Filosoferen met kinderen - Robert de Vos
12 mei 2003

Filosoferen en onderwijs

Heeft filosoferen scholieren iets te bieden?

 Is het je ook al opgevallen dat er steeds vaker gevraagd wordt naar filosoferen met kinderen en jongeren? De vraag echter wordt volgens mij niet zo goed beantwoord. Want filosoferen wordt nogal eens verward met filosofie. Het is niet de bedoeling dat de kinderen op school met filosofie leren omgaan, maar juist dat ze op school leren filosoferen. Filosoferen op school is niet hetzelfde als filosofie-onderwijs. Scholieren leren niet filosoferen door te luisteren wat de leerkracht heeft te melden over Plato of Kant. Filosoferen is praktisch; de activiteit vraagt een andere aanpak in de klas, een andere instelling van de leerkracht. Het gaat bij filosoferen om een grotere bereidheid van de leerkracht naar zijn spruitjes te luisteren. Zo’n cursus filosofie is misschien wel een voorbereiding op het filosoferen zelf.

Maakt metro, dodo, boulot gelukkig?

Maar de kans is groot dat de scholieren de opgedane filosofische kennis gaan reproduceren en heel misschien kritisch kunnen evalueren. Helaas zal in dat geval de verworven kennis niet veel te maken hebben met zelfkennis en wordt het zoeken naar eigen inzichten niet gestimuleerd. Is het niet de bedoeling dat je later creatief en dynamisch bent en niet alleen braaf en gehoorzaam? Is het dan niet beter de kinderen zelf actief hun eigen waarden te laten onderzoeken dan ze een pakket goede waarden aan te bieden die aangeleerd moeten worden? Verwacht je werkelijk dat ze dankzij passieve waardenoverdracht zelfstandige, sociaal bewuste en moreel handelende individuen worden?

Is praten eng?

Filosoferen kan scholieren inspireren kritisch na te denken. Door te proberen op filosofische vragen te beantwoorden zonder de geschiedenis van de filosofie te hebben moeten leren (dat laatste zou de leerkracht eigenlijk moeten doen …) kunnen ze vaardigheden leren beheersen die ze later nodig hebben om kritisch te oordelen en moreel verantwoord te handelen. Bij het filosoferen kunnen ze ervaringen en gedachten uitwisselen, nieuwe ideeën krijgen, gestimuleerd worden iets op een andere manier te bekijken. En spreekvaardigheid oefen je niet door voor een spiegel te gaan staan oefenen. Nee, daarvoor heb je een groep nodig. Het is een langdurig proces voordat je leert je eigen standpunt in te nemen, je eigen mening te verdedigen en onderbouwde kritiek te kunnen geven. Het is nog moeilijker om van mening te kunnen veranderen, kritiek te kunnen ontvangen en van de mening van een ander te kunnen leren. Een open instelling is nodig om fouten te herkennen en zelfkennis uit te breiden.

Sufgeluld of wakkergeschud door al dat filosoferen?

Het onderwijs kan profiteren van zo’n praktische cursus ‘Filosoferen met kinderen’. Niet door de cursus in te palmen en te kneden tot pedagogisch hapklaar leervoer, maar juist door de scholieren de gelegenheid te laten te jongleren met hun eigen gedachten. Vrijblijvend is filosoferen zeker niet. De filosofische vragen stimuleren de scholieren op zoek te gaan naar waarden, zin van onzin te onderscheiden, kritisch te worden zonder al te sceptisch. Is het niet de taak van het onderwijs individuen af te leveren die kunnen bijdragen aan de verbetering van de samenleving?

Verberg je iets als je star bent?

En nou niet gaan denken dat zo’n cursus maatschappelijk irrelevant of  didactisch ontoegankelijk is! Als je op zoek bent naar rechtvaardigingen om te kunnen beweren dat filosoferen geen maatschappelijk of levensbeschouwelijk nut heeft, zou je overigens zelf moeten gaan filosoferen. En hebben kinderen niet het recht hun eigen mening op te bouwen? Het is toch niet de bedoeling van een bepaalde levensbeschouwelijke gemeenschap ideeën in kinderkoppen te proppen? Of ze dwingende regels op te leggen omdat de plicht te gehoorzamen belangrijker is dan het recht te twijfelen? Is een gemeenschap niet gebaat bij dieper inzicht? Je mag potverdoriesnogantoe toch wel filosoferen over God? En, beste ouders, onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die veel filosoferen in de andere vakken (rekenen, taal) beter gaan presteren.

Ben je kinderfilosoof als je filosofeert met kinderen?

Jazeker, leerkrachten en jeugdwerkers kunnen worden opgeleid. Ik weet alleen niet of ze zich dan kinderfilosofen kunnen noemen, noch dat degenen die zo’n cursus geven zo genoemd kunnen worden. De titel ‘kinderfilosoof’ is mij wat te beladen. Het vakgebied ‘kinderfilosofie’ zoals ‘sociale filosofie’, ‘ethiek’, ‘fenomenologie’ of ‘kennis- en wetenschapsleer’ heeft voor mij die wetenschappelijke klank waardoor het eerder theoretisch dan praktisch wordt. Natuurlijk kan het binnen de muren van de universiteit ontwikkeld worden, maar voor mij hoort filosoferen thuis op de speelplaats of in de tuin. En kinderfilosofen bestuderen de verworvenheden die al die cursussen en workshops ‘Filosoferen met kinderen’ hebben gerealiseerd. Iemand die filosofeert met kinderen is geen kinderfilosoof.

Is filosoferen een vak apart?

Onlangs werd er door de Waals minister van onderwijs geopperd dat godsdienst- en zedenleerlessen vervangen moesten worden door het vak filosofie. Foute instelling, excellentie. Want filosoferen is niet hetzelfde als filosofie. En je gaat de kinderen toch geen geschiedenis van de filosofie bijbrengen als je ze wil laten nadenken over hun positie in de samenleving. En bovendien kan je perfect filosoferen binnen de godsdienst- en zedenleerlessen. Alleen is filosoferen wel een vak apart. Als leerkracht moet je wel weten wat je doet als je aan het filosoferen slaat met je leerlingen.

Is filosoferen wel leuk?

Wees niet ongerust! De meeste kinderen beleven plezier aan filosoferen. Ze vinden het geweldig als je ze vraagt wat ze weten. Ze gaan gretig in op filosofische vragen. Je moet die vragen natuurlijk wel aanpassen aan de mate waarin ze abstract kunnen denken. En onder ons, een leerkracht die geen rekening houdt met hun ontwikkelingsniveau, bestaat toch vandaag de dag niet meer?

Filosoferende kinderen zijn geen dubbende mini-volwassenen die zich als hermieten aan de vragen des levens wijden. In de workshops gaat het er levendig aan toe. Niet alleen met woorden. Verbazingwekkend soms hoe treffende kinderen hun hersenspinsels niet alleen kunnen verwoorden maar ook kunnen tekenen. En geen filosofische gedachte is voor hen te hoog gegrepen. Op de vraag of God bestaat heeft een jongen van zeven geantwoord: ‘Als ik een kindje krijg en ik noem het God, dan bestaat God echt.’

De grootste valkuil bij ‘Filosoferen met kinderen’ is dat de begeleider de moraliserende toer opgaat, het kind op gebaande paden leidt, dingen uitlegt waar het niet om heeft gevraagd. Ja, zo stimuleer je een kind toch niet om zelfstandig te denken. Het is belangrijk dat je als begeleider die vragen kiest die de interesse van het kind wekken. Reken maar dat ze dan met plezier reageren. Kinderen willen dan verder denken en duidelijk zijn. Dus, beste begeleider, leef je in de wereld van het kind in, word zelf weer kind, blijf de gedachtenkronkels van de kleine filosofen volgen, stuur ze via vragen, reik ze nieuwe perspectieven aan. En de filosofische uitspraken die zij dan doen zijn een genot om te horen! (vrij naar Libelle, 2869, blz. 30- 31, reportage door Ariane de Borger)

Verwonder je je ook nog zo gemakkelijk?

Of zit je liever onderuitgezakt voor de tv te wachten op verlossing van de sleur? Of hoop je door dit te lezen dat je waakvlam van je inspriratie weer aanslaat en je in actie doet schieten? Die energiestoot die je nodig hebt om je leven op te fleuren komt heus niet vanzelf aangewaaid, hoor! Het vermogen je te verwonderen over de dingen om je heen kwijtgeraakt naarmate je ouder bent geworden? Vind je van jezelf dat je niet meer kan filosoferen omdat je vergeten bent je te verwonderen? Wel, er is goed nieuws en er is slecht nieuws. Laat ik met het slechte beginnen: de verwondering is inderdaad het begin van filosoferen; niemand kan je leren je te verwonderen; zonder vonk is elk filosoferen een uitgebluste discussie. Het goede nieuws is: je moet niet hoogbegaafd zijn om te kunnen filosoferen; met elk normaal ontwikkeld denkvermogen lukt het vast wel; en extra slim hoef je ook al niet te zijn.

Geef de kinderen capta, geen data!

In de meeste scholen wordt er gewerkt met feiten. Kinderen krijgen bergen data in het hoofd gestoken. Maar het kind moet juist leren ontdekken! Het moet die ontdekkingen kunnen vangen met zijn geest. Het moet op zoek gaan naar eigen antwoorden en tenminste de kans gegund worden eens gegevens zelf te creëren. Sommige kennis komt niet van buiten, maar vanuit hun binnenste. Heeft een uitspraak als ‘Van je eigen angst kan je leren; dus is het goed om bang te zijn.’ dan geen enkele relevantie?

Met data-onderwijs wordt creativiteit nog teveel afgeremd. Met filosoferen behouden de kinderen de energie om te fantaseren, om creatief te zijn. (Fit&Gezond, 2/2001, blz. 122-126, reportage door Sonja Peeters.)

terug naar Filosoferen en onderwijs

© Robert de Vos