Heeft
filosoferen scholieren iets te bieden?
Is het je ook al opgevallen
dat er steeds vaker gevraagd wordt naar filosoferen met kinderen en
jongeren? De vraag echter wordt volgens mij niet zo goed beantwoord. Want
filosoferen wordt nogal eens verward met filosofie. Het is niet de
bedoeling dat de kinderen op school met filosofie leren omgaan, maar juist
dat ze op school leren filosoferen. Filosoferen op school is niet
hetzelfde als filosofie-onderwijs. Scholieren leren niet filosoferen door
te luisteren wat de leerkracht heeft te melden over Plato of Kant.
Filosoferen is praktisch; de activiteit vraagt een andere aanpak in de
klas, een andere instelling van de leerkracht. Het gaat bij filosoferen om
een grotere bereidheid van de leerkracht naar zijn spruitjes te luisteren.
Zo’n cursus filosofie is misschien wel een voorbereiding op het
filosoferen zelf.
Maakt
metro, dodo, boulot gelukkig?
Maar de kans is groot dat
de scholieren de opgedane filosofische kennis gaan reproduceren en heel
misschien kritisch kunnen evalueren. Helaas zal in dat geval de verworven
kennis niet veel te maken hebben met zelfkennis en wordt het zoeken naar
eigen inzichten niet gestimuleerd. Is het niet de bedoeling dat je later
creatief en dynamisch bent en niet alleen braaf en gehoorzaam? Is het dan
niet beter de kinderen zelf actief hun eigen waarden te laten onderzoeken
dan ze een pakket goede waarden aan te bieden die aangeleerd moeten
worden? Verwacht je werkelijk dat ze dankzij passieve waardenoverdracht
zelfstandige, sociaal bewuste en moreel handelende individuen worden?
Is
praten eng?
Filosoferen kan scholieren
inspireren kritisch na te denken. Door te proberen op filosofische vragen
te beantwoorden zonder de geschiedenis van de filosofie te hebben moeten
leren (dat laatste zou de leerkracht eigenlijk moeten doen …) kunnen ze
vaardigheden leren beheersen die ze later nodig hebben om kritisch te
oordelen en moreel verantwoord te handelen. Bij het filosoferen kunnen ze
ervaringen en gedachten uitwisselen, nieuwe ideeën krijgen, gestimuleerd
worden iets op een andere manier te bekijken. En spreekvaardigheid oefen
je niet door voor een spiegel te gaan staan oefenen. Nee, daarvoor heb je
een groep nodig. Het is een langdurig proces voordat je leert je eigen
standpunt in te nemen, je eigen mening te verdedigen en onderbouwde
kritiek te kunnen geven. Het is nog moeilijker om van mening te kunnen
veranderen, kritiek te kunnen ontvangen en van de mening van een ander te
kunnen leren. Een open instelling is nodig om fouten te herkennen en
zelfkennis uit te breiden.
Sufgeluld
of wakkergeschud door al dat filosoferen?
Het onderwijs kan
profiteren van zo’n praktische cursus ‘Filosoferen met kinderen’.
Niet door de cursus in te palmen en te kneden tot pedagogisch hapklaar
leervoer, maar juist door de scholieren de gelegenheid te laten te
jongleren met hun eigen gedachten. Vrijblijvend is filosoferen zeker niet.
De filosofische vragen stimuleren de scholieren op zoek te gaan naar
waarden, zin van onzin te onderscheiden, kritisch te worden zonder al te
sceptisch. Is het niet de taak van het onderwijs individuen af te leveren
die kunnen bijdragen aan de verbetering van de samenleving?
Verberg
je iets als je star bent?
En nou niet gaan denken dat
zo’n cursus maatschappelijk irrelevant of didactisch ontoegankelijk is! Als je op zoek bent naar
rechtvaardigingen om te kunnen beweren dat filosoferen geen
maatschappelijk of levensbeschouwelijk nut heeft, zou je overigens zelf
moeten gaan filosoferen. En hebben kinderen niet het recht hun eigen
mening op te bouwen? Het is toch niet de bedoeling van een bepaalde
levensbeschouwelijke gemeenschap ideeën in kinderkoppen te proppen? Of ze
dwingende regels op te leggen omdat de plicht te gehoorzamen belangrijker
is dan het recht te twijfelen? Is een gemeenschap niet gebaat bij dieper
inzicht? Je mag potverdoriesnogantoe toch wel filosoferen over God? En,
beste ouders, onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die veel filosoferen
in de andere vakken (rekenen, taal) beter gaan presteren.
^
top ^
Ben
je kinderfilosoof als je filosofeert met kinderen?
Jazeker, leerkrachten en
jeugdwerkers kunnen worden opgeleid. Ik weet alleen niet of ze zich dan
kinderfilosofen kunnen noemen, noch dat degenen die zo’n cursus geven zo
genoemd kunnen worden. De titel ‘kinderfilosoof’ is mij wat te
beladen. Het vakgebied ‘kinderfilosofie’ zoals ‘sociale filosofie’,
‘ethiek’, ‘fenomenologie’ of ‘kennis- en wetenschapsleer’
heeft voor mij die wetenschappelijke klank waardoor het eerder theoretisch
dan praktisch wordt. Natuurlijk kan het binnen de muren van de
universiteit ontwikkeld worden, maar voor mij hoort filosoferen thuis op
de speelplaats of in de tuin. En kinderfilosofen bestuderen de
verworvenheden die al die cursussen en workshops ‘Filosoferen met
kinderen’ hebben gerealiseerd. Iemand die filosofeert met kinderen is
geen kinderfilosoof.
Is
filosoferen een vak apart?
Onlangs werd er door de
Waals minister van onderwijs geopperd dat godsdienst- en zedenleerlessen
vervangen moesten worden door het vak filosofie. Foute instelling,
excellentie. Want filosoferen is niet hetzelfde als filosofie. En je gaat
de kinderen toch geen geschiedenis van de filosofie bijbrengen als je ze
wil laten nadenken over hun positie in de samenleving. En bovendien kan je
perfect filosoferen binnen de godsdienst- en zedenleerlessen. Alleen is
filosoferen wel een vak apart. Als leerkracht moet je wel weten wat je
doet als je aan het filosoferen slaat met je leerlingen.
Is
filosoferen wel leuk?
Wees niet ongerust! De
meeste kinderen beleven plezier aan filosoferen. Ze vinden het geweldig
als je ze vraagt wat ze weten. Ze gaan gretig in op filosofische vragen.
Je moet die vragen natuurlijk wel aanpassen aan de mate waarin ze abstract
kunnen denken. En onder ons, een leerkracht die geen rekening houdt met
hun ontwikkelingsniveau, bestaat toch vandaag de dag niet meer?
Filosoferende kinderen zijn
geen dubbende mini-volwassenen die zich als hermieten aan de vragen des
levens wijden. In de workshops gaat het er levendig aan toe. Niet alleen
met woorden. Verbazingwekkend soms hoe treffende kinderen hun
hersenspinsels niet alleen kunnen verwoorden maar ook kunnen tekenen. En
geen filosofische gedachte is voor hen te hoog gegrepen. Op de vraag of
God bestaat heeft een jongen van zeven geantwoord: ‘Als ik een kindje
krijg en ik noem het God, dan bestaat God echt.’
De grootste valkuil bij ‘Filosoferen
met kinderen’ is dat de begeleider de moraliserende toer opgaat, het
kind op gebaande paden leidt, dingen uitlegt waar het niet om heeft
gevraagd. Ja, zo stimuleer je een kind toch niet om zelfstandig te denken.
Het is belangrijk dat je als begeleider die vragen kiest die de interesse
van het kind wekken. Reken maar dat ze dan met plezier reageren. Kinderen
willen dan verder denken en duidelijk zijn. Dus, beste begeleider, leef je
in de wereld van het kind in, word zelf weer kind, blijf de
gedachtekronkels van de kleine filosofen volgen, stuur ze via vragen,
reik ze nieuwe perspectieven aan. En de filosofische uitspraken die zij
dan doen zijn een genot om te horen! (vrij naar Libelle, 2869, blz. 30-
31, reportage door Ariane de Borger)
Verwonder
je je ook nog zo gemakkelijk?
Of zit je liever
onderuitgezakt voor de tv te wachten op verlossing van de sleur? Of hoop
je door dit te lezen dat je waakvlam van je inspriratie weer aanslaat en
je in actie doet schieten? Die energiestoot die je nodig hebt om je leven
op te fleuren komt heus niet vanzelf aangewaaid, hoor! Het vermogen je te
verwonderen over de dingen om je heen kwijtgeraakt naarmate je ouder bent
geworden? Vind je van jezelf dat je niet meer kan filosoferen omdat je
vergeten bent je te verwonderen? Wel, er is goed nieuws en er is slecht
nieuws. Laat ik met het slechte beginnen: de verwondering is inderdaad het
begin van filosoferen; niemand kan je leren je te verwonderen; zonder vonk
is elk filosoferen een uitgebluste discussie. Het goede nieuws is: je moet
niet hoogbegaafd zijn om te kunnen filosoferen; met elk normaal ontwikkeld
denkvermogen lukt het vast wel; en extra slim hoef je ook al niet te zijn.
Geef
de kinderen capta, geen data!
In de meeste scholen wordt
er gewerkt met feiten. Kinderen krijgen bergen data in het hoofd gestoken.
Maar het kind moet juist leren ontdekken! Het moet die ontdekkingen kunnen
vangen met zijn geest. Het moet op zoek gaan naar eigen antwoorden en
tenminste de kans gegund worden eens gegevens zelf te creëren. Sommige
kennis komt niet van buiten, maar vanuit hun binnenste. Heeft een
uitspraak als ‘Van je eigen angst kan je leren; dus is het goed om bang
te zijn.’ dan geen enkele relevantie?
Met
data-onderwijs wordt creativiteit nog teveel afgeremd. Met filosoferen
behouden de kinderen de energie om te fantaseren, om creatief te zijn.
(Fit&Gezond, 2/2001, blz. 122-126, reportage door Sonja Peeters.)