|
Filosoferen met kinderen - Robert de Vos De Wijsjesquiz 1. Denken doe je met je a) hart b) hoofd c) neus d) tenen 2. Je denkt niet als je a) oplet b) eet c) niet bestaat d) niet wil 3. Je denkt beter na als je a) diep slaapt b) veel zapt c) snel beweegt d) rustig zit 4. Denken doe je a) met moeite b) alleen na een snoepje c) vanzelf d) op bevel 5. Als je kan zeggen wat je denkt a) filosofeer je b) fantaseer je c) droom je d) lieg je 6. Wat je weet a) ben je vergeten b)kan je zeggen c) heb je op school geleerd d) heb je van thuis 7. Je weet meer als je veel a) zapt b) leert c) vergeet d) slaapt 8. Je weet minder als je veel a) praat b) leest c) schrijft d) vergeet 9. Je weet veel met een a) zwaar hoofd b) licht hoofd c) goed hoofd d) raar hoofd 10. Een droom is als een a) beeld b) gedachte c) gevoel d) lange pauze 11. Een gedachte a) voel je b) ben je c) denk je d) zie je 12. Je denkt a) terwijl je denkt b) zodat je denkt c) als je denkt d) of je denkt 13. Een rekenfout is als een a) tekenfout b) taalfout c) schrijffout d) denkfout 14. Wat je gelooft, is a) echt niet waar b) misschien waar c) zeker onwaar d) jammer genoeg wel waar 15. Wat je ziet is wat je a) gelooft b) zeker weet c) waarneemt d) denkt 16. Je bent wie je a) bent b) wil zijn c) moet zijn d) niet bent 17. Op school leer je a) denken b) vergeten c) spelen d) schrijven 18. Thuis leer je a) niets b) ook c) denken d) braaf zijn 19. Filosoferen is eerst a) denken dan spreken b) spreken dan denken c) zwijgen dan denken d) zwijgen dan spreken |
© Robert de Vos