home     filosoferen met kinderen - robert de vos

Testen

 

Deze bladzijde bevat twee filosofische testen:

de filotegenstellingtest (16 jaar en ouder) en

de testjefilosofischekennistest (18 jaar en ouder)

Maak de test(en), stuur mij je antwoorden en ik antwoord je zo snel mogelijk.


de filotegenstellingtest

Wat staat tegenover wat? Kies telkens het beste antwoord.

1. dier staat tegenover

  1. staat

  2. mens

  3. boer

  4. God

2. gevoel staat tegenover

  1. hart

  2. hersenen

  3. bewustzijn

  4. verstand

3. geest staat tegenover

  1. ziel

  2. gevoel

  3. lichaam

  4. bewustzijn

4. opvoeding staat tegenover

  1. gezin

  2. school

  3. vrijheid

  4. onderwijs

5. ik staat tegenover

  1. ander

  2. ziel

  3. God

  4. lichaam

6. theorie staat tegenover

  1. ervaring

  2. praktijk

  3. kennis

  4. inzicht

7. oorzaak staat tegenover

  1. gevolg

  2. vervolg

  3. reden

  4. doel

8. natuur staat tegenover

  1. mens

  2. cultuur

  3. staat

  4. leven

9. toeval staat tegenover

  1. feit

  2. orde

  3. oorzaak

  4. noodzaak

10. relatief staat tegenover

  1. objectief

  2. absoluut

  3. noodzakelijk

  4. afhankelijk

11. objectief staat tegenover

  1. absoluut

  2. feitelijk

  3. substantieel

  4. subjectief

12. geloof staat tegenover

  1. werkelijkheid

  2. zekerheid

  3. rede

  4. geheel

13 individu staat tegenover

  1. samenleving

  2. ik

  3. ander

  4. geheel

14. subject staat tegenover

  1. project

  2. object

  3. ik

  4. samenleving

15. actueel staat tegenover

  1. ouderwets

  2. substantieel

  3. potentieel

  4. toekomstgericht

^ top ^

16. inhoud staat tegenover

  1. vorm

  2. stof

  3. geest

  4. kader

17. actief staat tegenover

  1. ostentatief

  2. passief

  3. demonstratief

  4. afwachtend

18. op zich staat tegenover

  1. tot zich

  2. voor zich

  3. in zich

  4. bij zich

19. immanent staat tegenover

  1. transcendent

  2. transitief

  3. transcendentaal

  4. transsexueel

20. aangeboren idee staat tegenover

  1. fabula rasa

  2. fabula casa

  3. tabula casa

  4. tabula rasa

21. immoreel staat tegenover

  1. moreel

  2. a-moraal

  3. moraal

  4. immoraal

22. inductie staat tegenover

  1. deductie

  2. reductie

  3. constructie

  4. obstructie

23. intuïtie staat tegenover

  1. ratio

  2. instinct

  3. wil

  4. fantasie

24. connotatie staat tegenover

  1. notatie

  2. denotatie

  3. conjugatie

  4. detonatie

25. existentie staat tegenover

  1. eminentie

  2. essentie

  3. efficiëntie

  4. deficiëntie

26. a priori staat tegenover

  1. a fortifiori

  2. a posteriori

  3. a latere

  4. a limine

27. affirmatie staat tegenover

  1. confirmatie

  2. conjugatie

  3. deformatie

  4. negatie

28. deel staat tegenover

  1. een

  2. veel

  3. alles

  4. geheel

29. metafysisch staat tegenover

  1. logisch

  2. empirisch

  3. pragmatisch

  4. fysisch

30. antecedens staat tegenover

  1. consequens

  2. procent

  3. preventief

  4. precedens

31. abstract staat tegenover

  1. substract

  2. decreet

  3. construct

  4. concreet

32. apollinisch staat tegenover

  1. dionysisch

  2. ionisch

  3. socratisch

  4. hermeneutisch

33. attribuut staat tegenover

  1. woord

  2. begrip

  3. categorie

  4. substantie

34. autonoom staat tegenover

  1. autoritair

  2. homogeen

  3. heterogeen

  4. heteronoom

^ top ^

35. tijd staat tegenover

  1. duur

  2. vacuüm

  3. zijn

  4. zin

36. twijfel staat tegenover

  1. waarheid

  2. zekerheid

  3. waarschijnlijkheid

  4. zuiverheid

37. premisse staat tegenover

  1. conclusie

  2. predikaat

  3. subject

  4. categorie

38. apodictisch staat tegenover

  1. waarschijnlijk

  2. betwijfelbaar

  3. onwaarschijnlijk

  4. onbetwijfelbaar

39. realisme staat tegenover

  1. idealisme

  2. materialisme

  3. rationalisme

  4. falsificationisme

40. realisme staat tegenover

  1. nominalisme

  2. scepticisme

  3. atomisme

  4. structuralisme

41. rationalisme staat tegenover

  1. psychologisme

  2. sensitivisme

  3. criticisme

  4. empirisme

42. tautologie staat tegenover

  1. tegenstelling

  2. conjunctie

  3. disjunctie

  4. tegenspraak

43. begrip staat tegenover

  1. idee

  2. waarneming

  3. woord

  4. ding

44. pluralisme staat tegenover

  1. monisme

  2. dualisme

  3. universalisme

  4. atomisme

45. hyle staat tegenover

  1. aletheia

  2. forme

  3. idea

  4. logos

46. potentieel staat tegenover

  1. partieel

  2. universeel

  3. passioneel

  4. actueel

47. vrij staat tegenover

  1. gehoorzaam

  2. dogmatisch

  3. antidoctrinair

  4. passief

48. orde staat tegenover

  1. gezag

  2. leegte

  3. chaos

  4. revolte

49. gemeenschap staat tegenover

  1. samenleving

  2. maatschappij

  3. wereld

  4. werkelijkheid

^ top ^


de testjefilosofischekennistest

Heb je al een wijsgerig boekje of drie vier vijf opengeslagen? Heb je al met je lotgenoten filosofisch geklept over het leven en zo? Gebruik je moeilijke woorden om indruk te maken of omdat je weet wat ze betekenen? Wel, beste nerd pardon wijsneus, dan is nu het moment aangebroken te tonen dat je gebral steek houdt! Test je filosofische gebral pardon kennis! Hoe -istisch is tie trouwens! Kies telkens het beste antwoord.

1. Als je vindt dat de waarheid onafhankelijk van het subject is, dan denk je

  1. objectivistisch

  2. subjectivistisch

  3. positivistisch

  4. waarheidsgetrouw

2. Als je vindt dat alle dingen en zelfs gedachten te herleiden zijn tot één zijnde, dan denk je

  1. essentialistisch

  2. reductionistisch

  3. elementaristisch

  4. ontisch

3. Als je vindt dat de werkelijkheid is gebaseerd op verschillende beginselen, dan denk je

  1. pluriformistisch

  2. specialistisch

  3. specifiek

  4. pluralistisch 

4. Als je vindt dat je vele onomstotelijke waarheden bezit en je houdt je er ook nog hardnekkig aan vast, dan denk je

  1. doctrinair

  2. autoritair

  3. dogmatisch

  4. autistisch

5. Als je probeert te redeneren volgens denkwetten en op zoek bent naar wat juist is, dan ben je nogal

  1. precies

  2. redelijk

  3. zedelijk

  4. logisch

6. Als je vindt dat je gedachte pas waarde heeft als je er iets mee kan doen, dan denk je

  1. nuttig

  2. pragmatisch

  3. waardig

  4. praktisch

7. Als je vindt dat je kennis pas waarde heeft als het je praktisch handelen kan bevorderen, dus als je praktische verstand je helpt je aan te passen aan verandering, dan denk je

  1. praktisch

  2. instrumentalistisch

  3. doelgericht

  4. darwinistisch

8. Als je vindt dat achter deze wereld zich een eigenlijke wereld schuilhoudt die de juiste ideeën herbergen, dan denk je

  1. platonisch

  2. mystiek

  3. origineel

  4. formalistisch

9. Als je op zoek bent naar het wezen van de werkelijkheid of naar de zin van het zijn, dan zoek je op zijn

  1. ontisch

  2. epistemologisch

  3. ontologisch

  4. fenomenologisch

10. Als je vindt dat de maatschappij zich ontwikkelt naar een klassenloze samenleving, dan denk je

  1. darwinistisch

  2. historisch

  3. marxistisch

  4. generalistisch

11. Als je vindt dat je de echte wereld niet kan kennen maar slechts een wereld zoals die aan ons verschijnt dankzij onze bijzondere manier van begrijpen en waarnemen, dan denk je

  1. utopisch

  2. poëtisch

  3. idealistisch

  4. sceptisch

12. Als je probeert de verschijnselen te verklaren door te kijken wat het bewustzijn met die verschijnselen doet, dan denk je

  1. psychologistisch

  2. fenomenaal

  3. analytisch

  4. logisch

13. Als je vindt dat de dingen alleen maar kunnen bestaan als zij door ons waargenomen worden, dan denk je

  1. materialistisch

  2. immaterialistisch

  3. existentialistisch

  4. existentieel

14. Als je vindt dat de werkelijkheid bestaat uit stof en dat die stof meetbaar is, dan denk je

  1. mathematisch

  2. materialistisch

  3. synthetisch

  4. analytisch

15. Als je zegt dat je de waarheid spreekt terwijl je juist liegt of omgekeerd dan ben je

  1. paralogisch

  2. onlogisch

  3. paradoxaal

  4. ontologisch

16. Als je vindt dat alles - een plant, een bacil, een kiezel, jij - een bewustzijn bezit, dan denk je

  1. biologisch

  2. analoog

  3. evolutionistisch

  4. hylozoïstisch

17. Als je vindt dat de rede de enige bron van juiste kennis kan zijn, dan ben je

  1. rationaal

  2. organistisch

  3. origineel

  4. rationalistisch

18. Als je vindt dat God en de wereld één en hetzelfde zijn, dan ben je

  1. pantheïstisch

  2. monotheïstisch

  3. monistisch

  4. atheïstisch

19. Als je vindt dat alles één samenhangend geheel vormt en dat dit geheel zelfs meer is dan de som der delen, dan denk je

  1. unificationistisch

  2. universalistisch

  3. holistisch

  4. homogeen

20. Als je vindt dat je met je verstand de werkelijkheid volledig kan begrijpen, dan denk je

  1. intellectueel

  2. intellectualistisch

  3. realistisch

  4. rationalistisch

^ top ^

21. Als je vindt dat alle verschijnselen maar ook psychologische begrippen met behulp van de natuurkunde te beschrijven is (of niet, maar dan is het begrip leeg….), dan denk je

  1. fysicalistisch

  2. fysisch

  3. fysicotheologisch

  4. fysicologisch

22. Als je vindt dat er een wereld is buiten je kennis van die wereld en dat die wereld de voorwaarde van juiste kennis is, dan denk je

  1. realistisch

  2. idealistisch

  3. nominalistisch

  4. universalistisch

23. Als je vindt dat je verstand de werkelijkheid helemaal niet bevatten, omdat die werkelijkheid helemaal niet redelijk is, dan denk je

  1. irrationeel

  2. irrationalistisch

  3. irreëel

  4. ratiologisch

24. Als je vindt dat het heil van de mens bevorderd moet worden en het aardse hier en nu belangrijker is dan het hemelse onbereikbare, dan denk je

  1. humaan

  2. anthropoloog

  3. anthropocentrisch

  4. humanistisch

25. Als je vindt dat je de werkelijkheid niet als zodanig moet bestuderen maar datgene dat er een totale werkelijkheid van maakt en de natuur overstijgt, dan denk je

  1. metafysisch

  2. theologisch

  3. fysico-theologisch

  4. fysisch

26. Als je nadenkt over de manier waarop je nadenkt, dan denk je

  1. introvert

  2. dialectisch

  3. reflexief

  4. futiel

27. Als je vindt dat jouw kennis alleen maar juist kan zijn als zij op ervaring berust, dan denk je

  1. nuchter

  2. empirisch

  3. materialistisch

  4. fundamentalistisch

28. Als je vindt dat die ene onkenbare werkelijkheid op twee kenbare - psychisch en fysisch - wijzen aan je verschijnt dan denk je

  1. paradoxaal

  2. parallellistisch

  3. pluralistisch

  4. dualistisch

29. Als je vindt dat er één principe is waartoe alles te herleiden valt, dan denk je

  1. fundamentalistisch

  2. reductionistisch

  3. principieel

  4. monistisch

30. Als je heel belezen bent en je eigen samenhangende systeem van andermans gedachten meent te kunnen opbouwen tot een mooi verhaal pardon geheel, dan denk je

  1. eclecticistisch

  2. romantisch

  3. pantheoretisch

  4. linguïstisch

31. Als je het aangename de hoogste waarde vindt, dan denk je

  1. masochistisch

  2. fetisjistisch

  3. ethisch

  4. hedonistisch

32. Als je vindt dat algemene waarheid niet kan bestaan maar afhankelijk is van de persoon en zijn achtergrond, dan denk je

  1. personalistisch

  2. relativistisch

  3. relatief

  4. sociologisch

33. Als je vindt dat de werkelijkheid niet uit echt bestaande dingen bestaat maar alleen uit namen en woorden, dan denk je

  1. semantisch

  2. formalistisch

  3. nominalistisch

  4. idealistisch

34. Als je vindt dat je geest en je lichaam van elkaar gescheiden zijn en dat je geest je lichaam bestuurt, dan denk je

  1. dualistisch

  2. separatistisch

  3. ambivalent

  4. psychisch

35. Als je vindt dat je niets van een goddelijk bestaan kan weten en er niets over kan zeggen maar er ondertussen wel over nadenkt, dan denk je

  1. atheïstisch

  2. agnosticistisch

  3. cognoscistisch

  4. gnosticistisch

36. Als je vindt dat je niets van een goddelijk bestaan kan weten omdat slechts het heilig schrift en/of het geloof in God je die zekere kennis kan bieden, dan denk je

  1. fideïsch

  2. fundamentalistisch

  3. theïstisch

  4. creationistisch

37. Als je vindt dat je een zedelijk behoorlijke houding bezit waaraan je niet kan twijfelen en jou ook nog verplicht zo te handelen, dan ben je

  1. rigoristisch

  2. rigoreus

  3. deontologisch

  4. ontologisch

38. Als je vindt dat het leven zinloos is en dat de geldigheid van normen en waarden ontkend moeten worden, dan denk je

  1. immoreel

  2. antimoralistisch

  3. nihilistisch

  4. anarchistisch

39. Als je vindt dat de staat je tot niets kan verplichten en jij boven de gemeenschap staat, dan denk je

  1. hautain

  2. individualistisch

  3. egocentrisch

  4. antidemocratisch

40. Als je vindt dat jij altijd gelijk moet hebben, alleen maar iets van anderen aanneemt wat in je straatje past, en wat objectief juist is bewust aan je laars lapt, dan denk je

  1. egocentrisch

  2. egoïstisch

  3. egalitaristisch

  4. egologisch

^ top ^

41. Als je eraan twijfelt ooit zekere kennis te kunnen bezitten omdat alle zogenaamde kennis een berg meningsverschillen is, dan denk je

  1. septisch

  2. differentialistisch

  3. pluralistisch

  4. sceptisch

42. Als je vindt dat de wereld en haar mensen en hun maniertjes slecht zijn en dat je er niets aan kan verbeteren, dan denk je

  1. antihumanistisch

  2. pessimistisch

  3. maniëristisch

  4. sanguïnistisch

43. Als je vindt dat je je moet inzetten voor de anderen en hierbij geen voordeel voor jezelf nastreeft, denk je

  1. alternatief

  2. optimistisch

  3. altruïstisch

  4. benijdenswaardig

44. Als je vindt dat alle juiste kennis louter opgebouwd kan zijn met direct waarneembare data, dan denk je

  1. sensualistisch

  2. expressionistisch

  3. impressionistisch

  4. positivistisch

45. Als je vindt dat je alleen maar het zintuiglijk waarneembare kan kennen die zijn en dat alle andere kennis verzinsels zijn waaraan geen enkele werkelijkheid kan beantwoorden, dan denk je

  1. fictionalistisch

  2. figuratief

  3. illusionistisch

  4. elitistisch

46. Als je voor botte lustbevrediging je neus ophaalt, gaat voor verfijnd genot en beseft dat als je hoger streeft je hoogste lust de bevrijding van alle lust is, dan denk je

  1. apollinisch

  2. epicurisch

  3. puristisch

  4. dionysisch

47. Als je vindt dat je verstand bedrogen kan worden door je wil en dat deze laatste jou het idee van de wereld - alsof zij echt zo is zoals je haar ziet - opdringt, dan denk je

  1. idealistisch

  2. realistisch

  3. rationalistisch

  4. voluntaristisch

48. Als je vindt dat jij kan bepalen wat goed of slecht is en je lapt daarbij de huidige moraal aan je laars, dan denk je

  1. anarchistisch

  2. antiglobalistisch

  3. immoralistisch

  4. antirevolutionair

49. Als je met je manier van redeneren opzettelijk probeert de ander te misleiden, dan ben je nogal

  1. pretentieus

  2. linguïstisch

  3. kritisch

  4. sofistisch

50. Als je - als Kant - de voorwaarden voor de mogelijkheid van kennis onderzoekt, dan denk je

  1. criticistisch

  2. transcendentaal

  3. categorisch

  4. possibilistisch

51. Als je een beetje honds en wijs tegelijk weet te beredeneren waarom je je ergert aan de burgerlijke moraal en waarom je om de mens en zijn wereld lacht, dan denk je

  1. synthetisch

  2. dialectisch

  3. cynisch

  4. sadistisch

52. Als je vindt dat je kenvermogen nogal beperkt is en je kennis niet verder kan reiken dan de verschijnselen zelf omdat het objectieve onbereikbaar is, dan denk je

  1. subjectivistisch

  2. analytisch

  3. fenomenalistisch

  4. epistemologisch

53. Als je vindt dat alles - een plant, een bacil, jij, de kunst, de wetenschap - zich ontwikkelt dankzij levensdrang, dan denk je

  1. evolutionistisch

  2. darwinistisch

  3. creationistisch

  4. vitalistisch

54. Als je vindt dat niets zonder jouw bewustzijn ervan kan bestaan, dan denk je

  1. egoïstisch

  2. centristisch

  3. universalistisch

  4. solipsistisch

55. Als je vindt dat alleen wetenschap zekere kennis kan verschaffen, dan denk je

  1. empirisch

  2. rationalistisch

  3. positivistisch

  4. dogmatisch

56. Als je streeft naar een goede samenleving die de onvolkomendheden van onze huidige te boven komt, dan denk je

  1. utopisch

  2. superieur

  3. idealistisch

  4. demografisch

57. Als je meent te weten hoe je moet handelen om volmaakt gelukkig te worden, dan denk je

  1. dogmatisch

  2. hedonistisch

  3. eudemonisch

  4. epicurisch

58. Als je vindt dat de veranderingen binnen de natuur gebeuren door een toevallig samenloop van omstandigheden zonder vooropgezet doel of plan, dan denk je

  1. utilistisch

  2. naturistisch

  3. darwinistisch

  4. creationistisch

59. Als je in evenwicht bent met de logos die het heelal beheerst en je raakt niet uit dat evenwicht door wereldse invloeden, dan ben je

  1. logisch

  2. stoïcijns

  3. taoïstisch

  4. socratisch

60. Als je vindt dat organismen reageren op veranderingen van de natuurlijke omgeving en dat er steeds hogere vormen optreden dan denk je

  1. nietzscheaans

  2. nazistisch

  3. lamarckiaans

  4. sociaal-darwinistisch

^ top ^

61. Als je vindt dat je iets van een goddelijk bestaan kan weten dankzij je goed ontwikkelde rede en daar geen heilig schrift voor hoeft open te slaan, dan denk je

  1. calvinistisch

  2. deïstisch

  3. rationalistisch

  4. protheïstisch

62. Als je denkt dat je volmaakte gedachten kan bezitten dan denk je

  1. perfectionistisch

  2. praktisch

  3. theoretisch

  4. filosofisch

63. Als je vindt dat nuttig handelen het geluk onder zo veel mogelijk onderdanen moet bevorderen, dan denk je

  1. autoritair

  2. hedonistisch

  3. utilistisch

  4. deontologisch

64. Als je alleen maar aan jezelf denkt, over jezelf praat, kortom: jezelf als middelpunt van al je redeneringen neemt zonder hetzelf te weten, dan denk je

  1. onbewust

  2. irrationalistisch

  3. contradictorisch

  4. egocentrisch

65. Als je vindt dat alles wat er om je heen gebeurt strikt noodzakelijk gebeurt en dat jij daar toch niets aan kan veranderen, dan denk je

  1. fatalistisch

  2. holistisch

  3. antifascistisch

  4. deterministisch

66. Als je vindt dat je jezelf kan ontwerpen omdat je vrij bent en niet gebonden door je omgeving, de wereld om je heen nogal absurd aandoet, en dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet of juist niet doet, dan denk je

  1. absurdistisch

  2. interactionistisch

  3. existentialistisch

  4. excentrisch

67. Als je vindt dat je kennis over het andere nooit meer kan zijn jouw eigen kennis en dat je het andere dus nooit kan kennen, dan denk je

  1. altruïstisch

  2. subjectivistisch

  3. egologisch

  4. niet

68. Als je vindt dat je met een vooropgezet plan  - het (nood)lot - rondloopt en het niet uitmaakt wat je ertegen doet omdat gebeuren moet wat staat te gebeuren, dan denk je

  1. fatalistisch

  2. fantasistisch

  3. deterministisch

  4. modernistisch

69. Als je vindt dat de in het verleden opgedane kennis gezagdragend is en een zekerder basis biedt voor juiste kennis biedt dan je rationele vermogen en zogenaamd kritische geest, dan denk je

  1. criticistisch

  2. traditionalistisch

  3. transcendentaal

  4. cryptisch

70. Als je vindt dat je boven de moraal kan staan en anderen jouw (goede? slechte?) voorbeeld mogen volgen, dan denk je

  1. antimonarchistisch

  2. antimoralistisch

  3. immoralistisch

  4. superieur

71. Als je het bestaan van God ontkent zonder je daarbij schuldig tegenover God te voelen, dan denk je

  1. anarchistisch

  2. antikerkelijk

  3. atheïstisch

  4. negationistisch

72. Als je je punt wil maken door dezelfde bewering in telkens andere bewoordingen te gieten dan spreek je

  1. contradictorisch

  2. sofistisch

  3. syncretisch

  4. tautologisch

73. Als je vindt dat je slechts in algemene begrippen kan denken die dan ook nog uit het denken voortkomen en niet in de werkelijkheid te vinden zijn, dan denk je

  1. conceptualistisch

  2. sexistisch

  3. generalistisch

  4. irrealistisch

74. Als je vindt dat jij met je door God verlichte verstand denkt door te dringen tot de diepere zin van het leven, dan denk je

  1. fundamentalistisch

  2. theologisch

  3. theosofisch

  4. filosofisch

75. Als je vindt dat je nooit objectief kan denken en dat je denkwijze vooraf wordt bepaald door je afkomst, dan denk je

  1. subjectivistisch

  2. personalistisch

  3. fatalistisch

  4. perspectivistisch

76. Als je vindt dat niets causaal bepaald is en dat je wil niets in de weg gelegd kan worden, dan denk je

  1. voluntaristisch

  2. indeterministisch

  3. postmodernistisch

  4. romantisch

77. Als je vindt dat alles - ook een steen, een plant, een bacil - een ziel heeft, dan denk je

  1. universalistisch

  2. vitalistisch

  3. animistisch

  4. animalistisch

78. Als je vindt dat de werkelijkheid nooit is maar altijd wordt, dus een proces is, dan denk je

  1. actualistisch

  2. procesmatig

  3. potentialistisch

  4. irrealistisch

79. Als je vindt dat je kennis afhangt van de manier waarop je leeft en niet van wat je edele verstand aan boekenkennis aangeboden krijgt, dan denk je

  1. actualistisch

  2. activistisch

  3. passioneel

  4. passivistisch

80. Als je vindt dat alles zich ontwikkelt volgens een doelmatig plan, dan denk je

  1. causaal

  2. deterministisch

  3. teleologisch

  4. entelechisch

81. Als je de mens in de natuur, in het heelal als middelpunt beschouwt, dan denk je

  1. anthropologisch

  2. humanistisch

  3. humanologisch

  4. antropocentrisch


Home    Inleiding     Socrates