filosoferen
met kinderen - robert de vos
|
De Benikwelgoedwijsquiz |
|
De BENIKWELGOEDWIJSQUIZ is een quiz voor filosoferende kinderen vanaf ongeveer 13 jaar. Er zijn 45 meerkeuzevragen, waarbij telkens 1 antwoord mogelijk is. Om rustiger te kunnen nadenken kun je deze
bladzijde uitprinten... |
|
|
Mail
me je antwoorden, dan krijg je de juiste snel teruggestuurd. |
Voor
beginnende filosoofjes
vanaf 8 jaar: |
1. Als je denkt, heb je a) gedachten b) beelden c) dromen d) woorden 2. Als je nadenkt, werkt vooral je a) verbeelding b) verstand c) geheugen d) linker hersenhelft 3. Als je slaapt, kan je a) nadenken b) weten hoe laat het is c) dromen d) leren 4. Als je filosofeert, zeg je wat je a) waarneemt b) denkt c) leert d) ouders zouden zeggen 5. Als je inzicht hebt, a) heb je veel hersenen b) gaat het leren bijna vanzelf c) vergeet je bijna niets d) denk je bijna niet meer na 6. Als je filosofeert, probeer je uit te leggen a) wat je denkt b) waarom je denkt c) dat je denkt d) dat je niet denkt 7. Als je goed nadenkt, kom je soms tot a) diepe gedachten b) heldere gedachten c) diepe beelden d) heldere beelden 8. Denken zonder taal a) kan best wel b) doe je voordat je spreekt c) is onmogelijk d) is alleen voor filosofen mogelijk 9. Als je een boom ziet staan a) neem je de boom waar b) denk je de boom c) beeld je je de boom in d) herinner je je de boom 10. Je kan een boom niet herkennen als a) je blind en doof bent b) je vergeet na te denken c) je je een boom niet kan herinneren d) je geen begrip van boom hebt 11. Als je heel taalvaardig bent, kan je je gedachten a) geweldig onder woorden brengen b) snel onder woorden brengen c) helder onder woorden brengen d) perfect onder woorden brengen 12. Als je in bed ligt met je hoofd vol gedachten, kan je a) logisch denken b) lekker dromen c) niet denken d) niet slapen 13. Als je hoofd zonder gedachten zit, a) ben je vergeten te denken b) denk je dat je niet denkt c) heb je geen hersenen d) kan het denken even rusten 14. Als je filosofeert, heb je meer a) vragen dan antwoorden b) antwoorden dan vragen c) woorden dan gedachten d) gedachten dan woorden 15. Als je nadenkt over wat nadenken eigenlijk is, a) ben je niet goed bij je hoofd b) ben je praktisch bezig c) kruip je diep weg in je eigen hoofd d) ben je beschouwend bezig 16. Als je als bejaarde beschouwend bezig bent, ben je a) dwaas b) wijs c) geleerd d) slim 17. Als je als kind beschouwend bezig bent, ben je een a) betweter b) bolleboos c) wijsneus d) sufferd 18. Als je iets zeker weet, dan a) geloof je het b) gelooft niemand het c) is het voor jou waar d) is het voor iedereen waar 19. Als je filosofeert, moet je vanzelfsprekendheden a) aannemen b) onder woorden brengen c) betwijfelen d) verzwijgen 20. Het begin van wijsheid moet je zoeken in a) wetenschappelijke kennis b) menselijke kennis c) praktische kennis d) zelfkennis 21. Hoe meer je van jezelf kent a) hoe beter je op school scoort b) hoe eigenwijzer je bent c) hoe meer je weet van je beperkingen en mogelijkheden d) hoe minder je iets van de anderen kan weten 22. Als je jezelf goed kent, ken je vooral a) je mogelijkheden en beperkingen b) je toekomst en verleden c) je gedachten en woorden d) je ouders en vrienden 23. Geloof biedt a) bijbelse kennis b) onbetwijfelbare kennis c) wetenschappelijke kennis d) schijnbare kennis |
24. De inhoud van je denken ontvang je a) uit je ervaring b) uit je boeken c) uit je omgeving d) uit je favoriete tv-programma's 25. Hoe meer je filosofeert a) hoe minder je denken zich ontwikkelt b) hoe minder denkfouten je maakt c) hoe meer gedachten je hebt d) hoe meer je ervaring verruimt 26. Ervaring krijg je door a) een boek over een bepaald onderwerp te lezen b) je van iets bewust te worden c) kennis te verwerven d) fysiek contact met de buitenwereld 27. Wat je waarneemt wordt gevormd door je a) verstand b) herinnering c) idee d) beeld 28. Wat je niet weet a) kan je je eens herinneren b) zal je nooit kunnen begrijpen c) kan je nooit waarnemen d) gaat je verstand te boven 29. De beste manier om te beginnen met filosoferen is a) door veel filosofieboeken te lezen b) door je gezond verstand te gebruiken c) door moeilijke woorden te gebruiken d) door zo scherp mogelijk waar te nemen 30. Om verder te kunnen filosoferen heb je a) filosofische kennis nodig b) filosofisch inzicht nodig c) filosofische gedachten nodig d) filosofische termen nodig 31. Kennis verhoudt zich tot inzicht als a) spreken tot zwijgen b) verstaan tot begrijpen c) slapen tot wekken d) onderwijzen tot opvoeden 32. Verstand verhoudt zich tot verbeelding als a) beeld tot woord b) woord tot gedachte c) gedachte tot beeld d) beeld tot woord 33. Wijsheid verhoudt zich tot kennis als a) filosofie tot wetenschap b) droom tot waarheid c) rede tot verstand d) inzicht tot geleerdheid ^ top ^ 34. Je wordt helaas nooit wijzer zonder a) parate kennis b) filosofische kennis c) uitgebreide kennis d) praktische kennis 35. Een wijsgeer a) is de wijsheid zelve b) is op zoek naar wijsheid c) onderwijst de hogere kennis d) verwijst naar het onkenbare 36. Wijsheid begint met a) zelfstudie b) zelfkennis c) zelfvertrouwen d) zelfspot 37. De studie filosofie is eerder a) theoretisch dan praktisch b) praktisch dan verhalend c) verhalend dan theoretisch d) theoretisch dan verhalend 38. Een filosoof kan je gedachten a) raden b) vermeerderen c) helpen verhelderen d) helpen vergeten 39. Een filosoof denkt a) beschouwend na b) niet na c) veel te veel na d) beeldend na 40. De filosofie is vooral a) beeldend b) emotioneel c) poëtisch d) redelijk 41. Twijfelen aan vanzelfsprekendheden a) is zoeken naar zekerheden b) is (filosofisch gezien) een zinloze tijdverspilling c) zet je aan het denken d) zal je eerst wijs en dan gek maken 42. Om te kunnen filosoferen moet je a) niets willen weten van filosofie b) alles willen weten van filosofie c) je neus ophalen voor filosofie d) je neus willen steken in filosofie 43. Een wijsneus lijkt eerder op a) een leerpik b) een computerbeest c) een nieuwsgierig aagje d) een kletskous 44. Een wijsneus a) weet alles b) heeft veel verstand c) heeft veel levenservaring d) heeft inzicht 45. Een wijsneus denkt a) spelenderwijs b) trapsgewijs c) waanwijs d) onwijs |
Home Inleiding Socrates Artikelen Onderwijs Vragen Suggesties Quizzen Voorbeelden Tekeningen Verantwoording Links
|
|
laatste bijwerking 06/01/2006 |
stuur je antwoorden naar:
© Robert de Vos