde van de gespreksleider.

 


misverstand en misvatting

Als kinderen een rijke fantasie en een brede kennis van de taal waarin ze spreken, kunnen ze inderdaad beter filosoferen dan iemand die slecht Nederlands spreekt en niet in staat is om direct te reageren op een vraag. Ik heb weleens moeten meemaken hoe een kind bij een filosofische vraag, vertelde over zijn vader die lui op de bank zat maar wel zijn tanden poetste. Ik begreep er in eerste instantie niet veel van (zijn Nederlands was niet erg goed; ik begreep de relatie met de vraag (kan je in je droom denken ?) die ik stelde niet) en vroeg hem het nog een keer te zeggen. Maar toen poetste de vader de tanden van het jongetje en bleek de televisie het die avond niet te doen. Het antwoord op een filosofische vraag hoeft niet per se filosofisch te zijn, maar moet wel een min of meer direct verband met de vraag hebben. Er moet geprobeerd worden om logisch te redeneren. Vragen moeten het logisch redeneren bij kinderen bevorderen. Die logica moet nou ook weer niet aan strenge wetten te voldoen; de zinnen die uitgesproken worden moeten wel te volgen zijn. Er moet bij fmk wel een rode draad gevolgd worden. Afwijken van het onderwerp mag en ernaar terugkeren is zeker geen indicatie dat het voorgaande los gefantaseer was en geen strak gefilosofeer. Los filosoferen kan, zonder te ontaarden in een flauwekulgesprek. Ik ga er overigens van uit dat alle kinderen logisch kunnen filosoferen. Soms zit er in de logica een kink in de kabel omdat er iets te veel gefantaseerd wordt, soms maakt men een (logische) denkfout. Ik heb ook gewerkt met licht verstandelijk gehandicapte jongeren; ook zij kunnen logisch denken. De boodschap komt anders uit de mond, maar de inhoud is als die uit de mond van jongeren zonder verstandelijke handicap (bestaan die eigenlijk wel ?)

^ top ^

moet je goed kunnen filosoferen om te kunnen fantaseren ?

Je zou kunnen zeggen dat dit een onzinnige vraag is. De omgekeerde vraag bleek wel beantwoordbaar, maar over deze willen we niet eens nadenken. Welnu, dan moet ik je erop wijzen dat we aan impliciet hiërarchisch voorkeursdenken doen. Racisten doen dat expliciet en hun onderwerp doet wat minder fris aan dan fmk. Maar het bepalen van een positie in een gesprek gebeurt nog vaak door jezelf op een hoger plan te zetten dan degene met (of tegen) wie je spreekt. Er zijn er die zich op een lager plan zetten. Socrates was er zo eentje; hij beweerde dat hij van niets wist, maar ondertussen werkte hij aan de afbraak van de schijnkennis van zijn gesprekspartner.

lager, hoger of ertussen ?

Fantaseren wordt op een lager plan gezet dan filosoferen, want wij houden van logica, beheersing en overzicht. Toch kan het verstand een regulerende werking hebben op de verbeelding. Als de verbeelding een koets met een span paarden zou zijn dat zich door een donker bos worstelt, en de man achter de teugels het verstand, dan zal van de verbeeldingskracht gebruik gemaakt worden door deze te sturen. Aan deze metafoor kleeft wel een bezwaar; het verstand zie ik helemaal niet als een helder licht. Het verstand is voor mij altijd in ontwikkeling. Het kan zich vergissen, het kan zijn fout inzien en weer goedmaken, het kan zichzelf ook uitschakelen. Bij fmk wordt geprobeerd de werking van het verstand te prikkelen. Er moet vermeden worden het iets op te leggen. Want bij filosoferen gaat het er juist om dat kinderen zelf met antwoorden komen. Helaas zijn er volwassenen die kinderen liever dwingen dan sturen. Het impliciet hiërarchisch voorkeursdenken is dan ook vooral bij volwassenen aanwezig. Kinderen worden ermee besmet. Om te beweren dat fmk een doeltreffend tegengif is, vind ik wel wat ver gaan.

fantasie of werkelijkheid ?

Fantaseren schijnt bij kinderen bovendien een vanzelfsprekendheid te zijn die als eigenschap langzaam opdroogt naarmate het kind groeit en volwassen wordt. Het realiteitsbesef neemt de plaats in van het fantaseren en het onaffe kind is een affe volwassen geworden. Nou, mooi niet ! Ten eerste, ga ik niet akkoord met de stelling dat het kind geen realiteitsbesef heeft. Kinderen hebben misschien minder kennis van de werkelijkheid maar daarom hoeven ze toch geen slecht werkende intuïtie (een voorgevoel dat wordt gevoed door inzicht en opgedane ervaring) te hebben ! Het is wel zo dat realiteitsbesef bij volwassenen de fantasie beperkt en dat de fantasie van het kind de leemte invult van zaken waarvan het niets kan weten. Maar wordt de fantasie dan niet gestuurd door die intuïtie ?

hoe meer realiteit, hoe minder fantasie: minder of meer filosofie ?

Bovendien zit ik met het probleem van het fantaseren dat het filosoferen schijnt te beperken, en zelfs in een filosofisch gesprek hinderlijk kan zijn. Als fantaseren minder wordt naarmate realiteitsbesef groeit, en er op redelijke wijze gefantaseerd moet kunnen worden om te filosoferen, zou dan weinig realiteitsbesef het filosoferen kunnen stimuleren ? Als dat laatste het geval zou zijn, dan zouden volwassenen met veel realiteitsbesef niet meer kunnen filosoferen. Hetgeen onjuist is, want er kan juist wel veel over de werkelijkheid gefilosofeerd worden. Daarenboven zou het filosoferen van kinderen iets anders zijn dan wat volwassenen doen. En we kunnen toch aannemen dat het in elkaars verlengde ligt. Ik ben er ook niet helemaal uit of filosoferen een vanzelfsprekendheid is of een aangeleerde activiteit. als ik beweer dat filosoferen het leren verhelderen van gedachten is, dan zijn zowel volwassenen als kinderen bezig met leren filosoferen. Als filosoferen een vanzelfsprekendheid is, dan begrijp ik niet waarom er zo veel boeken geschreven worden om te leren filosoferen.

als je af bent, moet je dan niet meer leren ?

Wel is het zo dat kinderen eerder geneigd zijn om te filosoferen dan volwassenen. De laatsten beschouwen zichzelf als ontworpen en af, en ze worden meer omgeven en beheersd door vanzelfsprekendheden. Maar dat wil niet zeggen dat volwassenen hun verstand niet meer gebruiken en kinderen juist wel. De ervaringswereld van kinderen is nog open. En daarom zitten ze op school en leren ze over de wereld en de positie die zij daarbinnen in kunnen nemen. Helaas is die wereld moeilijker aan het worden en moeten de kinderen meer en sneller leren. Maar bij een overladen leerprogramma dreigt het gevaar dat kinderen gegevens moeten opslaan zodat ze zo veel mogelijk kunnen in de volgende wereld (ik bedoel de wereld der volwassenen). Het gevaar is dat kinderen een positie opgelegd krijgen , doordat de manier waarop ze hun positie kunnen bepalen, hen is opgelegd. Hebben ze werkelijk zelf kunnen kiezen ? Zullen ze tevreden met die keuze zijn ?

^ top ^

 


 

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 1

Ben je wel goed wijs als je reist zonder doel?

Op het noordelijk deel van de Atlantische oceaan drijven ijsbergen richting zuiden. Ze zijn ‘s zomers afgebroken van de ijskap die de Noordpool bedekt. Zodra ze in aanraking komen met de warme Golfstroom, smelten ze snel.

Een troep wijsneuzen beweegt zich kriskras door elkaar langs de rand van de ijskap. Sommigen laten zich afdrijven naar het zuiden, anderen houden zich precies langs het afbrekende gedeelte op en zorgen ervoor dat ze de afstand tussen de ijsbergen niet te groot laten worden.


Wijsneuzen verstaan de kunst van het inschatten van die afstand, springen met gemak naar het noorden en durven met het ijs mee te reizen. Ze schuwen het koude water niet, springen er zelfs in om het hoofd koel te houden en het lichaam te harden. Soms zijn ze dagen achtereen alleen op een ijsberg. Maar de eenzaamheid schrikt ze niet af. Ze lijken haar zelfs op te zoeken. 

Door het barre klimaat blijven de gedachten vloeien. Door al dat bewegen van ijsberg naar ijsberg zullen ze niet stollen.

Het is de kunst gedachten zo lang mogelijk vloeiend te houden door zo veel mogelijk te bewegen.

Soms drijft een wijsneus iets te ver af naar het warme en gerieflijke klimaat. Dan is het tijd om gestolde gedachten uit het hoofd te schudden zoals roos uit het haar en de weg naar het noorden weer te vinden.

Anatomie van een wijsneus


Wijsneuzen hebben geen thuis. Ze zijn constant onderweg en in beweging. Staan ze stil dan zal een van die ijsbergen de warme Golfstroom raken en zullen ze geen wijsneuzen meer zijn. Ze zullen afdrijven tot in het luxueuze en vervolgens opgaan in het grote men dat een schijnbaar rustig leven leidt.

Wijsneuzen zijn nomaden in het hoofd. Ze zijn nieuwsgierig, onderzoekend, stellen vragen, doen graag nieuwe ervaringen op, twijfelen en weten het nooit helemaal zeker. Ze laten zich niet inpalmen door de orde die het zittend bestaan overheerst.

Wijsneuzen springen in het hoofd, spelen met gedachten en laten zich niet gevangen zetten door hun eigen denken.

Het grote men wenst die speelsheid niet meer. Passief vermaak heeft het zittend bestaan draaglijk gemaakt en het spelende dier dat men eens was in een kooi gestopt. De zittende mens vergeet te reizen in het hoofd en beschouwt het filosoferen dat de wijsneuzen van de ijsbergen doen, als hinderlijk.

Lastige vragen die geen vast antwoord kennen, denken zonder begin- en eindpunt, denken langs onbetreden paden, denken zonder nut: het grote men heeft er niets aan. Het houdt van regelmaat en netjes geordende gedachtengangen onder de hersenpan.

Naarmate men ouder wordt, zet de regelmaat zich onwrikbaarder vast. Dan is het te laat. In het hoofd is de bouw van de gevangenis compleet. Het denken voelt zich goed in zijn cellencomplex. Zelfs het dagelijks luchten van het hoofd gebeurt op een ommuurde binnenplaats. Veilig: dat wel. Creatief: al lang niet meer.

Hoe tevreden is een gedachte achter tralies ?

Nomadische denkers begrijpen dat op weg zijn belangrijker is dan het doel bereiken. Nee, erger nog ! Zij die menen een doel bereikt te hebben, hechten zich vast en verliezen het verlangen te reizen. 

Wijsneuzen zoeken geen vaste bodem om wortel te schieten; zij zijn die eeuwige beginnelingen die hun kennis niet als bezit beschouwen. Uitdijende boekenkasten passen niet in hun hoofd, slechts nieuwe wegen. Zelfs oude wegen worden door hen niet onderhouden en aan platgetreden paden hebben ze een hekel.

^ top ^

Maak je er ook zo’n zooitje van als je speelt ?

Wijsneuzen die van de ene gedachte op de andere springen, proberen een bewegingsvrijheid uit die de volwassenen zijn vergeten. Het spelen hebben ze verleerd. Kinderen die alleen maar spelen, beschouwen ze (vooral na een vermoeiende dag op kantoor) als onrustig en ongecontroleerd.

In het gangbare denken (van de volwassenen) met zijn wettige wegen en gangen zijn grenzen aan de denkvrijheid gesteld en is er bijna geen ruimte voor spelende wijsneuzen.

De wereld van de volwassenen moet voorspelbaar blijven zodat men kan zitten en rusten en niet wordt opgeschrikt of zelfs verrast door onverwachte gebeurtenissen, gedachten of gasten.

 

 
In de speelsheid zit een element van verrassing en vrolijkheid dat botst tegen de zwaar bewaakte grenzen van het gangbare denken. Zijn twee bewakers, Herhaling en Gewoonte, zorgen er voor dat zo min mogelijk gedachten aan het toeval worden overgelaten. Streng zien ze erop toe dat een origineel idee of een creatieve keten van gedachten de heersende orde in het hoofd en in de samenleving niet zal doorbreken. 

Het is of ze een antieke kledingkast bewaken waarin alle kleren netjes gestapeld en opgehangen zijn.

Stel je voor dat een wijsneus zijn sokken in de derde la van onderen legt in plaats van de tweede!

Verandering en vooral vernieuwing vormen grote bedreigingen voor het voortbestaan van de heersende orde. Het is hinderlijk als een wijsneus vragen gaat stellen over vanzelfsprekendheden. Want dan dreigt de orde overhoop gehaald te worden. En het is nog hinderlijker als wijsneuzen gaan twijfelen aan zaken waarvan ze al lang overtuigd hadden moeten zijn. 

Maar is die orde in de kast wel normaal? Is een wijsneus die zin heeft om sokken in een andere la te leggen onwetend of ongehoorzaam? Waarom provoceert een wijsneus de bewakers toch? Het leven is toch beter als je een brave leerling bent om later een brave burger te worden?

Kind, zit toch stil en aanvaard de orde van de kast!

 

 

Heb je reisadvies nodig als je filosofeert ?

Wijsneuzen springen van ijsberg tot ijsberg en overwinnen de zwaartekracht die de bewakers, Herhaling en Gewoonte, het denken hebben opgelegd. Het loodzware denken dat de volwassenen zo in hun zetel drukt, is deze wijsneuzen vreemd. Ze denken zo licht en zweverig. Beseffen ze dan niet wat hen te wachten staat ? Wacht maar, grinniken de volwassenen, wacht maar tot je groot en vol gedachten bent, dan zal je wel anders piepen!

Eigenlijk heeft een wijsneus geen andere voorkennis nodig om te filosoferen. Elk nieuwsgierig persoon kan filosoferen. Het helpt dat een wijsneus iets weet van die filosofische geschiedenis maar het gevaar dreigt dat de oude ideeën de lust van het reizen in het hoofd wegnemen. Het beste reisadvies is nog altijd: eerst zelf proberen en dan pas informatie inwinnen.

^ top ^

Neuzen wijsneuzen in filosofieboeken ?

 

 
De zwervende wijsneuzen zijn weliswaar onbezonnen en naïef maar ze hebben hun oprechtheid en creativiteit niet ingeruild voor een zittend bestaan.

Om de ideeën op te slaan in het rustende hoofd moet er plaats gemaakt worden: de verbeelding wordt aan de kant geschoven. Gebaande paden komen ervoor in de plaats en voor de betreding ervan gelden strenge regels.

Zouden kinderen werkelijk gaan filosoferen op het schoolplein als het in de klas door een of andere belezen droogkloot wordt opgelegd ?

Weg met die luie zetel ! Weg met het licht der rede dat warmte en rust schenkt en de verbeelding sust en het verstand in slaap neuriet ! Zwerf door het hoofd en vergeet die stapsgewijze opbouw van filosofische theorietjes ! Het noorden wacht !

Ben je reddeloos verloren als je zitvlees kweekt ?

De vrijheid van meningsuiting die de laatste tijd als een groot en ons dierbaar voorrecht wordt beschouwd, lijkt op het spelen dat de wijsneuzen met hun denken en spreken doen, maar zij is verre van dat. Zij is eerder een poging om te ontsnappen aan de bewakers, Herhaling en Gewoonte, en leidt tot buitensporigheden als een grote en vooral vuile bek opzetten.

De schreeuwcultuur van nu is een schijnbare uitweg voor hen die te lang hebben gezeten en het spelen hebben verleerd.

Het zitvlees dooft de vlam uit, bedriegt de geest, vertelt leugens. Het zitvlees wil groeien en verlangt ernaar dat het hoofd blijft denken in herkenbare, zichzelf herhalende, zichzelf bedriegende denkstructuren. Het zitvlees heeft geen zin in avontuur. Of het moet voorgeschoteld worden terwijl het vlees rust in de luie zetel.

Zitvlees is een gevaar voor de samenleving. Alleen het spel zal genezen.

Zitvlees kijkt tv

Homo sedens heeft het zwerven in het hoofd verleerd. Homo sedens houdt niet van het domein waar het filosoferen zich ophoudt. Het onbekende dient afgeweerd, uitgebannen te worden. Homo sedens creëert een bol rondom de zetel van het gangbare denken . Homo sedens houdt niet van het soort denken waar woorden tekort schieten.

Kan filosofische kost licht verteerbaar zijn ?

Hier staan vragen die een open antwoord krijgen. Misschien dat jij een ander antwoord had gegeven, misschien was jij in je hoofd wel een heel andere richting uitgegaan.

De ene vraag volgt min of meer uit de voorafgaande. Het zijn vooral de antwoorden die de richting van de vragen bepaald hebben. Ik ben begonnen op een ijsberg die mij in het rijk van de filosofische gedachten heeft geleid. De dogmatische zekerheid van de warme Golfstroom heb ik achter mij willen laten en ik heb mij vooral laten voortdrijven op mijn verbeelding. Vooral dat laatste ontbreekt nog te vaak in de schoolfilosofie.

 

Zeereis van de verbeelding

^ top ^

Is een filosofische reis vertaalbaar ?

Het reisverslag van deze filosofische omzwerving is niet alleen gebaseerd op mijn interesse voor de filosofie maar ook op mijn werk als begeleider van filosofische gesprekken met kinderen en jongeren. Tijdens die gesprekken stelde ik filosofische vragen en probeerde ik te reageren met een volgende vraag op het antwoord van een van de kinderen.

Ik ben er van uitgegaan dat kinderen meer weten dan ze vermoeden en dat ik minder weet dan ik vermoed.

De kennis die ik tijdens de workshops heb opgedaan, noem ik filosofisch en heb ik soms teruggevonden in de geschiedenis van de filosofie. Wat filosofen vroeger gezegd hebben, zeggen kinderen nu in hun eigen taal. Van de manier waarop kinderen spelen met gedachten kan ik alleen maar dromen.

Wijsneus en volwassene jongleren met gedachteballetjes
Wie doet het beter ?

Hoewel ik hier heb geprobeerd om zo concreet mogelijk te zijn, moet toch niet uit het oog verloren worden dat filosofie voornamelijk een zaak van abstract denken is. 

Helaas zijn veel filosofen meesters in het onnavolgbaar abstract denken en menen ze uit hun onnavolgbaarheid te kunnen concluderen dat hun denken wel uniek en dus origineel moet zijn. Volgens mij is het juist de kunst om begrijpelijk abstract te denken zodat anderen er wat van kunnen leren of er tenminste iets aan hebben in hun dagelijks bestaan. Concrete voorbeelden moeten de dikwijls abstracte denkwegen helpen verduidelijken voor de lezer.

Het verstand alleen helpt de lezer niet als deze zich iets probeert voor te stellen bij filosofische probleembesprekingen. De verbeelding alleen helpt de lezer evenmin als deze  probeert de filosofische problemen te begrijpen. Een goede samenwerking tussen de twee zou een filosofisch werk prettig leesbaar maken. Maar hoe vind je een evenwicht tussen deze twee tegengestelden?

Raak je als je nomadisch denkt het spoor bijster ?

Ja. En dat is ook de bedoeling. De filosofie zou een nomadisch denken moeten zijn en geen bouwwerk dat volgens bouwplan in het hoofd wordt aangelegd door een leraar filosofie.

Filosoferen zou meer moeten lijken op springen van de hak op de tak dan op gedisciplineerd in de pas blijven. Die arme leraar echter heeft van het ministerie de opdracht gekregen jou een cursus filosofie te geven. 

Filosoferen moet op een enthousiast hollen door een onbekende straat lijken zonder te weten dat die doodloopt. Het vinden van nieuwe ideeën gaat je trouwens beter af als je je vergist dan bij een vooraf uitgedokterde reis in je cursusboek filosofie. Van je eigen fouten leer je meer dan van een betweter die je de les leest.

Ook in de geschiedenis van de mensheid zit geen plan vervat dat in de toekomst naar een bepaald eindpunt zal leiden. Het plan toont zich pas achteraf; in het nu wordt de geschiedenis geleefd, zoals hollen door een straat en niet weten of die doodloopt of niet.

Hetzelfde geldt voor de geschiedenis van de filosofie. Je kan haar bestuderen maar ze leeft pas als jij met jouw ideeën komt 

Van het ene idee komt het andere. Zo laat het nomadisch denken toe dat je ideeën oppikt of loslaat.

Als je met iemand opgezadeld wordt die het vooraf al beter weet dan jij, omdat je toch maar een wijsneus bent, weet dat je zijn of haar plan volgt en het jouwe voor altijd in de ijskast belandt.

Nomadisch denken is zoeken naar ideeën en - eenmaal gevonden - beseffen dat het om het zoeken zelf ging en niet om het resultaat. Door nomadisch denken beland je misschien op ongedachte zaken. Dwalen leidt immers eerder tot verrassingen dan reizen met een doel, een gids en een strakke dagindeling.

Mijn middelste zoon - Egon - heeft de tekeningen gemaakt. Filosofie is niet bepaald zijn ding. Zijn boekenplank puilt niet uit van de filosofische inleidingen. Hij leest, pardon ,las vooral boeken van Tonke Dragt, Imme Dros en Anthony Horowitz en ‘Waanzinnig om te weten’-boeken. Nu leest hij strips als ‘The Simpsons’ en ‘Donald Duck’ en munt hij uit in computerspelen, goocheltrucs en de hond zelf bedachte trucjes aanleren.

Hij vindt het wel leuk om zo en dan met mij te filosoferen, maar een roman over de filosofie of een filosofieboek zelf vindt hij niet leuk.

Filosofisch dijgeklets

^ top ^

 

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 2

Denken alleen wijzen na over het leven ?

Als je je vrienden op het schoolplein vraagt wat filosoferen voor hen betekent, zullen ze waarschijnlijk antwoorden dat het nadenken over het leven is. Het is de meest gehoorde omschrijving van filosoferen, maar helaas ook de meest vage.

Hoeveel van je vrienden denken werkelijk zo diepzinnig na over iets dat heel algemeen en toch zo onduidelijk is? En moet je niet eerst grijs zijn om wijs te zijn? Of ken je soms leeftijdgenoten die al uit een rijke bron van levenservaring mogen putten?

Een wijsneus die beweert over het leven na te denken, zal uitgelachen worden. Laat ze maar lachen. Een wijsneus is immers heel iemand anders dan een snotneus.

Filosofen hoor je overigens niet al te veel zeggen over ‘leven’. De vraag ‘wat is leven?’ blijkt een van de moeilijkst te beantwoorden filosofische vragen. Dus is het wijzer deze vraag te ontwijken en over andere makkelijker onderwerpen te filosoferen. Laat je in ieder geval niet weerhouden om over het leven na te denken. Heb je er iets over te zeggen dan moet je dat gewoon doen. Want als je al bij voorbaat rekening gaat houden met de (meestal negatieve) reacties van anderen, dan kan je beter stoppen met je mening te geven. En als je jezelf nog meer te kort wil doen, dan moet je maar stoppen met nadenken en doen wat de anderen je zeggen te doen.

Het probleem met ‘leven’ is dat wetenschappers niet precies weten wanneer het leven begint en wanneer het ophoudt. Is het leven in moeders buik begonnen op het moment dat het zaadje en het eitje elkaar succesvol ontmoeten of wanneer de toekomstige moeder het eerste schopje tegen de buikwand voelt? Heeft het leven het lichaam verlaten op het moment dat de hersenen niet meer werken of wanneer nagels en haren niet meer groeien?

Planten schijnen ook te leven wanneer ze groeien in de zomer en zich koest houden in de winter. Maar het leven van planten is toch iets anders dan het leven van mensen en toch spreken we in beide gevallen over ‘leven’. Het schijnt ook zo te zijn dat wij een ‘hogere’ vorm van leven bezitten dan de planten, omdat wij ontwikkelder en ingewikkelder zijn. Maar hoe zit het dan met patiënten die in coma liggen en als planten in leven gehouden worden? Zijn zij ineens ‘lager’ geworden? Zouden puistjes die uitgeknepen moeten worden ook bezield zijn?

Wil de echte plant opstaan?


Denk je beter na met je mond open ?

Als je tien grijze wijzen met elk hun eigen mening over het leven zou uitnodigen voor een groepsgesprek op tv en je zou ze verbaal hun gang laten gaan, dan zou de vraag ‘wat is leven?’ niet echt beantwoord worden 

Als ze van mening hadden durven veranderen en aan zichzelf hadden durven twijfelen, waren ze al lang niet meer de specialist op het gebied van ‘leven’. Dan waren ze wel begonnen met filosoferen!

Het probleem is dat je behalve nadenken ook moet praten om te kunnen filosoferen. Dat praten is niet gelijk aan raaskallen, klesseblessen, koffiekletsen of een grote bek opzetten. Bij dat praten moet je nadenken over wat je gaat zeggen. En terwijl je dat zegt, moet je ook blijven nadenken.

Als je spreekt en nadenkt tegelijk kan je altijd nog op andere gedachten komen.

Filosoferen is praten en nadenken in één adem. Met dat vreemde samenspel verhelder je je gedachten. Beetje bij beetje, nooit helemaal.

Zal het eens gedaan zijn met al die misverstanden ?

Als we in een wereld zouden leven waarin alles zo klaar als een klontje zou zijn, dan zou er helemaal niet meer gefilosofeerd hoeven te worden. Dan zijn we uitgepraat, nietwaar?

De filosofie zou eindigen wanneer alle filosofische problemen opgelost zouden zijn. Zou dat echt kunnen ?

Zolang er mensen zijn, zullen ze blijven nadenken en vergeten wat er ook al weer in het verleden gezegd is.

^ top ^

Ken jij het Enig Ware al ?

Stel dat de mensen zo knap en geduldig zullen zijn dat ze inderdaad over alles gesproken en nagedacht hebben. Dan zal er geen nieuwe kennis meer gevormd hoeven worden. Als alle misverstanden uit de weg geruimd zullen zijn, dan zal er zoiets als de Enig Ware Kennis ontstaan en kinderen zullen alleen hoeven te filosoferen om de Enig Ware Kennis te bereiken.

En waar beter dan op school zal je de Enig Ware Kennis aan de kinderen kunnen leren? En wie controleert dat de Enig Ware Kennis ook de Enig Ware Kennis blijft?

De politici en de geleerden zullen de koppen bij elkaar steken en iemand aanwijzen die als een soort verkozen president de titel ‘de Enig Ware Kenner’ toebedeeld krijgt.

Maar wie controleert de ‘Enig Ware Kenner’? En wie zorgt ervoor dat de president geen kwaadaardig figuur wordt? En hoe zorgt de ‘Enig Ware Kenner’ ervoor dat hij of zij zichzelf niet gaat bedriegen?

Gelukkig zullen we (hopelijk) niet in zo’n wereld terechtkomen. Door te filosoferen kan je je kennis alleen maar vermeerderen of verdiepen of - wat weleens nodig is - vervangen.

Alles kennen is godzijdank onmogelijk. Zolang we nog in een wereld leven waarin we nog van onze eigen fouten mogen leren zonder ervoor op onze donder te krijgen, blijft kennis beperkt en zijn we vrij.

Er is bovendien nog niemand geslaagd om alle encyclopedieën van de wereld in zijn of haar hoofd te proppen.

Verwerf je al kennis aan de lopende band ?

De filosofie zoekt niet naar kennis die je kan opstapelen.

Als je filosofeert ben je eerder bezig met de manier waarop je naar kennis kijkt, dan met kennis zelf. Bij filosoferen gaat het eerder om ‘hoe’ dan om ‘wat’.

Hoe logisch is logisch eigenlijk ?

Filosoferen is dus niet zomaar wat zeggen en nadenken. De rode draad van je betoog volgt de rode draad van je gedachten. En die rode draad komt uit je mond en lijkt voor jou best logisch, want je kan jezelf wel volgen. 

Maar als je vriendin zegt: wat bedoel je? Dan is jouw rode draad haar rode draad niet en moet je opnieuw beginnen verhelderen. Om elkaar te begrijpen moet je logisch zijn?

Wat nou precies bedoeld wordt met ‘logisch’ is mij niet helemaal duidelijk. Hoewel ik al jaren probeer helder te verhelderen, lukt het me maar matigjes. In mijn pogingen helder over te komen ben ik vaak vaag. Ik zeg achteraf weleens tegen mijzelf: ‘had je niet wat duidelijker kunnen uitleggen?’

Hoewel ik probeer helder te zijn, zit de vaagheid me vaak genoeg op de hielen. Als ik uitleg, probeer ik ook een zekere rode draad in die uitleg te houden. Ik verhelder alsof ik op een soort hoofdweg zit. Ik probeer allerlei zijweggetjes te vermijden.

Het komt ook weleens voor dat ik al uitleggend merk dat ik mezelf een doodlopende weg in heb gepraat.

Ik hoop dat jou hetzelfde overkomt als wat ik ervaar bij het filosoferen. Want zo leer je filosoferen.

Als jij al filosoferend kan aanvoelen dat je op een dood spoor zit of te lang op een zijweg blijft hangen, dan heb je een gezonde intuïtie, ben je eerlijk met jezelf en heb je een (vaag) idee van de logica die het filosoferen op de een of andere manier vergezelt.

Helaas zijn niet veel mensen in staat om zo bij een ander over te komen. In onze wereld moet je duidelijke standpunten hebben en uitgesproken meningen. Als de eerste minister van Nederland of België zou filosoferen, dan zou hij of zij niet meer geloofwaardig overkomen.

Wat voor een eerste minister ben je als je jezelf constant voor de kop slaat omdat de juiste woorden maar niet willen komen. Wat voor een eerste minister ben je als je voor de microfoon zwijgt omdat de twijfel in je hoofd, de woorden uit je mond houdt. Hoe durf je voor de microfoon te zeggen dat je het niet zeker weet!

Eerste minister met mond vol tanden

Hopelijk filosoferen de politici binnenskamers wel met elkaar, want het is gezond om ook weleens ongelijk te hebben of om fouten te maken.

Daar hoeft de pers niets van te weten, want politici die voor de camera hun fouten toegeven, zijn net zo zeldzaam als fouten toegevende politici die voor de camera geloofwaardig proberen over te komen. Logisch toch?

^ top ^

Filosofeer je beter als je braaf bent ?

Als je een hoofd hebt waarin hersenen zitten die werken en als je met een ander kan communiceren, kan je filosoferen. Het helpt ook als je kan waarnemen en het zal nog beter gaan als je verder durft te kijken dan je neus lang is.

Door naar een ander te luisteren of een boekje te lezen, zal je waarschijnlijk meer om over te filosoferen hebben dan wanneer je constant jezelf in de spiegel aanspreekt over allerlei ingewikkelde filosofische zaken.

Zelfreflectie is natuurlijk geen slechte zaak, maar als je op je veertiende besluit om alleen maar met jezelf te spreken dan ben je volgens mij na een paar dagen wel uitgepraat en vooral uitgedacht.

Er is niets mis mee om jezelf voor een korte periode af te sluiten. Neem gerust de gelegenheid te baat om een en ander goed te overdenken. Dat mag je hangend in een stoel of gewoon liggend op de bank doen.

Als je ouders en leraars hebt die constant lopen te hameren op een goede houding, dan heb je pech. Hopelijk ben je creatief genoeg om ook eens iets te doen buiten hun gezichtsveld. Jezelf zijn lukt niet echt als je de voorbeeldige leerling probeert uit te hangen. Als ouders mij (indirect) vertellen hoe voorbeeldig hun kind toch is, dan hoop ik stiekem dat hun spruit eens de andere kant van zichzelf laat zien. Filosoferen lijkt meer op je verzetten dan je overal naartoe laten slepen.

Maar nu stook ik je misschien wel te veel op…

Filosofeer je beter in een kamer met uitzicht op niets ?

In de vroege samenlevingen gingen senioren in afzondering leven in de bossen. Ze hadden hun taak volbracht door te huwen, kinderen te krijgen en de samenleving te dienen. De tijd was aangebroken om zich op de grote oversteek voor te bereiden. Ze mediteerden onder een boom of langs een beek over het leven en, als ze tenminste gezond verstand bezaten, over de naderende dood.

Het was de bedoeling dat je waardig stierf en dat de dood als geroepen kwam.

In onze postmoderne samenleving doen de senioren het iets anders. Tot voor kort leefden ze in afzondering in ouden-van-dagentehuizen en waren ze bang voor de dood. Tegenwoordig horen ze ‘erbij’ en is de dood geen taboe-onderwerp meer. Over twintig jaar horen ze er helemaal bij en mogen ze door blijven werken, aangezien de bevolking vergrijst en er te weinig kinderen geboren worden.

Misschien is het niet heel netjes wat ik hierboven gezegd heb over ouderen, maar alles en iedereen wordt in onze maatschappij nog zo in vakjes gestopt.

Filosofeer je beter met een schone luier ?

De meeste pubers doen meer aan filosoferen dan de meeste baby’s. Het kleine luierdragende mormel zal minder geneigd zijn tot het stellen van een (filosofische) vraag dan een puber. Baby’s zijn immers minder in staat tot het uitspreken van woordjes, laat staan tot het vormen van primitieve zinnen. Ze zijn eenvoudigweg niet talig genoeg.

Volle luier, leeg hoofd
lege luier, vol hoofd

Die taligheid is een belangrijke voorwaarde bij het filosoferen. Zelfs de persoon die aan de rolstoel gebonden zit en door een spierziekte alleen maar met een linkerwenkbrauw kan knipperen, kan filosoferen.

Contact met de buitenwereld lijkt me ook een voorwaarde om te kunnen filosoferen. Als een persoon vanaf zijn geboorte door een hersenafwijking gestoord wordt bij het leggen van contacten met de  buitenwereld dan wordt filosoferen met hem of haar een moeilijke zaak. Slechts de allergeduldigsten zullen mogen waarnemen dat deze persoon een gevoel uit, of, wat nog moeilijker is om te herkennen, een gedachte uitdrukt.

Filosofeer je beter als je dakloos bent ?

Ik vermoed ook dat je zonder dak boven het hoofd minder snel aan het filosoferen slaat dan wanneer je ouders een middeninkomen genieten, geen al te grote uitgaven hebben en jou de tijd gunnen naar school te laten gaan.

Wij leven echter in een klein stukje van de wereld waarin gerieflijk filosoferen (nog) mogelijk is. Als je arm en dakloos bent en niet weet wanneer je je volgende maaltijd opgediend krijgt, dan lijkt me de behoefte aan filosofie klein. Als je bezig bent met overleven in plaats van met leven is de behoefte de filosoferende wijsneus uit te hangen afwezig.

^ top ^

Kan je als kasplantje nog wel denken ?

Als je jezelf in de spiegel bekijkt, mag je ervan uitgaan dat jij de persoon bent die jou aanstaart. Je moet wel heel bijzonder zijn als je durft te beweren dat je dat gezicht in de spiegel nog nooit eerder hebt gezien.

Wat vanzelfsprekend is voor ons mensen, lijkt onbereikbaar voor de dieren.

Zelfs een gorilla schijnt te denken dat er een andere aap hem aankijkt en draait de spiegel om op zoek naar de ander. De parkiet in de kooi is wanhopig verliefd op het spiegeltje met het belletje. Ze aait met haar snavel haar evenbeeld en denkt de ander haar liefkozingen met even veel toewijding beantwoordt. Arm vogeltje!

Hé, aap ! Waar ben je nou ?!

Als je dus niets mankeert onder de hersenpan is visuele herkenning een peuleschilletje. Ben je blind dan zou je jezelf nog kunnen horen. Ben je blind en doof en kan je niet praten dan kan je jezelf nog wel herkennen door aan jezelf te voelen. Of je kan een windje laten om te weten dat jij jij bent.

Stel je voor dat je een verschrikkelijk ongeluk hebt gehad en niet meer kan bewegen en waarnemen (= zien, horen, proeven, ruiken, voelen). Je kan zelfs niet je linkeroog laten knipperen of je wijsvinger een knopje laten indrukken en ademen gebeurt kunstmatig. De dokters zouden zeggen dat je in coma bent. Dankzij allerlei meetinstrumenten weten de dokters dat je hersenen nog volkomen normaal werken.

Zou je jezelf dan nog herkennen?  Zou je dan nog kunnen nadenken of je dingen kunnen herinneren en inbeelden? Zou je geweten dan nog op je inpraten? Zou je nog emoties hebben?

Waar zijn jouw gedachten als je een ander stel hersenen krijgt ?

Wanneer je volkomen normaal functioneert en na een dagje school thuis aan je bureau zit na te denken over de spreekbeurt die jij de volgende dag moet geven, zijn jouw gedachten jouw gedachten, want ze zitten immers in jouw hoofd en niet in die van An.

Stel dat je overvallen wordt door een waanzinnig goeie dokter die binnen een mum van tijd jouw hersenen met die van An verwisselt omdat zij heel toevallig ook morgen een spreekbeurt moet geven maar een ander onderwerp heeft gekozen. Jouw gedachten zitten dan niet meer in jouw hoofd maar in die van An en jij zal dan gewoon doorgaan met het voorbereiden van de spreekbeurt van An. Of niet soms!

Pech voor An of pech voor Sam ?

Als Sam met in zijn hoofd de hersenen van An naar voetbaltraining had moeten gaan maar in plaats daarvan naar de balletschool van An gaat en de lerares hem vraagt wat hij hier doet, dan zou hij waarschijnlijk zeggen dat hij komt dansen. Het zou heel goed mogelijk zijn dat de bewegingen die in Ans hoofd opgeslagen zitten, de seintjes doorgeven aan Sams benen en hem laten rekken en strekken terwijl zijn beenspieren dat helemaal niet aankunnen.

Ik vermoed dat de balletlerares hem niet de kans zal geven om te bewijzen dat hij echt wel An is, want hij lijkt er niet eens op. Sam zou blijven beweren dat hij An is en als hij door de lerares naar de spiegel gesleurd wordt met de vraag of dit gezicht dat van An is, dan zal hij niet kunnen antwoorden, want hij kan zich niet herinneren dat hij er zo heeft uitgezien. Er zal een leegte in zijn hoofd zijn omdat hij zichzelf niet herkent en hij zou oprecht kunnen zeggen dat hij het niet weet.

Als de oorspronkelijke An een talenknobbel heeft en de echte Sam een rekenwonder is, dan zal An plotseling enorm gemakkelijk kunnen rekenen. De onderwijzer zou zich rot schrikken en zeggen dat ze als Sam rekent. Ze zou waarschijnlijk beweren dat ze Sam is en de onderwijzer zal in de lach schieten en zeggen dat ze An is. 

Stel dat hij An en Sam laat nablijven en ze een aantal reken- en taaltesten laat afleggen en dat uit de resultaten blijkt dat Sam met de hersenen van An heel hoog scoort bij de taaltest en laag bij de rekentest zal de onderwijzer dan beweren dat Sam An is en An Sam?

^ top ^

Zijn jouw gedachten jouw gedachten wel ?

Natuurlijk zitten jouw gedachten in jouw hoofd en is het (nog) onmogelijk dat hersenen op de operatietafel worden uitgewisseld. Maar zijn die gedachten wel echt van jezelf? Als in de klas je mening wordt gevraagd over oplaaiend geweld in onze samenleving, is die mening dan niet al beïnvloed door de ideeën van je vrienden of je ouders en door de beelden op televisie?

Door suggestie immers ontstaat een groot deel van de kennis die je bezit. Je hebt er evenwel niet om gevraagd. Je krijgt het op een dienblad aangedragen. Het enige dat jij moet doen hap slik weg. Je geheugen is een gigantische maag die steeds voller wordt.

Hoe vrij zijn jouw gedachten eigenlijk ?

In het vrije Westen ben je vrij om te denken wat je wil. Er zijn wel een aantal beperkingen. Die gedachten moeten voor een ander wel (min of meer) te begrijpen zijn en je mag een ander ook niet kwetsen. In een democratie is het wel meegenomen wanneer je denkt zoals de meerderheid en kan het flink tegen zitten als je je eigen gedachten erop nahoudt. Met verschillen kan een democratie leven.

Met die democratie wordt wel de meerderheid bedoeld. Als je je eigen gedachte hebt over een betere wereld, dan hoeft die gedachte niet noodzakelijk dezelfde te zijn als die van de meerderheid.

Het is wel verdomd gemakkelijk te denken als de anderen. Als je telkens kritiek over je heen krijgt, omdat je toevallig een andere mening hebt, heb je geen moment rust.

Is het niet het doel van een goede samenleving om haar burgers gemoedsrust te garanderen?

Vrijheid gaat altijd wel ten koste van iets

Hoe vrij is die gedachte nog als de meerderheid vindt dat je ongelijk hebt? En gaat het er in een democratie niet om dat de meerderheid zal zegevieren? Hoe vrij kan jij dan nog eigenlijk denken?

Kan je vrij denken in een schurkenstaat ?

Nee, zou je zeggen, want je weet dat je in een vrij land leeft en dat kritiek is toegestaan. Dat denk je, maar is het dan ook zeker? Hebben ze je misschien verteld dat je vrij bent en dat de anderen dat niet zijn. Maar dat zij dat niet weten en wij juist wel? Kunnen ze in een schurkenstaat niet precies hetzelfde beweren? Kunnen ze niet zeggen dat zij vrij zijn en dat wij tot in onze tenen verziekt zijn door onze bandeloze levensstijl. Iets dat wij dat niet weten en zij juist wel?

Andersom denken is goed voor de bloedsomloop maar slecht voor de staat

Vraag is hoe tolerant een democratie is met bijvoorbeeld andersom denken. De wetten van ons land staan immers voor heersende normen en waarden. Maar hoeveel vrijheid wordt een minderheid gegund die er andere normen en waarden op nahoudt? Moet het gedaan zijn met de vrijheid van de minderheid als er dreiging ontstaat? Bepaalt de meerderheid wat dreigend is en wat niet? En hoe komt het eigenlijk dat we onze normen en waarden als nobel beschouwen en die van de anderen als weerzinwekkend? Waarom moeten ‘die buitenlanders’ zich nu ineens aanpassen en is bijna iedereen het erover eens dat het softe integratiebeleid heeft geleid tot de maatschappelijke problemen van nu? Moeten ‘die buitenlanders’ ineens leren andersom denken?

Mag je je meester een klootzak vinden ?

Vinden wel, maar zeg het niet hardop. Je werkt jezelf in de nesten.

Het is beter hem vriendelijk aan te spreken. Dan kan je nog altijd te kennen geven dat je het strafwerk dat je tegen morgen af moet hebben, onrechtvaardig vindt. Als je meester inderdaad walgelijk blijkt te zijn en je schade berokkent, kan je naar het schoolhoofd stappen of je ouders inschakelen. Er zal heus wel iemand naar je luisteren en proberen je te helpen. Tenzij je zelf onhandelbaar bent en iedereen een klootzak vindt behalve jezelf.

Hoe gevoelens de richting van gedachten bepalen

^ top ^

Hoe ver mag je voor jezelf opkomen ?

Om je mening te geven moet je gehoord worden. Om gehoord te worden moet je je mening kunnen uitspreken. Als je begint te schieten, schelden of slaan om je mening kracht bij te zetten berokken je de ander schade. In een open samenleving is het de bedoeling dat je de ander geen schade berokkent. Het gaat erom dat je respect voor de ander kan opbrengen, zelfs al maakt die ander het je wel erg moeilijk en haalt hij je het bloed onder de nagels.

Hoe fris ben jij nog in je hoofd ?

Niemand kan volgens mij met een stalen gezicht zijn mening geven over een emotioneel geladen onderwerp als het toestaan van filmpjes op het internet waarop te zien is hoe een gijzelaar wordt vermoord. Dat iemand met een stalen gezicht naar zulke filmpjes kan kijken, kan ik me wel voorstellen. Sommige mensen zijn dan ook echt ziek in hun hoofd.

Toch is het zo dat je je bij het vormen van je mening niet mag laten leiden door je driften, je traditie, je geloof, je vooroordelen, enzovoort. Je moet met je verstand je mening vormen. En hoe meer je je laat leiden door driften en dergelijke, hoe minder mening je hebt. Zeker als je niet omringd bent door redelijk oordelende vrienden.

Meningsmolecuul opgebouwd uit verstandsatomen

Als je je verstand zijn gang laat gaan en alle gevoelens uitschakelt, dan zal je zeker over een dijk van een mening beschikken. Niets is minder waar. Want als je alleen maar van je verstand gebruikt maakt, is die mening al zo uitgedroogd en saai om aan te horen dat niemand naar je zal willen luisteren. Intellectuelen worden (hopelijk) net zo weinig aangehoord als figuren die grof in de mond zijn of direct beginnen te vechten. 

Zou het een cocktail zijn van voldoende gevoelens en gedachten die een mening vormen die prettig is om aan te horen?

Gevoelens schijnen warm te zijn en gedachten koud, hoor ik weleens zeggen. Je moet je leiden door je hart en minder door je verstand, wordt ook gezegd. De stem van het hart schijnt immers oprechter dan de stem van je verstand.

^ top ^

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 3

Maakt het lot de wereld kapot ?

De ouders van Sam hebben een jaar geleden de hoofdprijs van de Lotto gewonnen en zijn plots rijk geworden. Hun nieuwe huis is pas afgeleverd en er staan twee terreinwagens voor de deur en twee sportwagens in de garage. Sam heeft een aparte computerkamer en op vrijdagavond nodigt hij zijn vrienden uit om naar de film in hun privé-bioscoopzaal te komen kijken.

Het is niet waar. Dat droomt Sam maar.

In werkelijkheid moeten zijn ouders hard werken om de hypotheek op hun rijwoning te kunnen afbetalen en moet Sam het doen met een twee jaar oude computer en een breedbeeldtelevisie die hard aan vervanging toe is.

Daarom doen zijn ouders mee aan de Postcodeloterij. Ze willen het weliswaar iets breder hebben maar ze beseffen ook dat zij daar in het arme Zuiden het veel minder breed hebben dan wij hier. Dus spelen ze elke week en hopen ze dat op een dag hun straat in de prijzen zal vallen.

Nooit hebben vrijgevigheid en hebzucht zo dicht bij elkaar gestaan. Dat is misschien wel moreel verwerpelijk maar ook praktisch toepasbaar. Het is in ieder geval beter dan gokken op paarden. Want als je wint of verliest, het leven van de paarden zal er niet beter van worden. En als je niet wint bij de Postcodeloterij zal door jouw bijdrage een waterput in de Sahara gegraven kunnen worden, of krijgen kinderen in de Andes een schoollokaal.

Het is niet mooi om renpaarden met arme mensen te vergelijken. Uitbuiting is echter onlosmakelijk verbonden met het verwerven van rijkdom.

Wat slik jij voor zoete koek?

De Postcodeloterij toont twee werelden. Wij en zij. Wij zitten in de luie stoel en kijken naar de wereld van zij. Want onze hulp is nodig en daarom spelen wij.

De derde wereld is zij. Er is daar ellende, armoede, oorlog, onrecht, honger, angst. Zij hebben nog veel werk voor de boeg. Onze wereld is rijker, rustiger, vreedzamer, rechtvaardiger, en we vervelen ons vaak.

Het is alsof we onszelf pas kunnen zien wanneer we geconfronteerd worden met het tegendeel. We beseffen pas dat we het zo goed hebben als we zien hoe zij het zo slecht hebben.

Het is of wij in het rijk der licht leven en zij in het duister.

Bepalen zon en maan welk rijk op aarde licht of duister is ?

Als iedereen thuis en in de media zou zeggen dat de schurkenstaten de nieuwe as van het kwaad vormen, dan zal Sam dat deel van de wereld heel gevaarlijk vinden. Sams wereldbeeld is gevormd. Hij zou kunnen twijfelen of het idee dat hem via het scherm aangedragen wordt wel juist is. Hij zou het ook voor zoete koek kunnen slikken.

Bush schenkt as aan Sam

Als iedereen thuis en in de media zou zeggen dat alle Brabanders dieven zijn, dan zal hij ze wantrouwen. Sams mensbeeld is gevormd.

Je zou zeggen dat Sam behoorlijk naïef moet zijn om zulke nonsens direct voor waar aan te nemen.

Bij beeldvorming is een staat gebaat en zeker als er oorlog gevoerd wordt tegen schurkenstaten. Je moet immers weten wie de vijand is en hoe hij of zij eruit ziet, zelfs al heb je hem of haar nooit in het echt gezien.

Het is maar goed dat Sam in een wereld leeft waar die beeldvorming zo ‘vrij’ of zo ‘gezond’ mogelijk wordt gedaan. Toch zal hij de werkelijkheid nooit zo zien zoals ze is, maar zoals hij denkt dat ze is.

Wat hij denkt is wat door beeldvorming is gestuurd. Omdat hij weet dat zijn idee over de wereld door beeldvorming wordt gestuurd, kan hij zijn eigen idee over die beeldvorming hebben. Maar zo’n idee is nooit oorspronkelijk. Zo’n idee lijkt altijd geleend.

^ top ^

Zitten de ideeën in je hoofd of achter je rug ?

Sam denkt dat hij in de echte wereld leeft maar zijn vader zegt dat hij in de echte wereld leeft, omdat hij moet werken en Sam niet.

Zij kijken samen naar de Postcodeloterij op televisie. Sam zegt dat de echte wereld die van de armen is en dat in onze wereld te veel luxe is om te weten wat echt is. Zijn vader zegt dat onze wereld echt is want hij moet hard werken om de kost te verdienen. Daarom is hij ‘s avonds zo moe en wil hij rust als hij kassie kijkt. Bovendien speelt hij mee met de Postcodeloterij en daardoor geeft hij geld aan de armen.

Hij neemt een slok bier en vindt het oliedom van de kaalhoofdige kandidaat dat hij zijn verdubbelaar niet heeft ingezet.

Om aan te tonen dat de wereld van de rijken en die van de armen schijnwerelden zijn, wordt Sam uitgenodigd om een opname bij te wonen. Hij moet er dan zelf zien achter te komen waar de echte wereld zich bevindt. Misschien is het wel een van de twee werelden of misschien is er wel een geheel andere wereld.

Sam wordt geblinddoekt naar een stoel in de voorste rij gezet en kan pas iets zien als iedereen zit. Dat moet zo gebeuren want de regie wil niet dat iemand weet hoe de opnames gemaakt worden.

Sam merkt dat de speler in de hoge stoel op het podium het goed doet en nog maar drie tegenspelers heeft. Hij zit geketend in zijn stoel te kijken en kan zijn hoofd niet meer links of rechts draaien. Hij wordt gedwongen naar de show te kijken en denkt dat wat hij ziet de echte wereld is. Toch verlangt hij ernaar te zien wat er achter zijn rug gebeurt.

Het lukt hem als enige toeschouwer om zich uit de ketenen los te rukken. Niemand ziet hem van zijn plaats gaan. Hij merkt dat de studio in een grot zit en dat er een trap naar boven leidt. Uit het gat boven in de grot komt er licht en hij ziet hoe de regisseur van de Postcodeloterij met enkele vormen alle mogelijke voorstellingen op het podium projecteert. Sam rent naar boven het zonlicht in en beseft nu pas dat hij al die tijd in een schijnwereld heeft geleefd en dat de echte wereld bij de uitgang van de grot begint.

Dolblij rent hij naar beneden en verstoort de opname van de Postcodeloterij.

‘We worden belazerd!’ roept Sam opgewonden uit.

Maar hij wordt aan de kant geschoven en niemand wil hem geloven.

Ben je alles vergeten toen je op de wereld geworpen werd ?

Als Sam met de naam Samos in het Griekenland van 500 voor Christus geboren zou zijn, zouden de filosofen van die tijd je beschouwen als een baby die juist alles vergeten is.

Door de schok van de geboorte ben je alle echte kennis kwijtgeraakt en zal je dus naar school moeten om alles van voren af aan te moeten leren. Een goede school en betrokken ouders zullen er wel voor zorgen dat de kennis die je als baby in de buik bezat zal worden opgehaald. Want wat je vergeten bent, kan je je altijd weer terug herinneren. Als het geheugen en het verstand goed meewerken zal je al snel een kei zijn in wiskunde en de ideale vormen herkennen.

Door de val op de grond vergeet de baby alles dat hij kende

Hoewel Samos direct na zijn geboorte een leeg hoofd heeft omdat hij niets weet, zit in zijn geheugen toch alle kennis opgeslagen. Alleen lijken ze in een soort noot te zitten die pas kan ontkiemen wanneer hij in goede aarde staat en voldoende gevoed wordt.

Als Sam met de naam Samuel geboren zou zijn in het Frankrijk van de eerste helft van de zeventiende eeuw, dan zou hij een baby zijn met een hoofd vol aangeboren ideeën die als noten zullen ontkiemen wanneer de baby - of liever het lerende kind - ervaring opdoet.

Ook hier zal een goede school en betrokken ouders veel meer ideeën weten te raken en zal het kind superverstandig worden.

^ top ^

Word je als een onbeschreven blad geboren ?

Als Sam met de naam Samuel geboren zou zijn in het Engeland van de tweede helft van de zeventiende eeuw, dan zou hij een baby zijn met een volslagen leeg hoofd. Samuels verstand is bij de geboorte leeg en wordt een onbeschreven blad genoemd. Wat Samuel waarneemt, worden door de jaren heen eenvoudige ideeën die door het verstand worden opgenomen. Als Samuel verstandiger wordt, zal hij eenvoudige ideeën met elkaar kunnen combineren tot complexe. De inhoud van het verstand hangt dus af van wat er door ervaring op het blad geschreven wordt.

Hoe de ervaring het witte blad invult

Het enige dat de natuur bijdraagt aan de leerontwikkeling van Samuel is een babylijf met een leeg hoofd. Alle kennis moet dus in Samuels hoofdje gepropt worden. De andere kant zegt dat de natuur juist alles bijdraagt aan de leerontwikkeling van Samuel. Alle kennis moet dus uit Samuels hoofdje gehaald worden.

Nu wordt Sam geboren als een kereltje dat noch aangeboren ideeën heeft noch een onbeschreven blad is. Sams leerontwikkeling hangt nu voor 30 procent af van zijn genetische erfenis en voor de rest van zijn omgeving. Het ligt er aan hoe betrokken zijn ouders zijn en op wat voor school hij terechtkomt, maar het belangrijkste is wel welke beslissingen Sam zal nemen en welke interesses hij heeft.

Kan je gedachten dromen ?

Onder de schedel zitten de hersenen en in de hersenen zitten bepaalde wegen die signaaltjes naar bepaalde delen sturen die een of andere rol spelen bij bijvoorbeeld het leren voor een proefwerk.

Er is nog geen hersenchirurg geweest die heeft kunnen aanwijzen waar het verstand zit en waar het geheugen en waar de verbeelding, laat staan waar die drie verbonden zijn met de waarneming. Dat er iets in de hersenen gebeurt als je nadenkt, of je iets inbeeldt, of je iets herinnert, of iets zelfs waarneemt, is waar, maar wat er precies gebeurt weet niemand nog. Toch hebben wetenschappers het over die vier zaken in je hoofd die nodig zijn om kennis te vormen. Wat in theorie aanwezig zou moeten zijn, blijkt in de praktijk vaak onvindbaar…

Als je zes jaar oud bent en voor het eerst leert rekenen, zal je twee appels met twee appels kunnen optellen en stellen dat er dus vier appels op de schaal liggen. Het rekenen is goed voorstelbaar en wordt in beelden uitgelegd. Je kan met je ogen dicht vier appels voorstellen.

Als je zestien jaar oud bent en aan het differentiaalrekenen geslagen bent dan zullen de beelden je niet zo veel kunnen helpen. Want als je op zoek bent naar de onbekende functie en een reeksontwikkeling moet construeren, dan zullen die appels op de schaal je niet veel helpen.

Hoe ingewikkelder het rekenen, hoe minder concreet de oplossingen zullen worden. En hoe minder concreet de voorstellingen met de ogen dicht worden, hoe abstracter het rekenen wordt. Als je een wiskundeknobbel zou hebben dan werk je meer met gedachten bij het zoeken naar een oplossing dan met beelden.

Met een appel los je het wiskundeprobleem niet op

Dromen zijn broedplaatsen van stilstaande en bewegende beelden. Het is vooral het rijk van de verbeelding. De tijd en de ruimte van de wakkere wereld zijn in dromen uitgeschakeld. Zodra je wakker schrikt zal je een beroep doen op je verstand omdat je graag wil weten waarom die rook uit de schoorsteen een groot konijn werd dat je zocht en vond en achternazat en hoe je je ook verborg, altijd wist dat reuzenkonijn je te vinden!

Kan je een appel zien zonder te begrijpen dat het een appel is ?

Als je over minimaal één zintuig beschikt, zal je op de een of andere manier kunnen waarnemen dat er vier appels op de schaal zijn. Je kan ze elk afzonderlijk waarnemen en met je verstand rekenen. Als de juf erom vraagt kan je zeggen dat twee plus twee vier is. Als het antwoord juist is, heb je een goed oordeel gegeven.

Het lijkt makkelijk, maar een 18de  eeuwse pruikdragende kleine Pruisische filosoof (met ijzeren discipline) heeft in zijn dikste boek ongeveer honderd bladzijden nodig om te kunnen beweren dat in dat oordeel de zintuiglijkheid (je kan de appels op de schaal zien) en het verstand (je kan rekenen) met elkaar verbonden worden.

Als je de appels niet zou kunnen waarnemen maar wel een goed werkend verstand hebt, zou je een leeg begrip van een appel hebben. Als je de appels wel zou kunnen waarnemen maar geen verstand zou hebben, dan zou je een blinde aanschouwing van een appel hebben, want je hebt helemaal geen begrip van een appel.

^ top ^

Kan je alle kennis bezitten ?

Met razend snel lezende ogen, een gigantisch geheugen, een vlijmscherp verstand en een eeuwig leven zou je in een bibliotheek veel kunnen bereiken.

Maar wat moet je met al die boekenkennis als je er in de praktijk niets mee doet? Een boekenwurm die zich begraaft in boeken zal zich meer en meer verwijderen uit de echte wereld en zijn lichaam maar lastig vinden. Het liefst zou hij geest zijn; een geest die geen driften en verlangens meer heeft en niet meer hoeft te eten of naar de pot moet gaan of die moe wordt of ziek. Hij zal zich voeden met kennis en alleen maar kunnen groeien. Het contact met de wereld zal hij weldra totaal verloren hebben.

Wat er gebeurt als je het contact met de wereld verloren hebt 

Ben je voltooid tegenwoordige tijd als je alles weet ?

Alle kennis die je in je hoofd kan proppen blijft beperkt in een mensenleven. Als je kijkt naar de wijze waarop het leven zich vanaf het begin tot nu heeft ontwikkeld en je beschouwt de mens als het topmodel op de evolutionaire catwalk, dan is er een richting naar boven die van de mens een steeds hoger wezen maakt.

Als de mens in de verre toekomst in staat zou zijn om alle beperkingen te boven te komen dan zou er op een dag een perfecte mens moeten ontstaan.

Als we terugkeren naar de boekenwurm die al meer dan driehonderd jaar gelezen heeft en genoeg heeft aan de blauwe lucht die hij zichzelf kan voorstellen.

Hij is zo’n kenner geworden van alle mogelijke theorieën dat alles dat hij gelezen en geleerd heeft, hem niet meer vreemd is.

Zelfs zijn bewustzijn van alles dat buiten hem leefde is hem niet meer vreemd en uiteindelijk bestaat er geen ‘buiten’ meer. Hij begint op dat punt in te zien dat al zijn opgedane kennis (en hij begrijpt echt alles dat hij gelezen heeft) zijn eigen product geworden is. Hij verliest het bewustzijn van ‘buiten’ en wordt een gesloten ‘binnen’.

Hij leert nu via zijn zelfbewustzijn en heeft de bibliotheek niet meer nodig. Omdat alle beperkingen opgeheven zijn is hij een absolute kenner. Maar hij zal als X geen contact meer kunnen hebben met je. De boekenwurm beschikt nu over naar binnen gerichte ogen die het geheugen en het verstand als overbodig ervaren. Dan gooit de boekenwurm zelfs de ogen weg en is hij een absolute geest geworden.

Kan een gedachte zichzelf denken ?

Laten we het in het begin even simpel houden. Je bent een modderslikkend platwormpje dat in het Precambrium zwemt in een ondiep meer. Je doet de dingen die je opgedragen worden door je instinct zonder nadenken; en bewust van je omgeving ben je ook niet bepaald.

Een paar honderd miljoen jaar verder ben je een of andere vachtdragende voorloper van het moderne zoogdier. Je kan al jagen op insecten en je bent je warempel al een beetje bewust van waar je prooi zich moet bevinden. Maar nadenken is er niet bij.

Dan aangekomen in de laatste ijstijd ben je een neanderthaler die zijn grot knus heeft ingericht met berenvellen en zijn vrouw en kinderen zegt dat er vanavond mammoet op het menu staat. Je bent je goed bewust van de dingen om je heen. Om op die wolharige olifanten te kunnen jagen moet je bovendien in staat zijn om plannen te maken en een list verzinnen om de prooi in de val te lokken en in de pan te hakken. Je denkt al redelijk na en je hebt het idee dat jij jij bent. Het eerste beetje zelfbewustzijn is geboren.

Aangekomen in de postmoderne tijd ben je een homo sapiens sapiens en ga je naar school. Je hebt wiskunde, taal, een mening over de oorlog in Irak, een vriendin uit China waarmee je regelmatig chat en je doet aan yoga. Je zit behoorlijk vaak achter de computer - veel te veel naar de zin van je ouders - en je vergeet weleens naar de pot te gaan of iets te eten. Als het spel op de pc gedaan is, besef je pas dat je moet plassen en koek happen. Je hebt al zo veel zelfbewustzijn dat je soms vergeet dat er een ‘buiten’ is.

Als de mens nog zal bestaan, zal je over tien miljoen jaar nog ingewikkelder kunnen nadenken en zo veel zelfbewustzijn hebben dat je zelfs van jezelf kan leren zonder dat je een school nodig hebt.

Dan in het jaar 12.002.005 A.D. gebeurt er iets vreemds in je hoofd. De evolutie vanaf het platwormpje tot nu is voltooid. Het proces van meer nadenken en meer bewustzijn is ten einde. Het is het einde van de geschiedenis en het ‘buiten’ is er niet meer. Er is slechts een ‘binnen’. De mens is een zelfdenkende gedachte geworden en werpt zijn lichaam van zich af. De zelfdenkende gedachte is absoluut, totaal. Het proces van bewustwording eindigt met deze gedachte en slokt de werkelijkheid op.

De denkende gedachte die zich het denken inbeeldt

Nu pas begrijpt de zelfdenkende gedachte het doel van de evolutie en het waarom van het heelal en het leven. 

Maar de zelfdenkende gedachte kom niet even bij je op bezoek om je dit allemaal te vertellen. Jij bent er immers niet meer. Je bent niet dood of levend. Het is alsof je bent opgezogen door je eigen ‘binnen’.

Die spiraal van steeds beter, hoger, dieper nadenken en steeds meer bewustzijn kan je ook nu in 2005 realiseren. Hier zijn de ingrediënten:

Ga in een donkere kamer zitten en denk na over je huiswerk. Maak dat huiswerk vooral niet, maar denk erover na. Je ziet wat je nog moet schrijven en leren.

Ga nu een trapje hoger. Denk vervolgens na over huiswerk in het algemeen en wat voor een invloed dat heeft op alle jongeren in de hele wereld.

Nog een trapje hoger alsjeblieft. Denk na over de manier waarop je nadenkt over huiswerk in het algemeen en wat voor een invloed dat heeft op alle jongeren in de wereld.

Nu zullen de trapjes elkaar eindeloos opvolgen. Denk na over de manier waarop je nadenkt over de manier waarop je nadenkt over huiswerk.

Hoe verder je nadenkt hoe abstracter die gedachte wordt nietwaar? En hoe abstracter die gedachte wordt, hoe verder je verwijderd raakt van de wereld om je heen, nietwaar? En hoe verder je verwijderd raakt van de wereld, hoe minder er een ‘buiten’ is en hoe meer er een ‘binnen’ is, nietwaar?

Het bewustzijn van de wereld om je heen wordt steeds meer een zelfbewustzijn. Dit zelfbewustzijn groeit en groeit en groeit en eindigt op een plek waar de hoogste gedachte zichzelf denkt en het groeiproces opheft.

Jij die eens in een donkere kamer ging zitten omdat het zondagavond was en nog zo veel huiswerk had te maken, bent een zelfdenkende gedachte geworden. Het is niet meer nodig dat je moeder naar binnen komt stormen om te zeggen dat je je huiswerk moet maken. Ze is door je zelfdenkende gedachte opgeheven. De school is ook opgeheven. Moedertje aarde ook en ten slotte zit het heelal in de zelfdenkende gedachte.

Misschien was het een droom. Maar wat zou je ervan zeggen als je ontwaakt en je in een heel andere wereld zit?

^ top ^

Kan je werkelijkheid van fantasie onderscheiden ?

Zoals de filosofen van mening verschillen over wat nou precies de Werkelijkheid is, zo zijn er verschillende werkelijkheden. Voor de een moet je uit de grot van de schijnwereld ontsnappen om de Werkelijkheid te kunnen schouwen, voor de ander hoef je maar naar buiten te kijken om te weten waar de Werkelijkheid zich bevindt.

Het jongetje dat in de ban was van Superman op tv en gekleed in zijn pak uit het raam sprong omdat hij dacht dat hij Superman kon zijn, had zich jammerlijk vergist van werkelijkheid. De wereld onder het raam zat niet ingekapseld in de schijnwereld in zijn hoofd. Zijn ‘binnen’ in zijn hoofd omvatte het ‘buiten’ onder het raam niet.

Maar omvat het ‘buiten’ het ‘binnen’ dan? Of is het ‘binnen’ in je hoofd strikt gescheiden van het ‘buiten’ van de tastbare wereld? Is er misschien een overgangswereld tussen ‘binnen’ en ‘buiten’?

Om de appelboom in de tuin te kunnen zien moet je eerst weten wat een appelboom is. En wat nog belangrijker is: je moet hem kunnen zien. Ben je blind, dan zou ik je hem nog kunnen laten horen door in de zomer aan de takken te hangen zodat de bladeren ritselen. Ben je blind en doof, dan zal ik je hem kunnen laten ruiken of voelen of proeven. Kan je op geen van deze vijf manieren waarnemen dan zal het contact met het ‘buiten’ voorgoed verloren zijn gegaan en leef je alleen maar ‘binnen’.

Als je bijvoorbeeld alleen maar zou kunnen ademen vanaf je dertiende en niet meer waarnemen, dan vermoed ik dat je op herinneringen, beelden en gedachten zal leven. Als je vanaf je geboorte niet zou kunnen waarnemen, dan kan je volgens mij geen herinneringen, beelden of gedachten hebben. Je bent en blijft leeg van binnen.

Is echt recht of krom, en waarom ?

Als je in een heldere vijver een rechte tak zou steken zodat deze voor de helft onder water zou zijn, dan zou je niet zeggen dat de tak krom is geworden. Je ziet dat de tak krom is, maar je weet dat hij recht is. Het is of de waarneembare werkelijkheid aangevuld wordt door kennis. De ‘echte’ tak buiten het water wint het van de schijntak in het water.

De kennis die wij menen te bezitten van de waargenomen werkelijkheid stuurt als het ware onze waarneming. Onze waarneming vormt niet alleen de waargenomen werkelijkheid, maar ze vervormt haar ook nog.

Een zuivere scheiding tussen fantasie en werkelijkheid valt niet te geven. Het is wel zo dat je de verbeelding nodig hebt om je een beeld van de wereld te kunnen vormen zodat je deze tenminste kan begrijpen. Als je je door de verbeelding laat vangen zoals het jongetje dat dacht dat hij Superman was, dan ben je fout bezig. Een gezonde portie realiteitszin is gewenst, maar makkelijker gezegd dan gedaan.

Kan een mythe ook nu nog voor de waarheid doorgaan ?

Toen Amerika Irak binnenviel in 2003 hadden de president en zijn helpers een reden nodig om die inval te rechtvaardigen. De duivelse Saddam Hoessein was bezig een arsenaal aan chemische en nucleaire wapens op te bouwen en de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken leverde in een vergadering van de Verenigde Naties het ‘bewijs’. De Amerikanen slaagden erin de meeste landen te overtuigen van het dreigende gevaar in schurkenstaat Irak en vielen het land binnen.

Een jaar later was men van het tegendeel overtuigd. Er werden geen chemische noch nucleaire wapens gevonden. De hele dreiging was in feite een grote mythe die in de wereld was geholpen. Dankzij de macht van Amerika in militaire, economische, maar vooral beeldende zin - ze maken in Hollywood goede films met veel ‘special effects’ - werd het ‘buiten’ door een ‘binnen’ overgenomen, zoals bij het jongetje die dacht dat hij Superman was. In zijn val naar het plaveisel moet het jongetje tot het afschuwelijke besef gekomen zijn dat hij ongelijk had.

Wat Amerika met de inval in Irak heeft kapot- of goedgemaakt, is niet duidelijk. Maar de verbeelding was voor even de meester van de werkelijkheid.

Hoe de verbeelding de werkelijkheid tot voetsteun verlaagt

Als je gezond wil blijven denken en redeneren, dan moet je je verbeelding niet de teugels geven van het paard waarmee jij door het werkelijke landschap reist. Laat de verbeelding een aanvulling zijn, meer niet.

Als je veel op de computer zit en met je clan afspreekt dat je collectief afscheid moet nemen door je te vergiftigen op drie uur drie (London-tijd) omdat er een komeet in de buurt van de aarde zal parkeren en jouw geest en die van je clan zal ophalen voor een ruimtereis naar planeet Ypsilon 3 punt 3 die jullie clan in het spel op een andere clan heeft veroverd, dan ben je wat betreft de verbeelding iets te ver gegaan.

Komt de geschiedenis van de mensheid tot een ‘happy end’ ?

De geschiedenis van oorlog en verzet, van ellende en verdriet komt tot een einde zodra de strijd gewonnen is. Er zal een nieuwe wereldorde komen die compleet controleerbaar is en iedereen blij maakt.

Schijnwerelden verblinden. Vroeger situeerden we die heerlijke nieuwe wereld in een paradijs of een hemel of het Walhalla of in Utopia, maar tegenwoordig willen we die schijnwereld op aarde, en het liefst dicht bij huis. Ook het Amerika van Bush is verblind door haar eigen schijnwereld. 

Zouden Amerikanen misschien denken dat ze midden in een film zitten en al weten dat hun film een ‘happy end’ heeft? Maar je kan toch niet in de toekomst kijken? Zouden ze dat wel weten? En wat geeft hen het vertrouwen dat het allemaal wel goed komt? Wie schudt die Amerikanen nou eens wakker?

Ze zitten als die jongen die een voorstelling volgt van de Postcodeloterij vastgeketend naar schimmen te kijken. Maar zij zijn economisch en militair beschouwd het machtigst en niemand durft ze wakker te schudden en te zeggen dat het sufferds zijn die door hun eigen zintuigen en verstand bedrogen worden. Osama kijkt ook naar schimmen. Hij is religieus beschouwd het fundamenteelst en niemand durft hem wakker te schudden want hij zit nog hardnekkiger vast in zijn schijnwereld en hij zal verschrikkelijk boos worden als je aan hem schudt. En wel zo boos dat hij een hoog gebouw zal zoeken om er een stelletje sufferds een gekaapt vliegtuig in te laten vliegen.

Wat het communisme in Rusland en Oost-europa is overkomen, zal de schijnwereld van Bush en Osama ook overkomen. Want een schijnwereld zal de echte wereld nooit kunnen vervangen, hoe virtueel perfect de schijnwereld ook moge zijn.

‘In de prullenmand met die schijnwereld!’

^ top ^

Artikel 2.  Wijsneuzen zijn nomaden in hun hoofd! - deel 4 nieuw

Speelt je geest ook verstoppertje?

‘Geest’ is een raar begrip in de filosofie. Je kan ze niet waarnemen en toch zit ze in je. 

Rarara, waar ben je geest?

Er wordt al 25 eeuwen gesproken over ‘geest’ en al die geweldige dingen die ze wel of niet kan doen. Nu pas heeft iemand durven beweren dat ze helemaal nooit bestaan heeft. 

Nee, erger nog: de idee ‘geest’ heeft ons op een verkeerd spoor gezet. Eigenlijk zouden al onze theorieën waarin over ‘geest’ wordt gerept over boord gegooid moeten worden. 

Ik ben bang dat er dan niet veel gezegd kan worden.

Toch is het gemakkelijk om het over geest te hebben. Je kan er immers zo veel zaken mee verklaren. Je lichaam is er ook bij gebaat. Ze stuurt het lichaam en als je sportief of lenig bent, heb je nog geluk ook. Want een gezond lichaam zorgt voor een gezonde geest, nietwaar?

Ga maar eens zes uur achter elkaar computeren. Hoe zou jij je voelen als je alleen maar lichaam was? Stijf? Of heb je je lijf al kwijtgespeeld?

 In de geschiedenis van de filosofie is ‘geest’ altijd iets hoogs en bovenaards en ‘lichaam’ een laag bij de gronds tastbaar ding dat kan stinken, plassen, vreten, boeren, winden laten. De geest veroudert in tegenstelling tot het lichaam ook nooit. Ze gaat meestal ook niet dood.

 

Als je het woord ‘geest’ niet wil gebruiken zit je met een probleem. ‘Geest’ is zo ingebakken in ons dagelijks taalgebruik dat we niet meer zonder kunnen. 

Als je het bestaan van ‘geest’ ontkent, heb je geen probleem. ‘Geest’ is immers niet waarneembaar. 

Als je vindt dat elk zelfstandig naamwoord verwijst naar een bestaand iets, dan mag je naar de geest blijven zoeken. 

Voor mij heeft ‘geest’ slechts theoretische waarde. Ik gebruik het woord omdat ik geen betere theorie bedenken kan om de wereld om mij heen te beschrijven zonder het woord te gebruiken. Als jij dat wel kan, dan heb je heel veel werk voor de boeg.

 Waar zit jouw ik?

Waarschijnlijk onder je huid. Of misschien vind je het ik ook een theoretisch construct dat door het brein bedacht is. 

Hoe je het ook wendt of keert, je kan niet zonder ik. Je ik heb je nodig om je bewust te zijn van je omgeving, om plannen te maken die jou aangaan, om je af te zetten tegen je ouders omdat ze weer eens plannen met je hebben. Je ik zorgt voor orde in de zintuiglijke indrukken die op elk moment van de dag op je af stormen. Je ik zorgt voor eenheid en begrip in de maalstroom van gedachten die overdag door je hoofd vliegen. 

Zonder die orde en eenheid zou je overgeleverd zijn aan nieuwigheden zoals een goudvis in een kom, en telkens denken dat je door nieuwe wateren glijdt. Zonder je ik zou je jezelf continu bedriegen, zonder het overigens zelf te weten. Zonder je ik zou je eenvoudigweg niets kunnen weten.

 

 Is je leven pas geslaagd als je beroemd bent?

Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die bewust streeft naar een saai leven of een ongelukkige tijd. De dakloze die elke winternacht in een portiek ligt te koukleumen zal niet zeggen dat hij dat precies heeft gewild toen hij twaalf jaar was en zich inbeeldde hoe hij als volwassene zou zijn. Een loopbaan op de stoep met al je bezittingen in drie plastic zakjes is geen zelfbewuste keuze maar word je door ongunstige omstandigheden opgedrongen.

Iedereen die zich de vraag naar een gelukkig leven voorlegt, streeft in ieder geval naar een goed leven of naar een beter leven. Dat streven naar een goed leven is menselijk maar wensen gaan nooit helemaal in vervulling. 

Zo is het ook met een in de toekomst voorgesteld leven dat eerder een aanvulling is op de dagelijkse beslommeringen dan een realiseerbaar project. Het is pas erg met je gesteld als je boven je dagelijkse bestaanswerkelijkheid uit wil stijgen door voor altijd in een fantastische droomwereld op te gaan.

Hoeveel doe jij net alsof?

Om aan die last te ontkomen hebben de mensen de kunst uitgevonden net te doen of ze iemand zijn die ze in het echte leven niet zijn. Als het een spel is, is het oké. Als je werkelijk gelooft dat jij de persoon bent die je wenst te zijn, heb je een probleem. 

 

Kent hij het verschil tussen fantasie en werkelijkheid nog?

Je moet niet per se beroemd worden om te kunnen beweren dat je leven geslaagd is. Een geslaagd leven is overigens niet hetzelfde als een gelukkig leven. 

Als je wil slagen dan moet je ambitieus zijn en die persoonlijkheid worden die de mensen het liefst op televisie zien. Je moet in staat zijn om jezelf om te kneden en een vervangende persoonlijkheid te construeren. Als je lief gevonden wil worden door het publiek moet je veel lachen; als je de stoere held wil uithangen dan lach je beter niet. 

^ top ^

Heb je al leren vluchten?

Niets is moeilijker dan saaiheid overwinnen. Want hoe saaier je de wereld om je heen vindt, hoe meer je een beroep moet doen op je verbeelding. 

In deze omgekeerde evenredigheid zit ook een waarheid: wat je denkt te missen in de werkelijkheid, vul je aan met een verzonnen wereld die een product van de verbeelding is. Als je de wereld niet aankan, vlucht je ervoor in een door jezelf ontworpen wereld. 

Het probleem is echter wel dat de mogelijkheden van jouw wereld het gevolg zijn van de beperkingen die de echte wereld jou heeft opgelegd. Als er tussen je belevingswereld en de echte een kloof zit, kan dat op twee zaken doelen: of jij bent in je hoofd ongezond bezig, of de samenleving houdt geen rekening met jongeren.

Voor mij is een samenleving gezond als die ervoor zorgt dat de jongeren de kans krijgen gezond in het hoofd te blijven. Gezond wil hier zeggen dat je je betrokken bij je omgeving voelt en dat je niet moet vluchten.

 

 Kijk uit! Saaiheid! 

 Is dit de eeuw van de depressie?

Alles gaat sneller tegenwoordig: de auto’s, de vliegtuigen, de Tour de France, de computer, de opwarming van de aarde, de televisiebeelden, leren, leven, scheiden, de tijd. Jou staat nog het een en ander te wachten. De ratrace heet je welkom! 

Op de levenskracht waarover je beschikt, moet je zuinig zijn. De druk van de verwachtingen kan die kracht ondermijnen. Wie verlangt er niets van je? De maatschappij, je familie, je ouders, de school, je vrienden? Misschien verwacht je van jezelf ook iets dat je helemaal niet aankan? 

Als je jezelf overlevert aan die verwachtingen, wordt de levenskracht uit je weggezogen; als je jezelf totaal niet wil geven, heb je alle energie nog, maar kan je haar niet kwijt. 

Het gaat erom dat jij het juiste midden vindt. Zonder samenleving kan jij niet leven, zonder individuele invulling heb jij geen leven. Maar laten je ouders dat toe als zij denken te weten wat het beste voor jou is? En weet je wel zeker wat goed voor jou is als je naar niemand meer wil luisteren?

Je kan niet vroeg genoeg beginnen met het zoeken naar evenwicht, want voor je het beseft slinger je als een malloot tussen twee uitersten, overgeleverd aan krachten waarover je geen controle kan hebben.

  

Zoekt slechts een evenwichtig geweten naar ontspanning? 

Om het juiste midden te vinden moet je in de 21ste eeuw over een goed ontwikkeld rationeel verstand beschikken. Zonder scholing zal je dat niet lukken.

Zo’n verstand is niet alleen individueel maar ook sociaal. We leven immers in een samenleving die iedereen die niet over rationele vermogens beschikt, opsluit. Wie gek of traag is, mag niet aan het maatschappelijk spel deelnemen. Wie bijzonder is, krijgt een speciaal plaatsje toegewezen, zoals de hyperactieve kinderen, de hoogbegaafde kinderen, de hoog sensitieve kinderen, de nieuwetijdskinderen. In onze eeuw lijken er meer en meer speciale kinderen rond te lopen. Nog even en het gewone kind is een uitstervende soort!

 Heb je jezelf al ontmaskerd? 

Als je het werkelijk wil doen, zal je jezelf helemaal bloot moeten geven. Het nadeel is wel dat je alleen zal staan en met wie niemand meer om kan gaan.

De persoon die jij bent zit je gegoten als een pak en een masker. Zo ben je in staat om te zijn in de wereld en kan je haar begrijpen. Om mensen met elkaar om te laten omgaan, zijn de moraal en de cultuur uitgevonden. Zonder die maskers zouden we elkaar niet kunnen luchten of zien. 

Het masker heb je nodig om te kunnen functioneren op school, thuis, in de bus. Het masker dat je draagt is je persoon met wie je versmolten bent. Je idealen zijn niet werkelijk van jou, maar worden je ten dele opgedrongen door de wereld. Het andere gedeelte dat je niet wordt opgedrongen komt werkelijk van jezelf. Alleen vanwege die wereld die wil dat jij het masker draagt om in die wereld zelf te kunnen functioneren.

Zonder masker zou je geen greep hebben op de buitenwereld. Ze zou je overweldigen en op de knieën dwingen om het masker op te doen dat je voor de voeten geworpen krijgt.

Niemand kan zonder masker. Dat houdt dan nog niet in dat je het masker ook voor de volle honderd procent moet zijn. Je mag je best verzetten. Je mag dat masker ook wel even afzetten om te kunnen lachen om de wereld, of gewoon om te weten waarmee je eigenlijk bezig bent. Je vindt misschien wel dat je al die tijd nuttig bezig bent en opeens lijkt dat nuttige nutteloos.

Als je denkt dat je werkelijk de toneelspeler bent dan ben je één persoon geworden en heb je het eigenlijke in jou door het oneigenlijke laten vervangen.

Boosaardig of goedaardig?

^ top ^

Ben je dom als je je verveelt?

Als je in de bibliotheek bent en inleidende werken over de filosofie openslaat, zal je waarschijnlijk lezen dat de filosofie begint bij de verwondering. Sommige doorgaans gortdroog schrijvende filosofen worden dan plots lyrisch en spreken over jou die ‘s avonds buitenstaat en met open mond naar de sterrenhemel staart. Jij verwondert je over het oneindige van het heelal en de nietigheid van de mens. Dan gaat je hart sneller kloppen en laat je je gewillig aan de hand van de schrijver door de nogal taaie en daardoor saaie geschiedenis van de filosofie heen ploeteren.

Het is ogenschijnlijk de bedoeling dat je je eerst heel klein moet voelen om je met zo veel drama om het grote te kunnen verwonderen.

Waar de filosofie voor jou begint mag je voor jezelf bepalen. Als jij met open mond de sterrenhemel wil aanschouwen en daarna filosofische vragen wil stellen, dan moet je dat zelf weten. Maar alle filosofie begint niet per se bij die door schrijvers van inleidende werken uitgemolken term ‘de verwondering’. 

Alle begin is rommelig en het is niet duidelijk of je gericht aanvangt of eerst wordt overrompeld. 

Voor mij persoonlijk is de filosofie begonnen bij de verveling. Juist omdat ik niet gericht bezig was, begon ik me vragen te stellen over de wereld om me heen. Iedereen vond het vanzelfsprekend dat je met iets bezig was. Het was dan ook verkeerd om je te vervelen. Je moest nuttig zijn en de opvoeding en het onderwijs zorgde ervoor dat ik me nuttig zou maken. Juist omdat ik van alles en nog wat opgelegd kreeg, leek het me zo nutteloos.

 

Het maatschappijkritische lied werd zeer gewaardeerd in Parijs

 Ben je lui en dom als je om al dat nut moet lachen?

Het is nu wij tegen de kwaadwillende terroristen. ‘Wij’ vallen Afghanistan en Irak binnen om ze schoon te maken zoals mijn moeder de vensterbank afstofte met haar doekje. Door hard te werken en je in te zetten voor de democratie zal het terrein vergroot en het kwade geweerd worden. Niet toevallig spreken wij over een nieuwe wereldorde; het is het vlijtige universum waarin wij rondwaren en de chaos buitensluit als zijnde het grote kwaad.

De moeder der oorlogen is als de grote schoonmaak  

 Ben je redelijk als je niet gelooft?

Onze beschaving vaart wel bij het idee van vooruitgang. Zonder vooruitgang zou er geen beschaving zijn. Dankzij onze techniek, moraal en cultuur slagen we erin de natuur te overwinnen en een gerieflijk leventje te leiden. Dankzij degelijke (op-)voeding en goede scholing slagen we erin beperkingen te overwinnen en van mogelijkheden gebruik te maken. Dankzij de democratie worden we vrienden en zullen we de vijanden verslaan. Je bent onredelijk als je niet gelooft in het bovenstaande en je moet redelijk blijven als je kritiek levert.

Wat redelijkheid precies inhoudt is niet duidelijk, maar dat iedereen redelijk moet blijven is een van de voorwaarden om aan onze samenleving te kunnen deelnemen. Het is niet voor niets dat we gekken in inrichtingen opsluiten, ver weg van onze instituties waar de beslissingen worden genomen. Hetzelfde lot is de crimineel beschoren. En jonge delinquenten proberen we van het pad van de onredelijkheid af te houden door ze te heropvoeden.

 

Ik denk helder dus ik ben verlicht  

Ben je dom als je je verwondert?

Als je niet weet wat een magnetron is en je neef doet er een beker melk in en drukt op wat knopjes, dan zal je je na twee minuten verwonderen. Als je als papoea nog nooit in aanraking met de westerse beschaving bent geweest en je komt met je anthropoloog uit de jungle bij een geasfalteerde baan, zal je je ook verwonderen om dat vreemde stukje zwarte woestijn zo midden in het bos. Als je onkundig in het chemisch laboratorium bent, zal je je ook verwonderen om de knallen en de gassen die ontstaan bij de vermenging van twee stoffen. Als je onwetend bent zal je je eerder verwonderen dan als je van alles en nog wat verteld is.

Hoewel de verwondering een prettige ervaring is, word je er steeds minder mee geconfronteerd naarmate je meer weet. Da’s pech voor de leerpikken onder ons, maar voor de wijsneuzen staat de deur naar de verwondering nog open. 

 

De deur staat open voor de wijsneus maar niet voor de leerpik 

^ top ^

Bij het filosoferen is niets vanzelfsprekend. Je moet al filosoferend zelfs zo ver durven gaan dat je het vanzelfsprekende niet als vanzelfsprekend aanvaardt. 

Zodra je jezelf als onaf, onvoltooid beschouwt mag je je nog verwonderen en zal je jezelf een genoegen mogen doen met die prettige ervaring van het zich verwonderen. Als je jezelf als serieus wil beschouwen, laat je jezelf beknotten door een al te functionele samenleving zoals de leerpik zich laat beknotten door zijn of haar eigen geleerdheid. Je zal wel als volwaardig worden beschouwd door de gereglementeerde en wetenschappelijk verantwoorde praktijk die je om al die kennis van de natuur op handen draagt. 

Heb je een gebrek als je filosofeert?

Ja, aan kennis; als je het goed doet tenminste.

Meestal is het zo dat je telkens een beetje meer weet als je elke dag op school bent, je huiswerk maakt en een test voorbereidt. Aan het eind van een schooldag zou je tegen jezelf kunnen beweren dat je weer wat meer weet. Dat is een goede zaak, want onze samenleving is gericht op meer willen weten.

Tijdens een workshop ‘filosoferen met kinderen’ had ik dit tegen de deelnemers gezegd. Ik heb er echter aan toegevoegd dat ze aan het eind van een workshop met mij een beetje minder zouden weten. Als ze elke dag met mij zouden filosoferen dan zouden ze op den duur het bevrijdende idee krijgen dat ze maar bitter weinig weten. Gefronste gezichten van de deelnemers, bezorgde blik van de begeleidende leerkracht.

Filosoferen moet ertoe leiden dat je twijfelt aan de kennis die je meent te bezitten. Je veronderstelt al gauw zaken waarvan je het bestaan niet echt kan bewijzen. 

 

Is kennis gebakken lucht?
Ben je de kok van je eigen kennis?

 Hoe wereldvreemd ben je als je filosofeert?

Filosoferen is een eindeloos leerproces dat niet bepaald leidt tot definitieve resultaten. Het is niet zoals op school waar je na een les of tien, twaalf een test krijgt van de behandelde stof waarop je afhankelijk van de inzet van je leerkracht een cijfer (tussen nul en tien) in die fijne kleur rood toebedeeld krijgt.

Het vage van filosoferen is dat het niet leidt tot een afgerond geheel. Daarom kunnen scholen er niet veel mee. Het is immers de bedoeling van onderwijssystemen dat ze leerkrachten de mogelijkheid bieden een hoeveelheid gerichte kennis aan te bieden volgens voorgeschreven wegen zodat leerlingen kunnen worden getoetst. 

 

De filosoof trekt de wereld uit, zijn bol in. 

Als je op elk moment van je leven in staat bent om van die wereld uit te gaan zal je denken over denken niet vaag en onnavolgbaar hoeven te zijn. Je zal zeker helder kunnen filosoferen, maar een cijfer op je rapport kan je er niet voor krijgen.

Kan je een mening hebben over iets waarvan je niets weet?

In onze wereld lijkt het zo te zijn dat je altijd en overal met een mening moet klaarstaan. Het is zelfs zo dat je raar wordt aangekeken als je zegt dat je geen mening hebt. Dan ben je stom of slap. Je hoort tegenwoordig tenminste wel een beetje over van alles en nog wat mee te kunnen spreken. Die mondigheid kan soms zo ver gaan dat je het ergens mee eens bent, terwijl je niet echt precies weet waarover het gaat.

 

Nu heeft iedereen wel een mening over het toenemend geweld in de samenleving. Er wordt gesproken over verruwing, over normen en waarden, over integratie, over krachtdadig optreden enzovoort enzovoort. Maar niemand schijnt te weten wat nou precies de oorzaak van het toenemend geweld is of wat de gevolgen zullen zijn of hoe het geweld het best voorkomen kan worden. Terwijl er zo heen en weer gepraat wordt en vooral door elkaar heen, vraagt de premier ineens of iedereen wel weet wat geweld eigenlijk inhoudt. Natuurlijk zullen zijn ministers beweren dat ze dat weten. 

‘Volgens mij hebben wij een mening over iets waarvan wij niets weten!’ roept de premier ineens boos uit. ‘En dan nog te bedenken dat we verkozen zijn omdat wij zo’n uitgesproken mening hebben en zo veel weten!’

Ik neem aan dat jij ook een mening hebt over ‘moslimterroristen die vanuit Europese landen opereren’ en hoe zij aangepakt moeten worden. 

Kan je je soms ook inbeelden dat zij aan de andere kant van het gelijk spreken over die ‘christenhonden die Irak en Afghanistan komen bezetten’? 

Het kan zelfs zo zijn dat zij precies dezelfde woorden gebruiken, terwijl de twee meningen lijnrecht tegenover elkaar staan.

Is je denken al vastgeroest?

Het is hopelijk nog niet te laat. Maar om altijd creatief te blijven denken zul je een hoge prijs moeten betalen. Je zal een nomade moeten worden en nomadisch leren denken. Je zal alle voorbereidingen op een zittend bestaan als volwassene moeten staken en niet langer verlangen naar de sedes, de zetel, de zitplaats, de gerieflijke stoel, de troon, de ereplaats, de waardige positie binnen de samenleving. 

Een rustpunt is er niet als je het creatieve zoekt en het conventionele verlaat. Nomaden blijven niet vastgeworteld maar zijn gedoemd te reizen naar onduidelijke bestemmingen. Ze blijven niet zitten, zetelen niet en settelen niet.

Om je denken niet te laten vastroesten mag je niet oefenen in werkeloos afwachten of ledig zitten. Je moet je eigen denkweg creëren zonder haar van tevoren door anderen voor je te laten uitstippelen. 

De afstammelingen van homo sedens zijn in de meerderheid op planeet Aarde en hebben het voor het zeggen. De nomaden bewegen zich voort in de marge van de samenleving. Hun creativiteit wordt alleen op prijs gesteld wanneer de samenleving nieuwe ideeën nodig heeft of wanneer het nodig is om het vastgeroeste denkkader te oliën omdat conventionele raderen beginnen te knarsen en te piepen.

Het conventionele houdt niet van het nomadische  

De wereld warmt op door toedoen van homo sedens. De ijskap smelt! 
Gun wijsneuzen hun spel nog wanneer ze volwassen zijn! Laat de drang tot orde en overzicht de wil tot spelen niet overspoelen! De spanning tussen orde en chaos mag niet worden losgelaten om een nieuwe ordelijke, overzichtelijke wereld te creëren. 

Als je denken nog niet vastgeroest zit, ben je op zoek naar het juiste midden tussen deze tegengestelden. Kies je voor het ene uiterste dan zit je je leven lang voor de tv met het verstand op nul, kies je voor het andere uiterste dan word je gek door je eigen creatieve denken en doen. Ertussenin, o wijsneus!


 

Home    Inleiding     Socrates    Artikelen    Onderwijs    Vragen    Suggesties     Quizzen    Voorbeelden    Tekeningen    Verantwoording    Links

 

^ top ^

laatste bijwerking 14/02/2008

© Robert de Vos