home     filosoferen met kinderen - (wie is) robert de vos

Verantwoording
van de schrijver
of hoe een vogel vliegt

Toen ik in januari 1988 afstudeerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam had ik genoeg van de theoretische filosofie. Ik wilde iets praktisch doen en probeerde een cursus 'Socratische gesprekken' op te zetten. Maar een intensieve filosofiestudie vanaf augustus 1983 en vooral die kentheoretische verdieping naar het einde toe, hadden een bouwwerk in mij achtergelaten dat niet of nauwelijks viel af te breken. Ik droomde een paar dagen voor de uitreiking nog dat ik een vogeltje was dat een gigantisch nest van hoekig beton mocht verlaten. Ik liet de filosofie voor wat zij was en dook het bedrijfsleven in. Die cursus 'Socratische gesprekken' zette ik in de kast wegens te theoretisch en te belerend.

Mijn ambities om in Nederland te werken, strookten niet bepaald met mijn verlangen om bij vrouw en kinderen in België te zijn. We moesten een keuze maken: of we verhuisden naar Nederland of ik gaf Nederland op. Ik besloot het laatste en zocht een job in het bedrijfsleven in België. Het was maar voor kort want ik kon me niet voor de volle honderd procent geven. In de eerste plaats was er die cultuurkloof tussen Vlamingen en Hollanders waarmee ik geconfronteerd werd en uiteindelijk was het de filosofie die weer begon te wringen. Ik bereidde een proefschrift over Schlick voor en begon met het vertalen van de KrV van Kant. Beide projecten liggen nog altijd in de derde la onder en ik ben blij dat ik niet heb doorgezet met het theoretische te verzorgen en het praktische te verwaarlozen.

Ik werkte in Brussel en werd een trouw bezoeker van enkele bibliotheken. Hoewel ik me tijdens mijn studie vooral had ingegraven in hoekige kentheorieën, dook ik op het ronde en vage dat ik als student verfoeide. Ik las Foucault, Lacan, Derrida, Baudrillard, Sloterdijk, Nussbaum ! De energie die zich even mocht ontladen toen ik die cursus 'Socratische gesprekken' aan het voorbereiden was, kwam weer terug en toen ik een paar boeken van Matthew Lipman en Leonard Nelson had gelezen en bij toeval over de eerste conferentie 'filosoferen met kinderen' in Gent had gehoord, wist ik waarvoor ik moest gaan. Ik had van Berrie Heesen op die conferentie nog een pak kaarten vol filosofische vragen gekocht dat het Billetjesblootspel heette. Ik probeerde het spel te spelen met mijn oudste zoon die toen zeven was en hij had toen zo hard gelachen om zijn eigen antwoorden. Kon filosoferen werkelijk zo leuk zijn voor kinderen?

In 1996 is mijn project 'filosoferen met kinderen' van start gegaan. Het vuur dat zich na die openbarende lach ontstak, is sindsdien eigenlijk nooit uitgedoofd. Ik zette samen met mijn echtgenote een website op en ik kreeg ruimte aangeboden op de TTE-site van een vriend die toentertijd ook filosofie studeerde.

Ik las en probeerde uit en op het laatst had ik geen zin meer om te lezen en probeerde ik het alleen maar uit bij zowat alle kinderen in mijn omgeving. Ik stelde aan ARTFORUM in Leuven een workshop voor en zij boden mij de kans om praktijkervaring op te doen. Mijn kinderfilosofieprogramma had ik via de DYNAMO2-catalogus aan de Vlaamse scholen voor het eerst voorgesteld in 1997. Druppelgewijs kwamen de aanvragen binnen, maar ik bleef volhouden en schaafde de workshops bij die ik gaf op scholen en in culturele centra. Vanaf 1999 begon het pas lekker te lopen en kreeg ik het gevoel dat ik ervaring had in het filosoferen met kinderen.

Nu - in 2005 - vind ik het nog steeds geweldig om te doen. Het liefst werk ik met kinderen en jongeren zelf. Ik doe liever dan dat ik bespreek wat ik doe. Ik word weleens gevraagd om een lezing over het project te geven, maar ik wil niet vervallen in het hoekige en ik streef ernaar het vage en het ronde te vatten (hoewel zoiets onmogelijk is). Had ik niet gedroomd dat ik een nestvlieder was? Vandaar dat ik tijdens de lezing de volwassenen behandel als kinderen en ze laat werken zoals kinderen werken. Het wordt niet altijd gewaardeerd. Maar de behoefte om te voldoen aan de verwachtingen van de toehoorders is kleiner dan het verlangen om te spelen. Ik zal mij altijd blijven inzetten voor de schepping van de homo sapiens ludens en dat vooral in deze tijden waarin menselijkheid op het spel wordt gezet ten koste van een controleerbare orde waarin het buitenaf opgelegde het spontane en oprechte (dat binnen zit), tracht te vermorzelen. Of, anders gezegd: ik hoop dat het hoekige het ronde niet zal kapotmaken en dat ik niet gedwongen word om na een lange vlucht (als gevleugeld wezen) terug te keren naar dat gigantische nest van hoekig beton. Filosoferen is uiteindelijk waardig sterven.

Home    Inleiding     Socrates    Artikelen    Onderwijs    Vragen    Suggesties     Quizzen    Voorbeelden    Tekeningen    Verantwoording    Links  

^ top ^

laatste bijwerking 25/03/2005

© Robert de Vos